JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Evangelieverkondiging per radio.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Evangelieverkondiging per radio.

9 minuten leestijd

Een lezer uit Rotterdam heeft het pijnlijk getroffen, dat er zoveel personen zijn, die de radio bij de Evangelieverkondiging willen inschakelen. „Waar gaat het op zo'n manier met de Ger. Gem. naar toe? M.i. naar de algemene wereldgelijkvormigheid. Ik kan niet tot een andere conclusie komen, dan dat radio, t.v., film enz. in de grond alle gelijk zijn en op grond van de Bijbel afgekeurd moeten worden, omdat ze in dienst staan van de duivel en zijn trawanten. En het spreekt van een wel heel hoogmoedige geestesgesteldheid om te zeggen, dat men zelf wel kan schiften tussen goede (minder slechte) en slechte programma's. Als men maar iets had ervaren van eigen zwakheid en onvermogen tot het goede, dan zou men wel anders praten. En zegt de Bijbel ons ook niet, dat wij de rok moeten haten, die van het vlees besmet is? Als men nu eigen mensen eens een enkel keertje de Waarheid voor de radio laat verkondigen, dan heeft men de radio aanvaard en kan er ook niets meer tegen zijn, dat een ieder van ons zo'n apparaat in huis haalt. Zodoende brengen wij ons zelf in de verzoeking.

Voorstanders schennen met het zendingsbevel, maar ik heb sterk de indruk, dat dit een vlag is die de lading moet dekken. Elk van ons moet een prediker van het Evangelie zijn." Briefschrijver ziet liever, dat de mensen de oudvaders lezen en die niet meer lezen kunnen, dat we ze dan aan hen voorlezen, maar het niet aan de radio overlaten.

Een lezer uit Vlaardingen wenst de prachtige kans te benutten het Evangelie per radio te verkondigen, dat het een heilig moeten werd. Het gaat toch om de onzichtbare zichtbare kerk. Zaait aan alle wateren. We lezen zo in Ps. 65: „De rivier Gods is vol waters, " en nu heeft de rivier Gods zijn posten, die vervuld worden door de trouwe wachters op Sions muren. Immers dat reine water uit de rivier Gods zal vloeien door de onreine kanalen tot de onreine harten. Ook de radio is zo'n onrein kanaal. En als het dan tot het onreine hart is gekomen, dan zal de Heere het zelf door Zijn lieve Geest bewerken, zodat het uit zal lopen tot beekjes der rivier, die zullen verblijden de stad Gods.

Zo laag is nu de Heere Jezus afgedaald op deze vervloekte aarde (de tent der goddeloosheid) om Zijn ambten te vervullen, zou Hij dan zijn knechten niet toestaan om hun ambt te vervullen in opdracht van hun hoogste Zender, Die gezegd heeft: „Zaait aan alle wateren." Ik hoop van harte, dat al onze predikanten een eenparig besluit zullen nemen om het Evangelie ook per radio te verkondigen."

Een briefschrijver uit Middelburg vraagt zich af of hulpmiddelen gebruikt mogen worden bij de Evangelieverkondiging. „Wetenschap en techniek is gave Gods, schepping Gods, als behorende tot het terrein der algemene goedheid Gods. Hiertoe behoort zeer zeker ook de radio, die zeer nuttig kan zijn (zeevaart enz.) En zou de Heere hierdoor geen zegen kunnen en willen geven ten opzichte van ons geestelijk welzijn? En voor aan huis gebondenen? Maar nu de concrete vraag: Ger. Gem., bediening en de radio? Het doet mij hen gelukkig achten, die deze mogelijke hulpmidde-

len niet nodig hebben en deswege missen. Een scherp mes is een beslist nuttig gebruiksvoorwerp, doch uiterst gevaarlijk in gebruik en zo is ook de radio. Als wij hem in onze huisgezinnen halen, is er het gevaar, niet alleen voor onze kinderen maar ook voor onszelf als ouderen. We beseffen al te weinig, welk beslag de wereld en het wereldse op ons heeft (geneigd tot alle kwaad).

Een vriend uit Lisse vindt het een verblijdend teken, dat zovelen de noodzakelijkheid gevoelen om ook in eigen land de boodschap van het Evangelie in breder kring te brengen. Wat zou het gemakkelijk zijn om iedereen via de radio te bereiken. Wanneer de meerdere vergaderingen zouden besluiten om predikanten toestemming te geven om voor de radio te spreken, ben ik het met „Geldermalsen" eens, dat de N.C. R.V. gezien artikel 13 van haar statuten — „dat de radio moet dienen tot verbreiding van het Evangelie" — de meest geschikte omroepvereniging zou zijn, ware het niet, dat de N.C.R.V. afgestemd is op het hart van de mens (lichte muziek, hoorspelen etc.)

Moeten wij, om het nu eens van de andere zijde te bezien dan „Geldermalsen" het belicht, de N.C.R.V. steunen om het haar mogelijk te helpen maken, dat in 3 miljoen gezinnen iets gebracht wordt dat indruist tegen Gods Woord? Welke schade wordt nu aangericht in verhouding tot de verwachting van „Geldermalsen"? (één mens de weg naar de kerk (terug) vond). Een vraag: „Het kwade doen opdat het goede er uit voortkome? "

Briefschrijver ziet meer heil in het werk van het Smijtegeltfonds te Middelburg.

Een briefschrijver uit Slootdorp merkt op: „Bij de uitzending van ds. Kuyt naar Nw.-Guinea is een gedeelte van de rede van ds. Rijksen voor de Radiokrant van de N.C.R.V. uitgezonden. Met genoegen hebben we die stem gehoord. Het deed ons goed en velen met ons een stem van de Ger. Gem. te horen. Maar tegelijk werd ook het verlangen Vigeer levendig, dat toch ook onze predikanten voor de radio zouden gaan spreken. Wat is daar toch op tegen, wat voor „kwaad" zit daar nou in? Wie wordt er door geschaad? In streken waar weinig of geen predikanten van onze gemeenten komen, zitten er mensen naar te snakken, dat die tijd nog eens komt, om dan van zieken enz. nog maar te zwijgen....

Gezien de vele reakties komen wij aan de weet, hoezeer deze materie (of behoefte) leeft onder ons volk en dat de argumenten van tegenstanders erg zwak zijn. Waar blijven predikanten en ambtsdragers, ze zullen toch in deze niet zwijgen? Zij zijn bij dit onderwerp zo nauw betrokken, van hen moet het komen

Een lezeres uit Vlaardingen leest in Mare. 13 : 37: En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik u allen: aakt." Wij moeten zo waken, dat het Evangelie overal gebracht kan worden. En dit kan alleen zo zijn, als wij het aan de Heere Jezus Christus en Zijn knechten kunnen overlaten. Christus is het, die de sleutelmacht heeft, die opent en niemand sluit en sluit en niemand opent. Zo wij dan altijd mogen leren zien op die Sleuteldrager, dan zal Gods Woord zijn vrije loop hebben, maar wanneer ik daar niet op zie, dan verstoor ik de rivierpost en ben ik bezig om het reine water uit de rivier Gods tegen te houden door de onreine kanalen tot de onreine harten. Laten we dan te samen eens wat meer eerbied voor al de ambten mogen hebben en het eens volkomen aan Gods knechten overlaten en hun het volle vertrouwen van ons hart geven, want hun opdracht heeft Christus met Zijn bloed betaald en verzegeld met Zijn Geest door de kracht Zijner opstanding."

Uit Melissant heb ik hier het volgende schrijven: „Wij lezen in het Evangelie: „Waakt, en hetgeen Ik u zeg, dat zeg ik allen: Waakt." Om te waken moeten wij weten waarvoor wij waken. God lief te hebben boven alles en mijn naaste als mijzelf. Dit te betrachten, daar kom ik alles aan te kort. Maar al is het, dat ik telkenmale weer ondervind, ja dat het mijn dagelijkse smart is dat ik het niet verder breng dan een albederver en een doelmisser, nochtans met de hulp des Heeren zal ik steeds weer trachten dat de Heere in mijn leven de hoogste plaats krijgt. Daarvoor te waken is noodzakelijk. Waken ook, dat er geen gelegenheid voorbij gaat om tot Gods eer te spreken en de middelen, die er zijn, daarvoor te gebruiken, ja uit te buiten. Als wij ons de tijd gunnen om eens kalm en rustig na te denken over de tijd, waarin wij leven en dan in het licht van Gods Woord, dan is onze tijd geen tijd van hoogconjunctuur, maar dan is het „schrik van rondom." De grenzen zijn zo verdoezeld. Er is helaas zo weinig verschil tussen de Kerk des Heeren en de wereld. En wat is ook mijn getuigen lauw, daar toch ook ik behoorde te zijn het zout der aarde. Wij kunnen wel praten als wij in ons clubje bij elkaar zijn, maar verder maken wij er ons af met „paarlen voor de zwijnen" of „'t helpt toch niets." In het rechtvaardig oordeel wordt het bloed van onze medemens van onze hand geëist. Alle middelen, ook het geweldige middel: de radio, gebruiken tot Gods eer en Zijn deugden en eer door dit middel verkondigen. Hetzij zij het horen, hetzij zij het laten, spreek, want alles wat gesproken is in de Naam des Heeren, er zal niet één woord van verloren gaan. Ieder middel, dat er is, dient benut te worden tot Gods eer en zaligheid van zondaren. Reeds jaren terug zei iemand uit diegenen, die nauw bij Gods Woord leven: Ik geloof niet, dat er één bekeerde dominee voor de radio preekt. En toen zei ik tegen hem: Dan hoop ik, dat er spoedig iedere zondag eens en nog liever twee maal zulk een dominee spreekt, want het is nodig, dat in onze van allerlei gevaren volle, tijd, terwijl de velden wit zijn om te oogsten, het volle Woord Gods, wet en Evangelie, op allerlei wijze gepreekt wordt, Gode tot eer en de medemens tot zaligheid. Zeer groot is het getal van hen, die het teken des Verbonds aan hun voorhoofd dragen, doch die zich aan de kerk onttrekken. Laten wij waken, dat wij ons niet van hen losmaken, maar doen wat wij kunnen om hen te bereiken, kon het zijn tot hun eeuwig heil."

N.B. Geen brieven meer over dit onderwerp insturen.

Gesprekleider.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1964

Daniel | 16 Pagina's

Evangelieverkondiging per radio.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1964

Daniel | 16 Pagina's