James Hudson Taylor
James Hudson Taylor
Een armzalige bedelaar Nu wist Taylor na jaren wie de onbekende man was, die hem al zo vaak uit de nood had geholpen. Het was Berger, een grootindustrieel uit Sussex. Dadelijk interesseerde Berger zich voor de pas-opgerichte „China-Inland-Mission." Het kleine beginkapitaal van Taylor zelf ging met sprongen omhoog. Berger deed een goede duit in het zakje! Ook door zijn zakelijke en organisatorische ervaring kon hij veel voor de plannen van Taylor doen. Berger zou de leiding op zich nemen en de zendeling moest een brochure schrijven over het werk van het Genootschap. Taylor was daarvoor wel in staat en het succes was groot. Van alle kanten meldden zich leden aan en ook de gelden stroomden binnen. Alles liep zó naar wens, dat de zendeling een groepje zendelingen naar Shanghai kon sturen. Zo gauw het mogelijk was zou hij, de zendeling, vol-
gen. De 28ste mei van het jaar 1866 vertrok Taylor van Londen om zich weer te gaan vestigen in China, dat hij voor gezondheidsredenen had moeten verlaten. Gedurende de reis had hij goede gelegenheid om zich op het zendingswerk te beraden. Hij verkreeg heldere voorstellingen over het doel en de methode van de Chinazending. Uit zijn aantekeningen, die hij op het schip
maakte, noemen wij het volgende: „Wij zijn niet van plan de Chinezen van hun nationaliteit te vervreemden, maar hen tot het christelijk geloof te
brengen. Wij zouden willen, dat zij werkelijk goede christenen worden, maar in alles wat in hun cultuur goed en edel is, Chinezen blijven. Wij verlangen op grond daarvan gemeenten, die uit echte christenen bestaan en aan wier hoofd predikanten staan, die uit hun midden voortkomen, die in hun moedertaal God aanbidden in kerken, die het stempel van hun eigen bouwwijze dragen. Wij willen dit volk door ons voorbeeld tonen, dat men ook zonder te zondigen een echte Chinees kan zijn."
Bij zijn tweede verblijf in China ging het toch wel wat anders dan eerst. Wel trachtte hij een vast punt te krijgen om vandaar reizen in de omtrek te maken, maar nu stonden hem heel wat helpers ter zijde. Er waren arbeiders vooruit gezonden en ook kwamen zendelingen met Taylor mee. De „China-Inland-Mission" zou ervoor zorgen, dat er nog meerdere krachten zouden volgen. De mannen en vrouwen moesten ergens worden geplaatst; zij moesten wegwijs worden gemaakt en hun ervaringen moesten zij meedelen aan de grote chef. Omgekeerd deelde Taylor hun mee wat hij had ondervonden tijdens zijn werk onder de Chinezen. Zij zouden zodoende van elkander kunnen leren. Nu was Taylor niet meer de eenzame man in het grote land, maar hij was de grote leider van de werkende staf zendingsarbeiders. Tot het uiterste nam dit werk hem in beslag. Lichamelijk vergde dat veel inspanning, maar dat vond hij niet erg. Hij was meer bezorgd over het feit, dat er zo weinig of haast geen tijd overbleef voor meditatie. En dat was voor hem de grote voorwaarde waaraan het zendingswerk moest voldoen. Hij moest zich vooral sterken door het gebed. Dat had hij zo duidelijk ondervonden. Het ging bij hem als bij Luther: hoe drukker hij het had, des te meer tijd gebruikte hij om te bidden.
Het drukte Taylor terneer, dat hij aan de dubbele taak, die hij moest vervullen, zo weinig tijd kon geven. Hij gevoelde zieh als de geestelijke vader van de medewerkers en daarom moest hij niet alleen steun in het gebed zoeken voor zichzelf, maar voor allen, die met hem zich hadden ingezet tot de doorwerking van het evangelie. Er was zoveel te organiseren, dat hij schier al zijn tijd daarvoor beschikbaar moest stellen. Hij kreeg daardoor het gevoel, dat hij in zijn geestelijk leven achteruit ging en
dat hij zijn werk zou moeten neerleggen. Hoe zou de arbeid voortgang kunnen maken, wanneer hij niet dubbel de tijd kon nemen om zich te verootmoedigen voor God en Diens hulp en kracht af te smeken?
Lees maar eens wat hij in die tijd aan zijn moeder schreef: „Meer dan ooit heb ik nodig, dat u mij door uw gebed helpt. Mijn verantwoordelijkheid neemt steeds meer toe. Ik ben daarom op bijzondere gunstbewijzen aangewezen, opdat ik mijn taak kan vervullen. Steeds moet ik erover zuchten, dat ik in het navolgen van de Heere maar zo langzaam vorder.
Tot heden heb ik niet geweten, dat mijn hart zo slecht is. Zeker, ik ben overtuigd, dat ik God liefheb, dat ik mij aan Zijn verlossingswerk verbonden gevoel en dat ik Hem alleen in alle dingen wil dienen, maar al met al ben ik toch niet veel meer dan een armzalige bedelaar."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965
Daniel | 16 Pagina's