Over oude schrijvers — Jongelui moeten oude druk kunnen lezen — Het houten been.
RONDKIJK
Deze keer wil ik iets schrijven over het lezen van oude schrijvers door onze jonge mensen. Uw rondkijker las daar een mooi artikel over in het Gereformeerde Weekblad van de hand van Ds. J. v. d. Haar, Herv. predikant te St. Maartensdijk, Ds. v. d. Haar noemde het een gelukkig verschijnsel, dat vele oude geschriften onzer vaderen in Engeland en Amerika en ook in ons land worden herdrukt. Zo geeft de Souvereign Grace Club (de souvereine genade (boeken) club) Evansville 13, Indiana tal van leerstellige en practicaal geestelijke werken uit, o.m. van John Owen, Thomas Brooks, Charnock, Taylor e.a. Voor hen die de Engelse taal machtig zijn prachtige uitgaven, die voor een koopje te krijgen zijn. Voor 35 shillings kan men in bezit komen van 7 prachtige delen van John Owen's uitleg op de Hebreen (4000 pagina's). Eveneens is van Owen verkrijgbaar „Temptation of sin", Aanvechtingen over de zonde en zijn bekende werk over de Rechtvaardigmaking. Wij menen dat Lindenberg's Boekhandel te Rotterdam er de alleenverkoop van heeft voor Nederland.
In Engeland geeft de uitgeverij „The Banner of Truth" (Banier der Waarheid) bijna alle werken uit van puriteinse e.a. betrouwbare oud-Engelse en Schotse schrijvers, die eveneens voor een lage prijs en in prachtige uitvoering verkrijgbaar zijn, o.m. de bekende „Viervoudige Staat" van Boston. In de Engels sprekende landen bestaat hiervoor grote belangstelling, vooral onder de jeugd. Ds. v. d. Haar zegt hiervan:
„De kerkjeugd in Engeland, Schotland, Amerika en Canada leest weer de oude schrijvers, waarvan menige neo-calvinist in Nederland meermalen gezegd heeft of nog zegt: goed voor de kachel! Maar... . onbekend maakt onbemind. Wij zien, in het vals-oekumenisch streven in onze dagen, waarheen het neo-calvinisme ons volk brengt. Als we niet acht geven — ik denk ook aan uitspraken en aan het laatste werk van dr. Berkouwer over het Concilie naar Rome.
En hoe staat het in Nederland? Ds. v. d. Hr. vervolgt dan: „De meeste en beste oudvaders kunnen we hier slechts antiquarisch, en dat soms voor een hoge prijs, verkrijgen. Waarschijnlijk liggen er hier en daar, ook op uw zolder, of verborgen in een kast? kostelijke werken van vroeger verborgen. Ik ontmoette eens iemand, die al zijn zeer gaaf bewaarde Teellinks enz. inruilde voor in nieuwe druk verschenen Smijtegelts enz. Welk een waarde-vermindering!
Wij behoorden allen de oude druk te kunnen lezen en er niet tegen op te zien om die onder de knie te krijgen. Het kost heel wat minder moeite, dan menige andere cursus of les van u vraagt. En, het gaat zon-
der gevaar, in tegenstelling b.v. met de auto-rijkunst. Ja, het brengt u in een geestelijk klimaat, waarin werkelijk de Geest des Heeren a.h.w. nawaait in ons hart, wanneer we er mee in aanraking komen."
De opwekking die ds. v. d. Hr. doet, dat onze jonge mensen zich meer zullen verdiepen in de werken van onze godvruchtige voorvaderen kunnen we van harte onderstrepen. Wat heeft wijlen ds. G. H. Kersten dit in zijn werken vaak benadrukt. En we moeten het ook toejuichen dat er in ons land nog uitgevers gevonden worden die er zich op toeleggen — en daar veel kapitaal in investeren — om in de gangbare Nederlandse spelling werken zowel van Nederlandse als Engelse en Schotse godgeleerden, opnieuw het licht te laten zien. Dat verdient onze steun.
Romijn en Van der Hoff te Gorinchem geeft sinds jaren preken uit in de serie „Overjarig koren" en in een adem noemen we daarbij de Reveilserie (Uitgave Pieters, Oostburg) onder redaktie van ds. G. A. Zijderveld te Middelburg. Een abonnement op deze mooie, kleine uitgaven, kost slechts een bagatel gelds. Laten onze jonge mensen de uitroep van Augustinus: Tolle lege — neem en lees — nakomen!
Eer ik nu besluit, moet ik toch nog iets van het houten been zeggen. De Schotse predikant Thomas Boston (1676—1732) gebruikt in zijn kostelijk werk „De gemeenschap der heiligen" het voorbeeld van een houten been om aan te tonen, dat dit een zeer nuttig instrument voor de mens kan zijn, en door zijn sterkte het lichaam steunt. Maar het behoort niet tot het lichaam! Hij vergelijkt dit houten been met leden, die niet tot het geestelijk lichaam van Christus behoren en toch de Kerk van nut zijn. „Genadeloze, weibegaafde leraars èn belijders, zegt Boston, kunnen een mond hebben om de waarheid te spreken en handen, om dezelver belang te helpen voorstaan tot nut der heiligen. Doch de Waarheid baat hen niet, omdat hun het hart ontbreekt om ze te omhelzen. Een houten been, schoon aan het lichaam verbonden, is er toch geen lid van, omdat het door de ziel en het leven van dat lichaam niet verlevendigd is."
Tot zover Boston.
Zijn we slechts zo'n houten been? Dan wordt dat eenmaal weggeworpen of verbrand.
In de 21ste zondagsafdeling van de Heidelbergse Catechismus wordt gesproken van „een levend lidmaat." Dat blijft eeuwig. Het komt er voor ons op aan, dat we dat zijn. En in de oude schrijvers wordt een juiste separatie getrokken tussen het ware en het nabijkomend Christendom. Ds. Smijtegelt zou zeggen: „het is wel de pyn der moeite waard" om het na te speuren. Onze jonge mensen mochten er maar veel lust in hebben. Het zou zegen kunnen afwerpen en tot. eeuwig heil kunnen zijn.
Rondkijker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1965
Daniel | 16 Pagina's