JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

3 minuten leestijd

Meditatie En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijne discipelen en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeiis, Bartimeiis de blinde, aan de teeg, bedelende.

(Mare. 10 : 46). Deze arme man was bezocht met twee grote kwalen: lindheid en armoede. Het is reeds treurig genoeg blind te zijn; maar indien een blinke rijk is, dan zijn er tienduizend vertroostingen, die zijn blindheid verlichten en de droefheid van zijn hart verzachten. Maar om tegelijk blind en arm te zijn, dit was een aaneenschakeling van vreselijke kwalen.

Het is bijna niemand mogelijk om het geroep van een bedelaar langs de straat te weerstaan, als hij daarenboven blind is. Wij hebben medelijden met de blinde, als hij omgeven is van weelde; maar zien wij een blinde die gebrek lijdt, en zijn beroep als bedelaar uitoefent in de meest bezochte straten, dan kunnen wij ons moeilijk onthouden om stil te staan en hem een aalmoes uit te reiken.

Evenwel is toch deze Bartimeiis-toe-» stand een afbeelding van onze eigen toestand. Van nature zijn we allen blind en arm. Het is waar, wij beschouwen ons zelf genoegzaam in staat om te zien, maar dit is één van de schijngestalten van onze blindheid.

Onze blindheid is van zulk een aard, dat zij ons doet inbeelden, dat ons gezicht volmaakt goed is; terwijl wij ontdekken, wanneer wij door de Heilige Geest verlicht worden, dat ons vorig gezicht inderdaad blindheid was.

Wij zijn geestelijk blind; wij zijn onbekwaam om onze verloren toestand te onderscheiden, onbekwaam om de snode zonden, of de verschrikkingen van de toekomende toorn in te zien. Het niet vernieuwde verstand is zó blind, dat het de boven alles aantrekkelijke heerlijkheid van Christus niet bemerkt. De Zon der Gerechtigheid moge opgaan met genezing onder haar vleugelen, het zal alles tevergeefs zijn voor dezulken, die haar schittering niet aanschouwen. Christus moge menig werk van almacht in onze tegenwoordigheid verrichten, wij herkennen Zijn heerlijkheid niet; wij zijn blind, totdat Hij ons de ogen heeft geopend.

Behalve dat wij blind zijn, zijn wij evenzeer van nature arm. Onze vader Adam verkwistte ons geboorterecht, verloor onze staat.

IIet paradijs, het erfdeel van ons geslacht, werd verwaarloosd en wij bleven achter, te midden van ellende en bedelarij, zonder iets te bezitten om brood te kopen voor onze hongerige ziel, of kleding voor onze naakte geest. Blindheid en bedelarij, ziedaar het lot van ieder, op geestelijke wijze, totdat Jezus hem in liefde bezoekt.

Och, mochten wij geloof bezitten om

overluid tot Jezus om genade te roepen, als Hij in de prediking van het Woord voorbij komt. Mocht Zijn liefderijk hart bewogen worden te midden van ons bevend geroep: „Jezus, Gij zone Davids! Ontferm U onzer."

Mocht Hij Zich omkeren en ons het gezicht geven, opdat wij Hem volgen en onze weg met blijdschap bewandelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1965

Daniel | 16 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1965

Daniel | 16 Pagina's