JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zuid-Afrika: Land van de ontmoeting

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zuid-Afrika: Land van de ontmoeting

7 minuten leestijd

Zuid-Afrika: Land v (Slot)

Niet radicaal genoeg

Onze waardering voor de opzet van het beleid, dat afzonderlijke ontwikkeling heet, kwam al enkele keren tot uitdrukking. Niemand zal kunnen ontkennen, dat dit politiek bestek getuigt van inzicht, durf, visie. Zuid-Afrika zal nu in toenemende mate de daad bij dit uitstekende bestek moeten voegen. Alleen dan kunnen de plannen volledig werkelijkheid worden. Want wel is men aan de uitvoering begonnen — prachtig werk werd o.m. verricht voor onderwijs en volksgezondheid — maar toch lijkt ons de aanpak op andere punten nog lang niet radicaal genoeg. Wij denken aan de ontwikkeling van de thuislanden, die een vorm van zelfbestuur is beloofd. 70% van de 7 miljoen Bantoes in blank gebied zal naar deze streken moeten terugkeren. Doch deze „Bantustans" bieden op het ogenblik niet eens voldoende bestaansmogelijkheid voor de huidige bevolking van 4 miljoen. Hoe wil men dan een volk van 9 miljoen voeden? Verbetering van landbouwmethoden en vestiging van enkele fabriekscomplexen aan de grenzen — hoe goed bedoeld ook — zijn daarvoor beslist onvoldoende. Er is maar één werkelijke oplossing: de industrialisering van de „Bantustans" zélf. Slechts een omvangrijke en gevarieerde groep industrieën kan immers werk aan honderdduizenden verschaffen.

Deze zaak heeft haast. Na Transkei zullen de overige Bantoelanden zo spoedig mogelijk zelfbestuur moeten ontvangen, zo niet, dan dreigt het gevaar dat de Bantoe

an dè ontmoeting Transkei als een „zoethoudertje" gaat beschouwen.

Deze zaak heeft haast. Zelfbestuur verlenen aan gebieden, die economisch geen enkel perspectief kunnen bieden, is zo goed als zinloos. De zelfstandige staten van straks mogen bovendien geen armetierige republiekjes blijven. Nu de Bantoe in ontwikkeling de andere negervolken van Afrika overtreft, nu hij dagelijks welvaart en weelde van de blanken om zich heen ziet, kan en mag men niet verwachten dat deze Bantoe nog jaren achtereen dank-u-wel zal zeggen voor lonen, die in het algemeen laag, te laag zijn.

Deze zaak heeft haast. De thuislanden dienen in hoog tempo te worden ontwikkeld tot zelfstandige en volwaardige staten met een goede levensstandaard. Reusachtige kapitalen zullen de Afrikaners daarin extra moeten investeren.

Dit alles beseffen de leidende figuren van Zuid-Afrika natuurlijk ook, maar zij kunnen niets ondernemen zonder de medewerking van hun kiezers, die heel dikwijls minder ver kijken. Zijn zij bereid de offers te brengen, die een versnelde aanpak mogelijk maken?

Te radicaal

Zuid-Afrika koerst in de richting van een gemenebest, waarin de ene blanke staat en de vele zwarte staten zullen samenwerken. In de blanke staat, die de Bantoe arbeidskrachten nooit geheel kunnen missen, zijn echter barrières opgeworpen, die het ontstaan van deze samenwerking zouden kunnen beletten.

Wat is het geval? In Zuid-Afrika heeft altijd een zekere afstand bestaan tussen blank en zwart. Tijdens onze eeuw is de blanke steeds meer ertoe overgegaan om de traditionele verhoudingen en voorrechten vast te leggen in een aantal wetten. Heeft de innerlijke angst voor de ondergang van het eigen volk daarbij de Afrikaners parten gespeeld?

Ik ben geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden. Hoe moet men anders b.v. het uitvaardigen van de wet verklaren, die het huwelijk tussen blank en zwart verbiedt?

Het lijkt wel alsof de Afrikaner niet beseft dat juist dit tot wet verheffen van het algemene gebruik om géén gemengde huwelijken te sluiten, kwetsend kan zijn voor de ontwikkelde Bantoe. Deze leest in een

dergelijke te radicale maatregel een blijk van wantrouwen.

En wat moeten we denken van het „vir blankes alleen", dat sommige treinstellen (ont)siert? Wat van de aparte stations, de aparte loketten, de dito banken in parken enz.?

Van Zuidafrikaanse zijde stelt men graag, dat deze bepalingen spanningen tussen blank en zwart voorkomen. Ik kan dat tot op zekere hoogte wel aannemen. De intocht van duizenden primitieven in een typisch Westerse samenleving schept een massa speciale problemen en vraagt sems bijzondere maatregelen.

Toch neemt dit argument onze bezwaren niet weg, want die richten zich tegen de stilzwijgende veronderstelling dat de Bantoes primitieve mensen blijven. En daarin schuilt een flink stuk discriminatie. Want onafwendbaar komt de dag nader — voor sommigen is die dag al aangebroken — waarop men dit soort publieke scheidingen als schrijnend gaat ervaren.

Indien het de Afrikaner van harte ernst is met de Bantoe in goede harmonie samen te werken en te leven, dan dient de wettelijke basis van de „kleine apartheid" langzaam maar zeker te worden afgebroken, zodat deze een tijdelijk karakter krijgt en tenslotte geheel verdwijnen kan. En is het daarvoor — in het licht dei-Schrift gezien J) — niet de hoogste tijd?

Land van dè ontmoeting

Zal Zuid-Afrika, het land van de grote, vreedzame ontmoeting tussen blank en zwart kunnen worden? Voor de beantwoording van deze vraag zouden wij willen

verwijzen naar de onderlinge discussie van de Afrikaners. De laatste jaren is het onderwerp van gesprek wel wat veranderd. De eis tot zelfbehoud en de roep om „blanke baasskap" krijgen niet meer het zware accent van voorheen

In dit voor Zuid-Afrika beslissend uur van de geschiedenis zijn velen opnieuw de kernvraag gaan stellen: „Wat vraagt Gods Woord van ons, gereformeerde Afrikaners? "

Mannen als prof. Hugo du Plessis roepen met grote ernst en bijna profetische bewogenheid volk en regering op niet langer te hinken op twee gedachten. Zij dringen aan op boete, geloof, zelfverloochening en offervaardigheid. Een enkel citaat uit een boekje van Du Plessis ter illustratie: — „Ons sal moet offer wat Suid-Afrika vra. Alleen deur te offer is daar lewe. Daar is geen oorwinning sonder die kruis nie. Daar sal geoffer moet word in geld, arbeid en miskien ook deur meer grond aan die Bantoes af te staan...."

— „Ons kan moeilijk 'n treuriger toestand in Suid-Afrika indink as een waarin deur God geroepe en begenadigde mense so dwars en direk teen die Woord van God ingaan dat hulle elke Bantoe as 'n potensiële (mogelijke) vijand van die blanke beskou."

— „As ons weier om 'n Christelike antwoord te gee, dan kan ons ook nie staatmaak op die seen van God nie."

— „Wat die Skrif sê (zegt) en nie wat ons in belang van ons eie voortbestaan ag nie, behoort vir ons beslissend te wees." 2)

Deze geluiden zijn bijzonder moedgevend. Het is waar, alle verhoudingen zijn nog niet rechtvaardig, alle blanken bezitten nog niet de juiste instelling, alle Bantoelanden zijn nog niet voldoende ontwikkeld. Maar als Zuid-Afrika zijn weg gaat mét het Woord van God, dan zullen de verbeteringen niet uitblijven, dan kan de zuidpunt van het zwarte continent het land van dé ontmoeting worden.

Uiteindelijk gaat het in Zuid-Afrika om de vreedzame coëxistente tussen Afrikaners en Bantoes. Hier moeten twee volken samen werken aan hun toekomst door elkaar te assisteren en aan te vullen, terwijl zij toch zichzelf willen zijn en blijven. En is dat niet in het klein de opgave, waarvoor Afrika, Azië en Europa in de wereld van morgen zullen staan.

Zal het orthodox-gereformeerde Zuid-Afrika dan het goede voorbeeld gegeven hebben? Wij hopen en bidden, dat dit onder Gods zegen zo mag zijn, opdat Zijn Naam door de volken geëerd en geprezen worde.

„Uit duisend monde word die lied gedra. Ek sluit my oë; soos 'n serafskoor Val daardie stemme strelend op my oor: 'Nkosi sikelel' i-Afrika!

Ons vra u seen, o Heer, vir Afrika! Ek kyk, en sien die skare voor my staan: Zoeloe en Kosa, Soeto en Sjangaan, En ek, 'n blanke — vele volkre, ja — almal verenigd om Gods seen te vra op net een tuiste, net een vaderland, want die Alwyse het ons saamgeplant en saam laat wortel in Suid-Afrika. 'Nkosi, sikelel' i-Afrika! Seen, Heer, die land wat vele volkre dra."


*) Zie o.m. Lucas 6 : 31, Marcus 12 : 28-33, 1 Thes. 5 : 15, 1 Petrus 2 : 12, 3 : 9.

-') Prof. Hugo du Plessis: , , 'n Nu we deurbraak, " Potchefstroom, 1963, blz. 23, 31, 42 en 29. Zie ook de brochure van Prof. L. J. du Plessis: „Apartheid — Ja of nee of ja-nee", Potchefstroom 1957, waaraan het gedicht van H. Fagan is ontleend, waarmee wij dit artikel besloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1965

Daniel | 16 Pagina's

Zuid-Afrika: Land van de ontmoeting

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1965

Daniel | 16 Pagina's