JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wereld en woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wereld en woord

KOREA

4 minuten leestijd

KOREA (2) De Koreaanse Protestantse Kerk werd gevormd door godvrezende, Bijbelgelovige zendelingen, die de Koreaanse bekeerlingen een goede Bijbelse grondslag gaven. Van het begin van de zending in Korea af tot nu toe hebben de Koreanen een bewonderingswaardig bevatvan het Woord van God en probeerden in gehoorzaamheid daarnaar te leven. Het is niets ongewoons om een Koreaan tegen te komen die een Bijbelboek uit het hoofd kent (bijv. Romeinen, of Openbaringen). Zij geloofden dat de Bijbel het eigen Woord van God is. Zij waren eenvoudige, oprechte, getrouwe gelovigen en God heeft Zijn genade op bijzondere manieren betoond in Korea.

Ongeveer vier jaar geleden was het 75 jaar geleden dat voor het eerst zendingsactiviteiten in Korea plaats vonden. Zelfs de regering toonde belangstelling bij de herdenking van dit feit. Men was dankbaar voor de Bijbel die de zendelingen in Korea hadden gebracht. Maar bij deze gelegenheid waren er toch tal van Koreanen, die de toestand somber inzagen. Zij leken op de mensen, waarvan sprake is in Ezra 3 : 12, waar staat:

„Maar vele van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem."

Deze Koreanen, die bedroefd waren temidden van de vreugde over de 75 jaar zendingsarbeid, waren niet slechts een stel ontevreden, vitterige oude mensen. Nee, ze herinnerden zich wat ze gezien en meegemaakt hadden in de afgelopen jaren. De kerk zoals die nu was, was lang niet zo als die vroeger geweest was. Er heerste een andere geest. Er was iets gebeurd, er was iets veranderd gedurende de loop der jaren. Ze moesten denken aan de vraag, die de profeet Haggai moest vragen aan de leiders van staat en kerk in zijn dagen: Wie is onder ulieden overgebleven, die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen? " (Haggai 2:3). Er was een belangrijke reden, waarom deze oude mensen zo bedroefd waren. De Wereldraad van Kerken was in Korea gekomen en deze Raad had almeer de nadruk gelegd op de noodzakelijke eenheid van de kerken. Deze gedachte werd overgenomen door de zendingsgenootschappen en de zendelingen en men kon in de kerken van Korea haast niets anders meer horen, dan dat men „één" moest worden. Er werd niet meer gepraat over de noodzakelijkheid van een dieper gebedsleven, van een groter geloof, van een dichter wandelen met de Heere, van een heiliger persoonlijk leven, van een bekering van de zonden, van een grotere liefde voor het Woord van God. Nee, alles wat nodig was, was

„eenheid." Daarbij kwam dat er als maar meer liberale (= vrijzinnige) zendelingen naar Korea gestuurd werden. Mensen, die een zogenaamd „sociaal evangelie" brachten. Mensen, die vonden dat de Koreanen moesten zorgen voor een Koninkrijk Gods hier op aarde.

Toen de Wereldraad nog maar pas in Korea was, werd dit alles in bedekte termen gezegd. De Koreanen hadden er nauwelijks erg in. En op deze manier werd het fundament van de Koreanen weggegraven. Plotseling bemerkten ze dat de jonge mensen, die tot predikant opgeleid werden, thuis kwamen met totaal andere ideëen, dan waarmee ze vertrokken. Ze geloofden niet meer in de inspiratie van de Heilige Schrift en dus ook niet in de onfeilbaarheid van de Bijbel en het gezag van de Schrift.

Al opener begon de aanval op het historisch christelijk geloof te worden. Net vóór de Koreaanse oorlog kwam de bekende Emil Brunner naar Seoul om daar een aantal gastcolleges te geven. Na één van deze colleges werd hem gevraagd of Brunner geloofde in de opstanding van Christus. Brunner antwoordde: „Ja, natuurlijk, ik geloof in de opstanding, maar niet zoals het Nieuwe Testament dat ons vertelt." In 1948 en 1949 werd op de theologische scholen van Korea openlijk geloochend dat Mozes de schrijver van de eerste vijf Bijbelboeken geweest was, dat er sprake is van een maagdelijke geboorte, dat men de opstanding rustig in twijfel kon trekken. Ook behoefde men niet te geloven in de wonderen van de Heere Jezus. Studenten die hiertegen protesteerden, werden van de school gestuurd. Hoe reageerden de Koreanen nu op al deze dingen. Dat zullen we een volgende keer zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965

Daniel | 16 Pagina's

Wereld en woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965

Daniel | 16 Pagina's