Onze reis door Israël en Jordanië
(Vervolg)
De kleding der Esseen bestond uit lange witte priestergewaden; zij wijdden zich geheel aan het lezen der Heilige Schrift, gemeenschappelijk gebed en lofzegging, werken van barmhartigheid en liefde. Men vermoedt dat zij in de Joods-Romeinse oorlog in de jaren tussen 60 en 70 na Christus, toen de Romeinse soldaten hier oprukten, hun rollen en manuscripten met de nodige zorgvuldigheid hebben opgeborgen in de cylindervormige kruikjes met deksels afgesloten, in de hoop ze later weer te voorschijn te halen, doch deze hoop is niet in vervulling gegaan en zo hebben hun geschriften 2000 jaren lang hier onberoerd gelegen, totdat zij in 1947 werden ontdekt. De rollen zijn, na do vondst, in verschillende handen gekomen en voor kleine bedragen verkocht. Met de bevrijdingsoorlog der joden zijn ze naar Amerika overgebracht en in 1955 weer naar Israël teruggebracht; hun waarde is in die tijd gestegen tot 250.000 dollar.
Om half elf verlaten wij het museum en vanaf de muur, die om het museum is gebouwd, zien wij beneden ons een schapenmarkt. Van uit Jeruzalem gaan wij naar Emmaus, dat 12 km. van Jeruzalem ligt; op deze tocht denken wij aan de Emmaüsgangers, die ruim twee uur moesten lopen van Jeruzalem naar hun woonplaats, terwijl zij, na hun ontmoeting met de opgestane Heiland, des avonds de terugreis hebben aanvaard.
De avond valt in Palestina om 6.30 uur in, dan is het geheel duister en wij kunnen aannemen dat de Emmaüsgangers vóór middernacht in Jeruzalem terug waren. Op de plaats, waar eens het huis van Kleopas stond is nu een kerk gebouwd door de Italiaanse Franciscanen. Deze kerk staat op de, in het jaar 1863, ontdekte resten van een kerk der kruisvaarders. Achter het altaar in de kerk zijn afbeeldingen gemaakt van de Heere Jezus met de Emmaüsgangers. Naast de kerk vindt men de opgegraven gedeelten van een huis uit die tijd. In de nabijheid staat een hotel en omdat het stralend weer is, gaan wij buiten in de schaduw der vele pijnbomen, die hier staan, iets gebruiken en genieten van het bijzonder mooie uitzicht. Het speet ons toen het tijd werd om te vertrekken. Wij rijden terug naar ons hotel in Jeruzalem, waar wij het middagmaal gebruiken. Na het eten wordt gelezen het tweede gedeelte van Lukas 23 en de eerste twaalf verzen van hoofdstuk 24, waar wij vinden de beschrijving van de begrafenis en de opstanding van de Heere Jezus.
Het is buiten warm en na het eten zetten wij ons neer in de schaduw op het terras voor het hotel. Omdat wij de volgende morgen van hier vertrekken, maken wij, als de temperatuur iets gedaald is, een laatste wandeling naar het oude Jeruzalem. Wij raken al aardig bekend in de stad met haar vele bezienswaardigheden; de oude overdekte bazarstraatjes zijn aantrekkelijk voor de vreemdelingen; het bonte oosterse leven beheerst het straatbeeld; de straatjes bestaan voor een gedeelte uit treden en zijn op verscheidene plaatsen zo
smal, dat alleen voetgangers ervan gebruik kunnen maken. In een hoekje van een straat, waar enige treden zijn, zit een vrouw met een baby; zij houd de geopende hand van het kind opgeheven voor een gave.
Aan beide zijden van de straatjes zijn aaneengesloten nissen, kramen en werkplaatsen, met artikelen van de meest uiteenlopende aard. Onbekende groenten, fruit, gebak en vleeswaren. Voor de kleine slagerijen hangen de schapenbouten aan haken en een ieder, die kopen wil, betast deze rustig op hun kwaliteit. Een schoenmaker heeft in een kleine nis, naast een slagerij, zijn werkplaats en een reparatie aan de schoen kan aldaar gebeuren.
De nauwe straten zijn geheel gevuld met mensen in oosterse kleding, die van beide kanten elkaar passeren; men ziet er de waterverkopers met de grote waterkan op de rug en vele mensen hebben een ezel, een schaap of een geit bij zich. Ook ziet men er mannen als lastdragers, die zware lasten op hun gebogen rug dragen, welke vastJerem. 47 2 Kor. 1 : 15-24 en 2 : 1-4 gemaakt zijn met touwen, die over hun hoofd Donderdag lopen. De 11 geuren maart van bakken en braden in deze nauwe straten zijn niet bepaald Jerem. fris. Men 48 proeft : 1-18 er de 2 Oosterse Kor. 2 : sfeer 5-17 en het is een schouwspel om niet te vergeten. Vrijdag 12 maart
Wij keren Jerem. terug 48 : naar 19-33 ons hotel voor 2 Kor. het 3 avondeten. De koffers moeten weer gepakt worden Zaterdag en zelfs 13 voor maart de waterkruiken, die wij zo graag wilden meenemen, wordt een oplossing Jerem. gevonden. 48 : 34-47 Daarna zoeken 2 wij Kor. on4ze slaapkamers op voor de laatste nacht in Jeruzalem.
De volgende morgen, na het ontbijt, wordt onze bagage ingeladen. Een kleine jongen, die dagelijks voor het hotel aanwezig was en met een kistje kleine artikelen, zoais rollen snoep, e.d., ons zijn koopwaar aanbood, stond deze laatste morgen op ons te wachten; toen wij in de wagens wegreden, wuifde hij met zijn kleine hand ons na en riep: „bye bye my friends".
Wij vertrekken nu naar Amman, waar wij de terugreis zullen aanvangen. Hoewel het niet in ons reisplan was opgenomen, ma-
ken wij eerst een tocht naar de berg Nebo. De weg erheen is zeer slecht, stukken steen kletteren tegen de spatborden der auto's, maar de Jordaanse chauffeurs zijn erop berekend en zo komen wij op de berg Nebo aan.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965
Daniel | 16 Pagina's