TWEE WERELDEN?
Zondag en werk
Wie heeft niet de neiging om 'n scheiding te maken tussen leer en leven, tussen zondag en werkdag?
De zondag is voor Gods dienst. Dan gaan we naar de kerk, lezen we kerkbladen en andere geestelijke lektuur, praten we met anderen misschien ook over geestelijke zaken.
Maar maandagmorgen stappen we uit de wereld van de zondag in 'n heel andere wereld. Met 'n maandagmorgengezicht gaan we naar werk of school, ontmoeten daar onze kollegae of vrienden en gaan met minder of meer zin weer aan de slag.
De vorige dag hoorden we „gij zult uw naaste liefhebben als uzelf!" en „gij zult niet stelen, " maar als n kollega of klasgenoot ons iéts in de weg legt staan we zo in vuur en vlam, en als we de kans krijgen om 'n overmatige winst te halen zullen we dat niet laten!
Ja, en 's maandagsavonds zijn we „natuurlijk" niet in de stemming om ons zakbijbeltje te pakken, want dat is „een heel andere wereld", „dat is niet voor 'n gewoon mens, als ik ben!"
Ons avondgebed raffelen we snel af, het „in vuur en vlam staan" of de „overmatige winst" houden we voor onszèlf en aan Gód vertellen we dat we „zondaar" zijn. Misschien stoppen we op 'n gegeven dag met het bidden, want „wat helpen al die woorden? "
Dinsdagmorgen gaan we weer aan 't werk en de geschiedenis herhaalt zich, misschien nog veel erger dan 's maandags!
Voel je 't? We hebben ons leven in 2 stukken gesplitst, het „geestelijke" (zondag) en het „natuurlijke" (werk). Maar alles, wat wij in 2 stukken delen, valt dood en onbezield in stukken uit elkaar! Het gaat over tot ontbinding! Misschien roeren we onze mond nog in n principiëel gesprek, met kollegae of verenigingsleden. Maar onze handen, onze daden, spreken onze mond, onze woorden tégen!
Misschien zijn we de vlotte jongen of het vlotte meisje, vlot in de snackbar of bios en misschien ook nog vlot in het vragen beantwoorden op de catechisatie. Laten we ons niet vergissen!: 't is een lege, uitgeholde, vlotheid. Zónder houvast, omdat we ermee aan het Leven, aan Ghristus voorbijgaan!
Niet één dag!
Niet alleen voor ouderen, maar ook jou en mij gelden Galvijns woorden:
„Christus is niet tevreden met één dag (de zondag B.), maar slechts met de gehele loop van ons leven; totdat wij geheel en al, onszelf afgestorven, met Gods leven vervuld worden"
De Reformatie verwierp élke scheiding tussen leer en leven, tussen zondag en werkdag. Daarom kon Calvijn i.v.m. het gebed „gedenkt de sabbatdag !" schrijven:
„Waarom komen wij niet dagelijks samen, zult gij zeggen, opdat zo de onderscheiding der dagen weggenomen worde? Och of ons dit gegeven werd!; en voorzeker de geestelijke wijsheid was waardig, dat dagelijks voor haar een deeltje van de tijd werd afgenomen" 2).
En n.a.v. „de zevende dag zult gij rusten" merkte Calvijn op:
„En toch hang ik niet zo aan dat getal zeven, dat ik de Kerk zou willen binden aan het houden daarvan. Immers ik zal de kerken niet veroordelen, die andere dagen bestemd willen houden voor hun samenkomsten, mits zij zich slechts onthouden van bijgeloof" 3).
De scheiding tussen zondag en werkdagen, tussen het geestelijke en het natuurlijke is in diepste zin „bijgeloof". Waarom bijgeloof? Wel, we trekken dan
voor God „wat tijd uit" en houden de „rest" voor onszelf. Het geloof is hier een zaak van de vrije tijd, daarmee is het bij-geloof!
De zondag eindigt echter niet op zondagavond 12 uur, ze zal „nooit volkomen zijn, totdat de laatste dag gekomen zal zijn" (Calvijn).
Christus wil ons gespleten leven heel maken. Hij is Heiland (Heelmaker)! Dan heten we christenen omdat Hij in ons leven vanuit het middelpunt (ons hart) het bijgeloof verjaagt! Hij wil alles doen, ook in jouw leven!, als we stamelen:
„Ontferm U onzer Heer, als wij slech bloeiden En rijpten voor het naderend gericht; Breek tot ons door, dat w' eind'Ujk in Uw licht Ontwaken, wij, door zond' en schuld verknoeiden. Om, begenadigd, nog dit jaar te dragen
Die vrucht, waarnaar G' in dat gericht zult vragen..."
(A. Wapenaar)
Ik eindig deze artikelenserie en neem afscheid van je met het woord van Christus: „laat uw licht alzó schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken".
J. J. Bos.
ï) J. Calvijn, Institutie, Bk. II, Hfdst. VIII par 31;
ts 2) a.w. Bk. II, Hfdst. VIII, par. 32;
•) a.w. idem, idem, par 34.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1964
Daniel | 16 Pagina's