JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ZALIG ZIJN DE BARMHARTIGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZALIG ZIJN DE BARMHARTIGEN

(Vervolg en slot)

4 minuten leestijd

Matth. 5 : 7

ZALIG ZIJN DE BARMHARTIGEN

(Vervolg en slot) De Bijbel verkondigt ons de levende, bewogen God, die niet alleen zakelijke hulp geeft door voedsel, kleding enz., maar die Zich Zelf weggeeft in Zijn Zoon Jezus Christus, Zijn komst, Zijn opzoeken van de verlorenen is het tastbare bewijs, dat Hij zich ontfermt, Zich erbarmt over onze grote nood. Het gaat God allereerst om de mensen. Als wij iets zien van die barmhartigheid Gods over ellendige zondaren als wij zijn, dan kunnen wij niet anders dan verwonderd staan. Wanneer Paulus heel ernstig het oordeel Gods over zondaren verkondigt, dan doet hij dit altijd zo, om bij de onuitsprekelijke barmhartigheid Gods uit te komen. Maar God, die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden heeft ons levend gemaakt met Christus. God is bewogen over onwaardigen en rechtelozen. Zo neemt God ons op in de beweging van

Zijn barmhartig Koninkrijk, en leert ons leven uit de herstelde orde des heils. Eerst God, dan de mens en dan de zaken. Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is.

Daarom moeten wij van Hem leren wat barmhartigheid is, die uiterst bewogen vorm van liefde, die zich ontfermt over ellendigen. Jezus vertelt ons de gelijkenis van een koning, (in Matth. 18 : 21 t.m. 35) wiens hart vertederd werd bij het zien van een arme schuldenaar. Het ging niet om een kleinigheid, maar om tienduizend talenten. De koning ontfermt zich, „onthardt" zijn hart, en scheldt zomaar de hele schuld kwijt. Zijn hand was mild, omdat Zijn hart mild was. Inplaats dat de schuldige slaaf met vrouw en kinderen verkocht wordt, wordt hij als schuldeloze vrijgelaten. Uit de houding, die deze begenadigde slaaf straks tegenover een medeslaaf die hem slechts honderd penningen schuldig was, aanneemt, blijkt dat hij wel 10.000 talenten gezien heeft, maar niet de royale

hand en nog minder het medelijdende en barmhartige hart van de koning. Deze slaaf is door het barmhartigheidsbetoon niet veranderd, niet bekeerd. Daarom was deze mens zo onmenselijk gebleven, zodat hij zijn medeslaaf dwingt om die honderd penningen te betalen. En toen hij niet kon, wierp de ondankbare zijn medeslaaf in de gevangenis. U weet de afloop. De koning hoort het, wordt tooi'nig en werpt deze ondankbare en onbarmhartige slaaf in de gevangenis, totdat hij al het verschuldigde zou betaald hebben En de toepassing weet u ook: „Alzo zal ook mijn Hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder van harte vergeeft."

Een mens die werkelijk weet, dat hem 10.000 talenten zijn kwijtgescholden durft niet meer te spreken over die 100 penningen schuld van zijn naaste. Ja, is blij die te mogen kwijtschelden. Hij wil iets van de barmhartige koning laten afstralen op zijn naaste. Wie leeft onder het barmhartige regime van de Hemelse koning, Jezus Christus, vindt Zijn geboden niet zwaar. Het is alleen zwaar, indien wij de Hand en het Hart van God in Christus niet hebben opgemerkt en alleen maar gedacht

hebben in de zakelijke categorie van 10.000 talenten.

De 10 melaatsen werden door Jezus gereinigd en 9 hebben alleen maar de zaak van hun genezing gezien, waarmee ze geweldig blij waren. Doch één, en nog wel een Samaritaan, heeft de zaak van zijn genezing gezien uit de Hand en het Hart van de barmhartige Heiland. De zakelijke relatie was voor hem een persoonlijke relatie.

Daarom was hij niet alleen blij met de zaak, maar ook dankbaar aan de Persoon van Christus.

Alleen als we echt weten, dat wij zelf voorwerp van Gods barmhartigheid en ontferming zijn, zullen wij zelf barmhartig ons ontfermen over onze ellendige en schuldige naasten.

Wanneer Gods barmhartigheid ons niet barmhartig maakt, moeten we ons niet verbeelden echt uit Gods barmhartigheid te leven. De apostel Jacobus heeft in dit verband een alarmerend woord neergeschreven in hoofdstuk 2 : 13 „Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over degene, die geen barmhartigheid gedaan heeft, en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel."

Bedoelt Jacobus hier dat we ons nu maar krampachtig moeten inspannen om barmhartigheid te bedrijven, en op die manier Gods barmhartigheid te verdienen? Nee, de Schrift leert ons het omgekeerde:

We moeten leren barmhartig te zijn door Gods barmhartigheid.

Het is duidelijk dat iedereen in dit opzicht steeds weer schromelijk tekort schiet. Als we dit beseffen, moge het ons ook steeds weer uitdrijven tot Hem, die mildelijk geeft en niet verwijt, om van Hem barmhartigheid te ontvangen en zó barmhartigheid te leren beoefenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965

Daniel | 16 Pagina's

ZALIG ZIJN DE BARMHARTIGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965

Daniel | 16 Pagina's