Zuid-Afrika: Land van dè ontmoeting
Zuid-Afrika: Land
X Het einde van deze artikelenserie, waarin de achtergronden van de Zuidafrikaanse vraagstukken werden geschetst, komt in zicht. Dit keer willen we met een enkele opmerking aangeven op welke punten het beleid van regering-Verwoerd waardering en begrip verdient. In een slotartikel hopen we enkele kritische kanttekeningen te plaatsen. Tevens komt dan de vraag aan de orde of Zuid-Afrika werkelijk het land van dè ontmoeting zal kunnen worden.
Oneerlijk woordgebruik
Steeds weer vallen in de Nederlandse discussie over de Zuidafrikaanse politiek woorden, die de afschuwelijke herinnering oproepen aan het duivels drijven der nazi's. En ook een lezer uit Utrecht stelde mij de vraag of de huidige Zuidafrikaanse politiek niet bedenkelijk veel lijkt op die van Hitier t.a.v. de Joden. Het wil mij voorkomen, dat hier sprake is van een niet goed geinformeerd zijn.
De politiek van Zuid-Afrika is niet gebaseerd op bewuste onderdrukking, afzondering en verdeling van een wegens raskenmerken ongewenste bevolkingsgroep, doch heeft als uitgangspunt het begeleiden van primitieve volken naar hoger ontwikkelingsniveau en zelfbestuur.
Zijn er dan geen misstanden in Zuid-Afrika? Stellig, maar men kan plaatselijke uitwassen en individuele uitingen van rassenhaat toch niet hanteren om een op geheel andere principes gegronde politiek als Hitleriaans te veroordelen? Doet men dit toch, dan heeft men zich de moeite niet waardig gekeurd om kennis te nemen van de inhoud van deze politiek. Of, en dat is erger, men is bevooroordeeld en eist, dat het Kaapse Barbertje tegen elke prijs moet hangen. Doch wie het Zuidafrikaanse beleid vereenzelvigt met pure rassendisvan dè ontmoeting criminatie, bloed-en bodem-theorie, concentratiekampen en crematoria doet de waarheid op een bijzonder grove wijze geweld aan.
Het is een daad van eenvoudige rechtvaardigheid jegens Zuid-Afrika dit oneerlijk woordgebruik met nadruk af te wijzen. Ook in de politiek geldt het Woord van onze God in volle zwaarte; Gij zult geen vals getuigenis geven. En zondag 43 van de Heidelberger zegt over dit gebod — leest U het nog eens na? — o.a.: „Dat ik.. niemand zijn woorden verdraaie.... niemand lichtelijk en onverhoord oordele of helpe veroordelen...., insgelijks, dat ik., ook mijns naasten eer en goed gerucht naar mijn vermogen voorsta en bevordere."
Afzonderlijke ontwikkeling als methode
Overal ter wereld gaat de ontmoeting van primitieve culturen met het Westen vergezeld van sociale ontbinding, economische ontwrichting en ethische ontreddering. Doch nergens heeft deze ontmoeting op dit moment de afmetingen en de intensiteit, die in Zuid-Afrika aan de dag treden.
Het behoeft ons dan ook niet te verwonderen, dat juist dit land als eerste de ontdekking in haar politiek verwerkte, die kan worden samengevat in de zin: Westerse idealen zijn niet direct overdraagbaar aan de primitieve samenleving. Het resultaat van deze ontdekking, is een beleid, dat de negatieve gevolgen van de spontane ontmoeting wil voorkomen en omzetten in scheppende krachten door middel van een voorbereid kontakt.
Dit beleid — hetzij nogmaals gezegd — is niet gefundeerd op een rassentheorie, maar op de inzichten van vooraanstaande sociologen en volkenkundigen als Eiselen en Bruwer. Als zodanig is de Zuidafrikaanse politiek niets anders dan een groot opgezette en unieke ontwikkelingsmethode, die positief gewaardeerd kan worden.
Kansen voor het Afrikaanse nationalisme
Als tweede pluspunt van deze politiek zou ilc willen noemen het tegemoet komen aan de geest van het nationalisme, dat in Afrika springlevend is. Toen Zuid-Afrika verleden jaar aan de Transkei een vorm van zelfbestuur verleende, heeft het daarmee te kennen gegeven de schreeuw om „uhuruh", cle roep om vrijheid te hebben gehoord.
Natuurlijk ontkennen sommige uitermate
eenzijdige figuren, dat de regering-Vcrwoerd dit nationalisme werkelijk kansen geeft. De leiders van dergelijke zelfstandige gebieden zouden eenvoudig stromannen en handlangers van deze regering zijn. Maar het doel van Kaiser Mantanzima, de sterke man van Transkei, is van onverdachte zijde wel even anders getypeerd. „Hij werk voorlopig saam met die sentrale Suid-Afrikaanse regering, maar is 'n „swart nasionalis", wat spoedig so veel as moontlik vir sy onafhankelik wordende land sal opeis". ')
Een aparte negerstaat in Amerika?
De Utrechtse briefschrijver stelde mij ook Lukas 20 : 41-47 en 21 : 1-9 Numeri 17 nog deze vraag: Weet u dat in Amerika de gedachte aan een aparte negerstaat een tijdlang verdedigd is door de.... communistische partij?
Ik geloof graag, dat de communisten in Amerika deze gedachte hebben gelanceerd, want de situatie is daar volkomen anders dan in Zuid-Afrika. Hier staat de negerbevolking, die slechts 10% van het totale aantal inwoners uitmaakt, op een ontwikkelingspeil, dat zo goed als gelijk is aan dat van de blanke. Bovendien vormen de negers in Amerika geen nationale eenheden meer — zij kwamen oorspronkelijk uit bijna alle delen van Centraal-Afrika — en is hun taal verloren gegaan.
Zij weten zich nu burgers van de Amerikaanse staat en begeren terecht volkomen daarin te worden opgenomen.
Het communistische plan zou dus slechts de ontevredenheid onder de Amerikaanse negers vergroten. En dit past geheel bij de communistische tactiek en moraal. Door onrust en opstand onder de negers worden de kansen op omverwerping van de heersende klasse immers vergroot. En daarmee bewijzen de Amerikaanse communisten goede volgelingen van Lenin te zijn, die gezegd heeft: Wij kennen geen religieuze normen voor goed en kwaad. Alleen die moraal en die tactiek is goed, die de overwinning van het proletariaat bevordert.
Een vergelijking van de opzet van de Zuidafrikaanse politiek met de plannen van de overigens verboden communistische partij in Amerika gaat naar mijn bescheiden mening dan ook op alle punten scheef.
Antwoord aan het internationale communisme
Een geheel andere zaak is, dat het communisme juist alles op alles zet om de plannen van de Zuidafrikaanse regering te verijdelen. In dit land presenteerde zich immers in de vijftiger jaren een ideale situatie voor de doelstellingen van het communisme, toen tienduizenden ontwortelde Bantoes een zwart arbeidersproletariaat vormden, dat de blanken ver in aantal overtrof. Wanneer het internationale communisme die „uitgebuite klasse" tegen de „kapitalistische heersers" in opstand kon brengen — om deze marxistische termen te gebruiken — dan was de vurig begeerde revolutie daar en kon de „dictatuur van het proletariaat" een aanvang nemen.
Moskou en Peking proberen deze prachtkans te benutten, want zij weten van geen scheiding tussen leer en leven. Heel duidelijk is dit gebleken tijdens het Rivoniaproces van dit voorjaar. De Bantoe Nelson Mandela stond toen met anderen terecht wegens sabotage. Hij gaf zijn rechters een lesje in de theorie van de revolutie volgens Marx en verklaarde onomwonden het communisme met geweld en terreur te willen realiseren. Enkele vrienden van Mandela hadden in Peking voor dit doel de nodige instructies ontvangen.
Het is wel triest voor de instructeurs in Peking dat hun pogingen schipbreuk leiden. Het verlenen van zelfbestuur en de verbetering van de maatschappelijke toestanden — deze kwam in ons zevende artikel ter sprake — hebben het klankbord voor communistische leuzen al voor een belangrijk deel laten verdwijnen. De politiek van de afzonderlijke ontwikkeling is — vanuit deze hoek bezien — ook een antwoord op de uitdaging van het internationale communisme.
') Dr. J. J. Degenaar in een Wending-artikel van juni 1963, blz. 257. („Perspektief op Suid-Afrika")
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Daniel | 16 Pagina's