Naar 't heilig land
16.
DE WET VERBROKEN
Eén lichtstraal van Uw Majesteit, de donk're berg ging glanzend lichten! Wij tvaren op Uto komst bereid, maar dekten onze aangezichten. Wie kan bestaan als Gij gaat richten?
Wij voelden onze nietigheid, toen Gij Uw grootheid ging betonen. In Uw licht zijn w' onzuiverheid, die niet bij 't klare licht kan wonen. Toch wacht Gij op verloren zonen.
Gij naamt ons tot Uw eigendom. Is deze liefde af te meten? Wij zijn verlost van 't heidendom. Hoe kunnen wij U dan vergeten? In stukken ligt Uw wet versmeten.
Wij dansten om een gouden god, die in ons midden werd verheven; verbraken liefdeloos 't gebod, de rechte regel voor ons leven, dat met Uw vinger was geschreven.
Onpeilbaar moet Uw liefde zijn! Uw tvolkkolom blijft ons nog dekken. Gij laaft nog int Uw heilfontein. Uw licht zal verder met ons trekken, hoe ver nog onze wegen strekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1964
Daniel | 16 Pagina's