Huntington over de Bijbel
RONDKIJK
Dezer dagen kwam mij de geschiedenis van Klein Geloof weer eens in handen, een samenspraak tussen een rentmeester en een herder, beschreven door William Huntington. Op allegorische wijze stelt hij in dit boek het leven van Klein Geloof voor en spreekt daarbij naar de bevinding en ervaring van Gods gunstgenoten.
William Huntington leefde van 1745 - 1813 en was predikant van de voorzienigheidskapel te Londen. De „kolendrager" — zo noemde hij zich vaak omdat hij dit vak beoefend had — was een geweldig prediker en trok duizenden hoorders, die mijlen ver kwamen om hem te beluisteren. Hij sprak „de tale Kanaans". Dat komt ook in zijn boeken uit, die hij er tientallen heeft geschreven en waarvan er vele in het Nederlands zijn vertaald. Erg bekend is b.v. „Het Koninkrijk der hemelen ingenomen door gebed"; „God, de kassier der armen" en zijn „Arminiaans geraamte".
In „Klein Geloof" laat Huntington de Herder vertellen over het leven der schapen en Rentmeester over de zonen en dochteren van het Koningshuis, tot wie Klein Geloof ook behoort. En hij geeft daarbij tal van aanwijzingen en raadgevingen. In een van de gesprekken geeft hij een beschouwing over de Bijbel, die hij de moeder van alle goede boeken noemt. Een gezegende moeder, die hem menige zoete spijze, menige honingdroppel en menige volle beker melk heeft verschaft. Huntington komt dan tot de volgende ontboezeming over het Boek der boeken:
„Een natie moet toch waarlijk gezegend zijn, als het door geen andere wetten bestuurd werd, dan door die van dit gezegende boek. Het is zulk een volmaakt stelsel, dat er niets bijgevoegd, noch afgenomen kan worden. Het bevat alles wat noodzakelijk is, geweten en gedaan te worden. Het verschaft een voorschrift voor een koning (Deut. 17 : 18) en een leefregel voor een onderdaan. Het geeft onderrichting en raad aan een raadsheer, macht en bestuur voor een overheid. Het waarschuwt een getuige, eist een onpartijdige beschuldiging van een gezworene en voorziet de rechter van zijn vonnis.
Het stelt de echtgenoot als heer van het gezin, de vrouw als vrouw der tafel, zegt hem hoe te regeren en haar hoe te besturen. Het vordert eerbied aan ouders en beveelt gehoorzaamheid aan kinderen. Het geeft onderrichting voor bruiloften en begrafenissen, regelt feesten en vasten, treuringen en juichingen, beveelt arbeid des daags en rust voor de nacht. Het belooft voedsel en kleding en beperkt het gebruik van beiden. Het wijst een getrouwe en eeuwige Beschermer aan
de scheidende echtgenoot en vader; zegt hem, aan Wien zijn vaderloze kinderen over te laten en in Wien zijn weduwe te betrouwen heeft. (Jer. 49 : 11)
Het onderwijst een mens. hoe hij zijn huis moet bereiden en zijn testament moet maken. Het is het beste boek en het oudste boek in de gehele wereld. Het bevat de beste wetten en de diepzinnigste verborgenheden; het brengt de beste tijdingen en verschaft de beste vertroosting voor troostelozen. Het is een beknopt verslag van al het verledene en een zekere voorspelling van al het toekomende. Het beslist alle geschillen, lost alle twijfelingen op en ontheft het gemoed en het geweten van al haar zwarigheden. Het openbaart de enige levende en waarachtige God en wijst de weg naar Hem aan. Het is een wetboek om recht en onrecht aan te tonen; een wijsheidboek, dat alle dwaasheid veroordeelt en de dwazen wijs maakt, een waarheidsboek dat alle leugen ontdekt en alle dwalingen weerlegt; een levensboek dat leven geeft en de weg van de eeuwige dood aanwijst.
Het is het beknoptste boek ter wereld, de oudste, geloofwaardigste en boeiendste geschiedenis, welke ooit in het licht is gegeven; het bevat de oudste oudheden, vreemde voorvallen, wonderlijke gebeurtenissen, heldendaden en onvergetelijkste oorlogen. Het beschrijft de hemelse, aardse, onderaardse wereld en de oorsprong der miriaden engelen, menselijke geslachten en duivelse legioenen. Het is een volmaakt wetboek, een volmaakte vereniging van Godgeleerdheid, een onvergelijkelijk verhaal, een boek van landreizen, zeereizen en levensbeschrijvingen, Het is het beste verbond dat ooit gesloten werd, de beste daad ooit verzegeld, het beste getuigenis ooit verschaft en het beste besluit, dat ooit getekend werd. Het te verstaan is waarlijk wijs te zijn; er onkundig in te zijn, is van de wijsheid verstoken te wezen.
Het is des Konings beste voorschrift, de beste regel voor de overheid, de beste gids voor de huisvrouw, de beste onderrichter voor de dienstknecht en de beste metgeze'1 van de jongeling. Het is het spelboek van de schoolknaap en het meesterstuk voor de geleerde man. Het is het woordenboek voor de onwetende en het richtsnoer voor de wijze.
Zo gaat Huntington in machtige taal door om lof te bezingen aan het volmaaktste Boek en zegt dan aan het slot:
„En wat alles bekroont, is, dat de Auteur zonder partijdigheid en zonder geveinsdheid is, in Wien geen verandering is, noch schaduw van omkering."
De Bijbel mocht ons ook zo waardevol zijin of worden, als voor Huntinton, „begeerlijker dan goud, ja dan veel fijn goud, en zoeter dan honing en honingzeem". (Ps. 19 : 11)
RONDKIJKER
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Daniel | 16 Pagina's