Jan Pieterszoon Sweelinck
(3)
De vraag, in hoeverre Sweelinck zijn invloed heeft doen gelden op het Nederlandse en internationale muziekleven verdient nadere overweging. Tijdens zijn leven was hij reeds een beroemde persoonlijkheid. Ook is het vrij algemeen bekend, dat zijn wekelijkse orgelbespelingen in de Oude Kerk zeer gezocht waren. Dit zegt echter over blijvende invloed nog niets.
Wel is in dit opzicht van grote betekenis het aantal van zijn leerlingen. Deze kwamen uit geheel Nederland en Duitsland naar Amsterdam, om bij hem vernieuwende impulsen op te doen. Zijn bekendste Nederlandse leerling was zijn zoon Dirck Sweelinck, die de traditie van zijn vader zou voortzetten. Van de Duitsers noemen we: Paul Siefert uit Dantzig, Jacob Praetorius en Heinrich Scheidemann uit Hamburg en Samuel Scheidt uit Halle. Deze laatsten zijn nu nog algemeen bekend. We kunnen ons, ondanks zijn Nederlandse leerlingen, echter moeilijk aan de indruk onttrekken, dat het werk, dat Sweelinck nieuwe vorm gegeven had, feitelijk na diens dood wordt afgebroken. Het is wel kenmerkend, dat in Nederland elk spoor van manuscripten van Sweelinck is uitgevaagd, maar dat deze wel te vinden waren in Zweedse, Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse archieven.
Hoe komt dit? Er is een mening, die trouwens nog algemeen gangbaar is, die het calvinisme de schuld geeft van dit „dooddrukken" der muziek, zoals Busken Huet het zegt. Töch kunnen hier wel bedenkingen tegen aangevoerd worden. Immers, de houding der calvinisten tegen het kerkorgel werd eerder gematigder dan feller, er blijven voorts allerlei boeken verschijnen, juist in de eerste helft der 17e eeuw worden veel muziekcolleges opgericht, op vele schilderijen zien we de luit en andere muziekinstrumenten afgebeeld, wat weer wijst op een muzikaal gezinsleven.
Er treedt echter in de 2e helft der 17e eeuw verdorring op. Dat komt, omdat de geest van de tijd anders wordt. De eenvoudige handwerkgezel van vroeger wordt
een deftig, gezeten burger. Dit móét invloed hebben, ook op het muziekleven. We zien de trompers en schalmeispelers dan ook uit het stadsbeeld verdwijnen, de liedboeken verliezen veel van hun frisheid en sluiten zich aan bij de Franse mode, de muzikale colleges beperken zich tot een kleine bovenlaag, de elite. Vandaar dat de afstand in de muzikale uitingen tussen het gewone volk en deze modieuze elite steeds groter wordt. Door deze ontwikkeling gaat Sweelincks werk hier voor enkele eeuwen verloren. Daar staat echter tegenover de grote invloed, die van Swee-linck, via zijn genoemde Duitse leerlingen, op Bach en Händel uitgegaan is. Daarom mogen we Sweelinck met recht de grondlegger van de Duitse orgelmuziek noemen. Vandaar ook, dat we Sweelinck niet al te zeer voor Nederland mogen opeisen, zoals Annie Romein Verschoor opmerkt, maar dat we hem in de eerste plaats moeten zien „als de Europese kunstenaar, die hij voor zijn erfgenamen werd", waardoor hij zijn cultuur-historische taak vervuld heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1964
Daniel | 16 Pagina's