Onze reis door Israël en Jordanië
(Vervolg)
Inmiddels is de morgen voorbij en rijden wij terug naar het hotel, waar wij het middagmaal gebruiken. Na het eten wordt gelezen het 19e hoofdstuk uit het Evangelie van Johannes.
In de namiddag brengen wij een bezoek aan The Garden Tomb; deze plaats is het resultaat van opgravingen door de Engelse generaal Gordon, in het jaar 1838 verricht. Volgens de Bijbel is de Heere Jezus buiten de stad gekruisigd en met die wetenschap en nauwkeurige berekeningen
kwam hij op deze plaats. Met de opgravingen kwam men tot de ontdekking dat de oude muur bij deze plaats weer was opgebouwd en men vond in de nabijheid een grafkelder met een ruimte voor vijf personen, dooh slechts één graf was voor gebruik gereed gemaakt, of, zoals men vaststelde, reeds gebruikt geweest.
De heuvel in de nabijheid van deze grafkelder heeft de vorm van een hoofdschedel; men heeft dus aangenomen dat deze grafkelder door Jozef van Arimathea beschikbaar is gesteld om de Heere Jezus te begraven. De stilte en eenvoud, die hier heersen, spraken sterk tot ons; wij gingen door een opening de grafkelder binnen en zagen het graf, waarin de Heere Jezus werd neergelegd. Door ons bezoek aan deze plaats kregen wij een indruk van de wijze, waarop in die tijd de doden werden begraven.
Het is nog vroeg in de middag wanneer wij The Garden Tomb verlaten en wij keren terug naar Jeruzalem. In het Hotel met z'n Oosterse sfeer, waar wij reeds eerder een bezoek gebracht hebben, rusten wij uit en gebruiken de thee; daarna gaan wij nog enkele winkels binnen om inkopen te doen. Wanneer buitenlanders in Nederland komen nemen zij meestal als souvenirs klompen en molens mee; wie in Jordanië komt en souvenirs wil kopen, neemt kamelen mee, die men in verschillende houtsoorten en grootte kan kopen.
Om zeven uur gebruiken wij het avondeten, daarna wordt gelezen het tweede gedeelte van Lucas 22 en de eerste 12 verzen van Lucas 23.
De volgende dag is de laatste dag waarop wij in Jeruzalem zijn. Na het ontbijt brengen wij een bezoek aan het Palestijns Archeologisch Museum; dit museum is een schenking van John D. Rockefeller, die voor dit doel in oktober 1927 een som van twee miljoen dollar heeft nagelaten; één miljoen werd gebruikt voor de bouw van het museum en één miljoen werd bestemd voor de stichting van een Fonds ten behoeve van de oudheden in dit museum.
De tuin, die bij het museum behoort is de mooiste van Jeruzalem. Het museum is een bijzonder mooi gebouw; de vloeren zijn van kurk gemaakt zodat geen sporen van voetstappen erop achterblijven; de deuren zijn gemaakt van Turks walnotenhcut, dat speciaal hiervoor moest worden ingevoerd; de grote deur, waardoor men binnenkomt, is van brons; bij de bouw zijn twee soorten kalkstenen gebruikt; de ene soort komt uit de omgeving van Jericho en de andere soort steen uit de omgeving van Samaria. De eerste steen werd gelegd op 19 juni 1930 door de Hoge Commissaris van Palestina, Sir John Chancellor. Voor het publiek werd het museum opengesteld op 13 januari 1938.
Het museum bevat een bibliotheek met 35.000 boeken; het gebouw is in verschillende galerijen verdeeld waar men in glazen vitrines, in volgorde van tijdperken een enorm aantal opgegraven voorwerpen kan bezien; onder allerlei gebruiksvoorwerpen, zoals vazen, potten, munten en wapens, vindt men ook bijzondere dingen, b.v. een ivoren parfumflesje in de vorm van een vrouwenfiguur met fraai gebor-
duurde kleding, een grote stenen soepschaal uit de eerste eeuw, een bronzen paardengebit, een stenen doodkist van Filistijnse afkomst, een geraamte van een man, dat bij de opgravingen op de berg Karmel is gevonden enz. Er worden echter onmogelijke jaartallen genoemd in verband met de oudheid der opgegraven dingen.
In het museum zijn ook de bekende Dode Zee-rollen te bezichtigen; deze rollen zijn in het voorjaar van 1947 door Bedoeinen gevonden in het woeste gebergte ten Westen van de Dode Zee; in dit gebergte zijn vele grotten en in een dezer grotten zijn deze rollen gevonden. Men vond enkele leer-en papyrus-geschriften, maar ook een leren rol met een lengte van 7.15 meter, waarop de onbeschadigde tekst van het boek van de profeet Jesaja in de Hebreeuwse grondtekst voorkomt; een onderzoek door experts ingesteld, heeft vastgesteld dat 100 jaren voor Christus deze rollen beschreven zijn; het is niet onmogelijk dat de gevonden rollen dezelfde zijn als die, welke in de tempel ten tijde van de Heere Jezus werden gebruikt.
In Khirbet Qumram, een plaats die dichtbij de vindplaats der rollen ligt zijn bij opgravingen ruïnes blootgelegd van een klooster, dat aan de Joodse secte, de Esseen toebehoorde; uit de gevonden geschriften blijkt dat de Esseen hier volgens zeer strenge regels, eenvoudig en sober leefden in afwachting van het eindgericht; zij bleven ongehuwd en verfoeiden de eed alsook dieren-offers; zij onthielden zich van wijn, vlees en olie; zij leefden in een nauwe betrachting van de wet van Mozes, die zij als een God vereerden.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1965
Daniel | 16 Pagina's