James Hudson Taylor
James Hudson Taylor
Voorgeschreven rust en toch werken Rust had de dokter de zendeling voorgeschreven. Maar wat deed Taylor? Hij huurde in het dichtbevolkte oostelijk deel van Londen een huis en ging aan de arbeid. Het was dom om het voorschrift van zijn geneesheer niet op te volgen. Hij was toch vóór hij naar Engeland voer overwerkt en er zou toch een lichamelijke ineenstorting volgen? Niets van dat alles. De zendeling zette zich aan de arbeid. Hij studeerde voor het staatsexamen, slaagde met lof en werd nu medisch student. Ondertussen vertaalde hij eenvoudige geschriften en liederen in het chinees. Ook corrigeerde
hij de chinese vertaling van het Nieuwe Testament. Behalve dit, hield hij overal voordrachten over de China-zending. Een schitterend redenaar was hij bepaald niet, maar vuur en geestdrift had hij wel! Als hij op het spreekgestoelte stond was hij vaak zenuwachtig. Van verlegenheid beefden zijn benen. Wanneer dit zo was, sprak de zendeling: „Laat ons bidden." Onder het bidden viel de verlegenheid geheel weg en kwamen zijn krachten terug. Meestal sprak hij over zijn eigen
graag en daardoor kon hij zijn publiek voor de zending warm maken.
In Taylors gedenkschriften lezen wij:
„Op zekere dag voer ik met een chinese jonk naar Ning-po. Een jonge Chinees, die juist uit Engeland was teruggekeerd, bevond zich met mij aan boord. Daar hoorde ik ineens de schreeuw: Help!
Ik vloog de kajuit uit en zag, hoe mijn vriend in het water wegzonk. Ik sprong hem direct na, kon hem echter vanwege de sterke stroom niet bereiken. In mijn angst riep ik enkele vissers, die op de oever stonden toe:
„Snel, werpt uw netten uit! Er verdrinkt een mens!"
Zij antwoordden: „Wees bedaard, verveelt ons." je
Ik daarop: „Snel, anders is hij verloren." „Wat bied je ons? "
„Vijf dollar, maar snel!"
„Dat is te weinig, dertig dollar!"
„Vijf dollar is alles wat ik heb."
Eindelijk kwamen zij ertoe, hun netten uit te werpen en trokken ze de ongelukkige aan land. Hij was echter reeds dood."
Het was Taylor er om te doen medewerkers voor de China-zending te winnen. De velden waren wit om te oogsten. Er moest een leger uitgezonden worden. Deze gedachte hield hem elke dag bezig. Zó zeer, dat hij op het schutblad van zijn bijbel schreef: „Ik heb God om vierentwintig flinke vrijwilligers gebeden. Brighton, de 25e juni 1865." In diezelfde maand schreef hij in zijn dagboek:
„Menselijk gesproken is alleen de gedachte dwaas, dat ik eens zoveel medewerkers zal krijgen. Maar het is immers alles anders, indien God rekent."
." En meldden zich vrijwilligers? Ja, na iedere bijeenkomst kwamen er mensen, die zich beschikbaar wilden stellen voor de China-zending. Taylor had echter een grote ervaring en vertrouwde niet iedereen en ook was ieder niet geschikt voor de taak die wachtte. Apart werd iedereen onderzocht eer hij werd aangenomen. De eisen, door de zendeling gesteld, waren niet zo eenvoudig. Hij zocht in de eerste plaats niet naar ontwikkelden, maar naar mensen, die in hun hart waren gegrepen door de liefde van Christus. Bovendien moesten ze een sterk lichaam hebben met een goede gezondheid.
Het gebeurde dat Taylor op deze manier krachten kreeg, die veel hebben gepresteerd onder de zegen van God. Door hem werd ook een zekere Ruthland aangenomen. Hij was smid van beroep, maar hij liet zijn werk aan anderen over en ging naar China. Daar stichtte hij vier zendingsposten en een heleboel stations. Het gehele Nieuwe Testament en een groot deel van het Oude werd door deze vroegere smid in het dialect van zijn zendingsgebied vertaald. Verder meldde zich Meadow, een werktuigkundige, aan. Deze man had zulke geringe gedachten van zichzelf, dat hij alleen als voorlezer naar dat verre Rijk zou gaan. Het is gebeurd, maar al spoedig merkte Taylor, dat hij deze bescheiden man best gebruiken kon. Hij werd één van de naaste medewerkers van de zendeling. Honderden kilometers drong hij door in de noordelijke provincies, waar nog nooit een zendeling was geweest.
Taylor begreep heel goed dat een grote zending in China een goed thuisfront moest hebben, een front, dat goed georganiseerd was. Van het Londens Zendingsgenootschap had Taylor zich reeds in China losgemaakt. Welnu, hij zou een nieuw, een eigen genootschap, oprichten. Hij noemde het China-Inland-Mission, dat wil zeggen: zending van het chinese binnenland.
Dat ging niet zo gemakkelijk. Taylor was bij de oprichting het enige lid en moest dus ook directeur, bestuur en penningmeester zijn. En het beginkapitaal? Dat stortte hij zelf en die som was niet meer dan driehonderd shilling! Wat moest daar van terecht ko-
men? Taylor wist het ook niet, maar dat was in zijn leven al zo vaak gebeurd, dat hij het niet wist. Telkens kwam er dan uitkomst. Ook nu. En van welke kant en door wie? Door een man, die Taylor slechts van naam kende, namelijk Berger, die al zo dikwijls voor cheques had gezorgd als de zendeling in moeilijkheden zat.
Nu stond Berger onverwacht vóór Taylor. Deze kon zijn ogen niet geloven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1965
Daniel | 16 Pagina's