Naar ’t heilig land
18.
GELOOF EN ONGELOOF
GELOOF EN ONGELOOF „Wij hebben 't land gezien dat God zal schenken, 't Is uitermate goed, ziehier zijn vrucht. Het sterke volk zal wijken op Zijn wenken, het siddert reeds bij naderend gerucht.
Zijt niet vervaard! God zal aan ons gedenken, Zijn trouw is groot, Zijn almacht is geducht. In 't dorre oord moet ons de steenrots drenken en manna daalt uit wolkenloze lucht."
Toen weende 't volk: „Hoe zullen wij vermogen? Wij zullen vallen in de zware strijd. Waarom zijn wij naar d' ondergang getogen? "
Het ongeloof vertrouwt op schild en bogen en steunt op macht en menselijk beleid, 't Geloof richt naar omhoog de wachtend' ogen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1965
Daniel | 16 Pagina's