Naar 't heilig land
Naar \ heilig land
20.
DE KOPEREN SLANG Wij willen aldoor onverhinderd naar 't einddoel dat ons tegenlacht, maar als de gang slechts even mindert, wordt 't vrolijk lied een droeve klacht. De zon versluiert voor onz' ogen, verdrietig wordt de verd're tocht, 't Is alles met een waas betogen, zo ver het uitzicht reiken mocht.
Dan achten wij geen goede gaven van daaglijks brood en lafenis. Wij voelen ons vernederd slaven en staren op een waangemis. Wij durven 't manna clan verachten en walgen van dat lichte brood; vergeten dat wij stervend smachtten, voordat de bron ons water bood.
Maar midden in ons murmureren gevoelen wij de slangebect. Het brandend, gif zal dood'lijk deren, het zaait verderf en naamloos leed. Doch wie in doodstrijd mogen staren, gelovig naar de hoge stang, die zullen nieuwe kracht ervaren door 't wonder van de koop'ren slang.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1965
Daniel | 16 Pagina's