Henochs einde
„Door het geloof is Henoch weggenomen geweest, opdat hij de dood niet zien zou." (Hebr. 11 : 5a)
Nadat wij eerst met elkaar gesproken hebben over Henochs wandel met God en over zijn diploma, deze keer nog iets over zijn wegneming, zijn einde.
De Hebreënbrief zegt „door het geloof is Henoch weggenomen geweest, opdat hij de dood niet zien zou" en in Genesis 5 lezen we „Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg."
Ja, inderdaad, hij was niet meer hier, want God nam hem tot Zich.
Dit mag de verwachting zijn van al Gods kinderen.
„Doch na de dood is 't leven mij bereid. God neemt mij op in Zijne heerlijkheid." Ook Paulus mocht getuigen: „Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke de Heere, de rechtvaardige Rechter mij in die dag geven zal, en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning lief gehad hebben."
De kroon des levens wacht elk van Gods kinderen. Maar dit geschiedt na het graf, na de dood.
De donkere tunnel van de dood moet eerst betreden worden. En hoe bevreesd is ook Gods kind nog menigmaal van deze laatste vijand. De dood blijft een verschrikking. ,
Maar nu staat er van Henoch, dat hij de dood niet gezien heeft. God nam hem tot Zich.
Niet alleen zijn ziel, maar ook zijn lichaam werd van de dood, van het graf gered. Op aarde is van hem geen laatste snik gehoord. Geen sterfbed heeft van hem op aarde gestaan. Zijn lichaam is van het graf gered door Christus, die Hij in het geloof in de belofte omhelsd heeft. Henoch werd door Gods Almacht zo uit het leven van beneden weggenomen en in de eeuwige heerlijkheid geplaatst.
Het woord „weggenomen", dat we in Hebr. 11 lezen, kunnen we ook vertalen met: hij werd overgebracht, verplaatst. Vanuit de strijd werd hij overgeplaatst in de troonzaal Gods.
„Uit het gezelschap der zondaren gaat Henoch naar de vergadering der heiligen. Van de voetbank naar de troonzaal."
Lezers, wij hebben eerst gesproken over Henochs wandel met God. Als U nog niet met de Heere wandelt, dan is voor U de dood iets heel ontzettends.
Maar aan de andere zijde geldt ook: hoe meer wij met de Heere mogen wandelen, hoe minder beangstigend de dood is. Dan is de dood geen dood meer.
Dan wandelt Gods kind nu met de Heere door het tranendal heen, maar eenmaal krijgen al de kinderen des Heeren
wandelingen onder 's Heeren engelen, als het geloof verwisseld wordt in aanschouwen.
Wie met de Heere wandelt, zal niet sterven in eeuwigheid. Wandelt U nog alleen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1964
Daniel | 16 Pagina's