Onze reis door Israël en Jordanië
(Vervolg)
De kruisvaarders veranderden de moskee in een kerk, doch Saladin herstelde de geheel gaaf gebleven kerk weer in een moskee en versierde haar met bijzondere gekleurde tegels, marmer en mozaieken. Volgens de Mohammedanen is Mohammed, gezeten op een wit paard, op deze plaats opgevaren naar de hemel. Tegenwoordig wordt er elke vrijdag een plechtige bidstond gehouden. Men vermoedt dat op deze plaats het paleis van koning Salomo heeft gestaan; met opgravingen zijn hier de stallen blootgelegd, die daarbij gebouwd waren; omdat koning Salomo 6000 paarden bezat, was hiervoor een grote ruimte nodig. We begeven ons nu naar de Klaagmuur; dit is een gedeelte van de muur dat met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 na Christus is blijven staan. Na de verwoesting begaven de Joden zich naar deze muur om te wenen over hun stad en heiligdom, die verwoest waren. De klaagmuur is uit drie verschillende lagen stenen opgebouwd, wat nu nog te zien is; met recht konden de Joden wenen over de vreselijke verwoesting, die door de Heere Jezus was voorzegd, met de woorden: „Voorwaar zeg Ik u, hier zal niet een steen op de andere steen gelaten worden, die niet zal worden afgebroken". Ook psalm 79 spreekt ons over de verwoesting van Jeruzalem. De Joden kunnen nu niet meer naar hun klaagmuur gaan, daar deze muur op Jordanisch grondgebied staat en dit dus voor hen verboden terrein is. Het tempelplein is een stille getuige van de meedogenloze strijd, het onnoemelijke leed en van de gruwelen, die hier hebben plaatsgevonden. Het plein is 480 meter lang en 300 meter breed; in de muren bevinden zich zeven poorten, n.1. de Jaffapoort, de Mestpoort, de Zionpoort, de Gouden Poort, de Stefanuspoort, de Herodespoort
en de Damascuspoort. Hoevele malen is de Heere Jezus door deze poorten gegaan wanneer Hij naar de tempel ging? De juiste plaats waar de tempel heeft gestaan is niet vast te stellen omdat hij vele malen is verwoest en weer opgebouwd. Door de koning van Egypte werd een aanval op Jeruzalem gedaan en de tempel en het paleis beroofd van hun gouden schatten. Tijdens de regering van koning Joram werd Jeruzalem wederom geplunderd door de Arabieren en de Filistijnen. Koning Hizkia heeft de stad veel van haar oude luister teruggegeven, doch onder koning Jojakim moest de stad zich overgeven en werd door Nebukadnezar een groot gedeelte der inwoners als gevangenen weggevoerd; de achtergebleven Joden hebben, onder leiding van Zedekia, getracht door een opstand onder het juk van de vijand vandaan te komen, doch door totale uitputting, hongersnood en besmettelijke ziekten moesten zij zich overgeven en de Babyloniërs roofden de laatste schatten, verbrandden de tempel en wierpen de muren omver. De profeet Jeremia zegt ervan: „Hoe zit de stad zo eenzaam, die vol volks was; zij is als een weduwe geworden, zij, die groot was onder de heidenen".
Nogmaals werd onder Ezra en Nehemia de stad herbouwd, doch Alexander de Grote deed zijn intocht in de stad. Door Antiochus Epifras werd de stad geplunderd. Na een lange tijd het strijdperk te zijn geweest van de Makkabeën kwamen de Romeinen en namen de stad in; een vreselijke strijd is hierbij gevoerd; duizenden dode lichamen bedekten de straten en om de Joden te tergen werd het Heilige der Heiligen door Pontianus in veldheersuniform betreden. In het jaar 37 voor Christus overweldigde Herodes de Grote de stad en koelde zijn oude Edomitische haat in een vreselijk bloedbad; hij maakte van Jeruzalem „zijn stad", bouwde een kostbaar paleis en liet de tempel in pracht herrijzen; deze tempel stond er ten tijde van de Heere Jezus. Later kwamen de Joden in opstand en toen werd het vreselijk gericht voltrokken, dat door de Heere Jezus was
voorspeld, volgens Lucas 19. In het onheilsjaar 70 na Christus werd de strijd geleverd; bijna een maand duurde de slag om de tempel; de Joden streden verwoed en geloofden dat Jaweh het Heiligdom zou bevrijden. Titus, die het beleg voerde, wilde de tempel sparen en eiste de overgave der Joden, doch deze werd geweigerd; de buitenste muur van het tempelplein was reeds bestormd en twee zuilengangen waren vernietigd, doch de Joden wilden van geen overgave weten en streden vertwijfeld verder; op een gegeven moment slingerde een Romein een brandende fakkel naar binnen en werd de tempel door een vuurzee volledig verwoest en hierdoor is de profetie letterlijk in vervulling gegaan.
Vijf en zestig jaren is het tempelplein woest en ledig gebleven; later is er door Hadrianus, in het jaar 135 na Christus, een heidense tempel op gebouwd, doch deze werd door Constantijn de Grote verwoest. In het jaar 363 wilde keizer Julianus Apostata de tempel opbouwen om de profetie tot leugen te maken; de Joden werkten er ook aan mee, maar deze opbouw werd door natuurrampen verhinderd, zodat tot op deze dag het tempelplein nog woest en ledig is; het onkruid groeit tussen de stenen plavuizen. De tempelpoort, die men opgegraven heeft, staat weer op het tempelplein maar van de tempel heeft men niets kunnen vinden. Staande op het tempelplein, met op de achtergrond de Olijfberg en de Hof van Gethsémané, zagen wij de vervulling van het door de Heere Jezus aangekondigde oordeel.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1964
Daniel | 16 Pagina's