Van 8 tot 16
Wat gaat de tijd toch snel. Het lijkt mc nog maar zo kort geleden dat ik aan een bladzijde begon en nu moet ik er al weer aan beginnen. Voor jullie is het maar gemakkelijk, jullie behoeven deze bladzijde alleen maar te lezen en zo nu en dan een paar vragen te beantwoorden, maar ik moet er steeds weer voor zorgen, dat onze rubriek volkomt. De ene keer gaat dat vlugger dan de andere keer. Gelukkig heb ik van jullie nogal aardig wat liggen, zodat het nu wel niet veel moeite zal kosten het gauw voor elkaar te krijgen. Laat ik nu beginnen met Agathe van Heil heel hartelijk te bedanken voor het aanbrengen van een nieuwe abonnee. Jij hebt er al meer opgegeven, fijn hoor, en je schreef me, dat je nog meer plannen had. Ik wacht maar rustig af en hoop, dat je me spoedig opnieuw blij maakt.
MEELEVEN
Ik ga nu voor de derde keer aan jullie vragen of jullie een zieke blij willen maken. Van de familie Zachariasse uit Biggekerke vernam ik dat hun neefje in een sanatorium ligt en daar nog wel een poos zal moeten blijven. Natuurlijk zijn we allen bereid om aan dat zieke vriendje een mooie kaart te sturen. Doen jullie het vandaag ook nog? Zijn adres is: Ad Dingemanse — Zonneveld — Oostkapelle.
Een rubriek voor en van onze jeugd
DES CHRISTENS WRAAK (4)
Nog steeds is ridder Czerni aan het woord tegen de Pacha, die hem wil overhalen het christendom af te zweren.
Mijn Heiland, zacht gelijk een lam, Verhief Zijn stem niet op de straten, Noch eiste 't bloed van die Hem haatten; 't Was om te redden, dat Hij kwam. Hij had geen lust in mensenmoorden En zocht geen sterkte in ros en zwaard; Maar in de kracht van Zijne woorden, Waardoor Hij duizenden, die 't hoorden, Een eeuwig leven heeft gebaard. En liever dan der haat'ren bloed, Heeft Hij Zijn eigen bloed gegeven, En liet voor hunne zonden 't leven, En heeft voor hunne schuld geboet; Dat, Pacha, is de ware moed, Dat noem ik grootheid zonder gade, Te sterven zulk een lijdensdood! Uw heiland is door wreedheid groot, Groot is de mijne door genade! En daarom, boven 't zonnelicht, Ginds in de hemel troont mijn Koning, Die uit der doden schaduwwoning Omhoog steeg voor Gods aangezicht. Uw heiland is uit haat begonnen, Door haat zal ook zijn rijk vergaan; Maar wie door liefde heeft verwonnen, Diens rijk zal eeuwiglijk bestaan".
„Houd op! en staak uw dwaze reden", Hernam de Pacha, gans verwoed, „Uw woorden, die mijn ziel doorsneden, Verraden blinde overmoed; Ik heb geen wellust aan uw bloed, Noch aan het folt'ren uwer leden, Volg mijne raad, want hij is goed. Wijd Mohammed uw lof en beden En treed het kruis met uwe voet."
„Neen, nooit", sprak d' ander, „in eeuwigheid Zal Mohammed mijn lof ontvangen, Maar Die aan 't kruishout heeft gehangen, Die zijn mijn offers toebereid. Dat eer mijn borst de adem stake, Dat eer mijn lijf tot stof verga, Eer ik de heil'ge naam verzake, Van Hem, Die stierf op Golgotha!"
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1965
Daniel | 16 Pagina's