JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zuid-Afrika: Land van dè ontmoeting

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zuid-Afrika: Land van dè ontmoeting

7 minuten leestijd

IX.

Enkele van Zuid-Afrika's onbekende toestanden en problemen zijn in deze serie artikelen tot ons gekomen. Het geheel vraagt nu om een „slotbeschouwing", die ik aarzelend en met schroom neerschrijf. In het land aan de Kaap voltrekt zich immers een ontwikkeling, waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Bovendien, de vraagstukken van dit land zijn dermate omvangrijk en ingewikkeld, dat het zo goed als onmogelijk is die geheel te overzien, laat staan die te beschrijven in een achttal artikelen.

Daarom wagen we slechts een bescheiden poging om het „voor" en „tegen" van Zuid-Afrika's politiek af te tasten, zonder enige aanspraak te maken op een volledige of afdoende beoordeling. Daarbij kan dan eerst een algemeen gesteld probleem aan de orde komen. Enkele waarderende opmerkingen en kritische kanttekeningen kunnen vervolgens de inhoud van het slotartikel vormen.

Is de doorsnee kritiek op de Zuidafrikaanse politiek wel geheel juist?

Hebben wij werkelijk afscheid genomen van ons koloniaal verleden en de Europese visie op Afrika en Azië van die dagen? of zijn wij in stilte mokkend blijven vasthouden aan het koloniale geloof in de onvergankelijke grootheid en de blijvende superioriteit van het Westen? Deze vragen zijn voor ons onderwerp van groot belang, omdat de restanten van de verouderde koloniale beschouwing ons met blindheid kunnen slaan voor de nieuwe ontwikkeling van Azië en Afrika. Nog altijd zijn wij geneigd om het gebeuren op die continenten uitsluitend te beoordelen vanuit óns Westers levens-en denkpatroon. Het behoeft geen betoog, dat misvattingen en emotieel geladen vooroordelen dan onze benadering sterk eenzijdig zullen kleuren.

Het is misschien ver gezocht, maar zou dit enigszins overspannen geloof in de glorie van het Westen niet de diepste bron zijn van de doorsnee Europese kritiek op Zuid-Afrika?

West-Europa eist van dit land, dat het de Bantoe volken volkomen zal opnemen (integreren is daarvoor het gangbare woord) in zijn Westerse maatschappij. Ook vergen wij van de Afrikaners, dat zij de Bantoe doordrenken zullen met de idealen en de denkwijze van de Westerse beschaving. Nu Zuid-Afrika deze adviezen naast zich neerlegt om de geheel andere weg van de afzonderlijke ontwikkeling te gaan, menen wij voldoende grond te hebben om dit beleid als rassendiscriminatie te veroordelen.

Ongetwijfeld is deze kritiek goed bedoeld, doch heeft zij er oog voor dat spontane integratie van elf miljoen Bantoes in een volk van drie miljoen Afrikaners een onmogelijke eis is voor beide partijen? Wij kunnen toch niet van de blanken verlangen dat zij als gemeenschap ondergaan in de geheel andere gemeenschappen der Bantoe volken? Voor die volken zou de spontane ontmoeting met de Westerse maatschappij, om over integratie nog maar niet te spreken, de totale ontwrichting inluiden, waarvan wij het beginstadium hebben gesignaleerd.

Ook het tweede deel van de Westerse eis kan moeilijk houdbaar genoemd worden. Stellig binnen het bereik van de Bantoe liggen Westerse techniek, kleding, behuizing en organisatievormen, maar verkrijgt hij daarmee deel aan het wezenlijke van de Westerse cultuur? Het grondpatroon van onze beschaving is immers het resultaat van een eeuwenoude geschiedenis en ontwikkeling, waaraan de Bantoe geen deel heeft?

Veel belangrijker dan deze vragen is het feit, dat wij niet geloven in de neger als volwaardig mens en in zijn cultuur als een levende kracht. Tenminste, onze kritiek wekt het vermoeden, dat we dit geloof alleen zullen opbrengen, wanneer de Bantoe geheel gaat leven en denken volgens onze Westerse begrippen. En het ontgaat ons, dat deze specifiek Europese verwachting nimmer in vervulling zal gaan.

Het wil mij voorkomen, dat we nu de kern van de Zuidafrikaanse vraagstukken heb-

ben geraakt, want al belijdt de Bantoe het christelijk geloof, al leeft hij met velerlei vrucht van het Westen, dan nog blijft hij de typische vertegenwoordiger van een niet-Westerse beschaving. De vooraanstaande volkenkundige Prof. Bruwer, die jaren achtereen onder de Bantoe volken heeft gewerkt, wijst erop hoe ondanks alle uiterlijke veranderingen de kern van de oude cultuur de Bantoe blijft inspireren in leven en denken: „Die Bantoe het beslis 'n kultuurtradisie met 'n eie persoonlikheid. 'n eie waardesisteern. en 'n eie filosofiese grondslag .... Dit wortel in 'n sosiale ordening wat in sy diepste wese en eiesoortigheid totaal andersoortig is as dié van die Westerse bedeling." In deze woorden maken wij kennis met de Bantoe als drager van de negritude: de hernieuwde cultuur van zwart Afrika. Door de aanraking met het Westen zijn de zwarte volken tot het besef gekomen, dat zij waarden en idealen bezitten, waarop het Westen niet bogen kan. De uitbouw van die erfenis geeft de neger in het algemeen en ook de Bantoe de kans om zijn geestelijke onafhankelijkheid te beleven. Daarbij moeten we erop bedacht zijn, dat de negritude zich naar alle waarschijnlijkheid ontwikkelen zal in vormen die ons vreemd zullen blijven aandoen. Dit betekent in geen geval dat wij deze Afrikaanse cultuur als minderwaardig mogen beschouwen. Het betekent wel, dat ze ons kan attenderen op de beperktheid van onze eigen beschaving, omdat ze anders is. Anders in de beleving van politieke onafhankelijkheid, anders in haar visie op de gemeenschap, anders ook in denkwijze. Wellicht mogen we U een citaat voorleggen om deze woorden enigszins waar te maken: „Laten we de Afrikaanse neger eens bezien bij zijn kenproces van een voorwerp of wezen: God, mens, dier, boom, steen, natuurlijk of sociaal feit. In tegenstelling tot de klassieke Europeaan, neemt de neger geen afstand van het object, hij beziet het niet, hij analyseert het niet. Of liever: na het op een afstand bezien te hebben en misschien geanalyseerd, neemt hij het levend in zijn handen. Hij raakt het aan, hij voelt het. Hij ontdekt de ander in zichzelf, op de toppen van zijn zintuigen, van zijn antennes.

Ontroerd gaat hij dan van binnenuit naar het ding toe, op de golven en de golflengte van de ander. En dat is geen beeldspraak: de moderne fysica heeft in de stof golven en stralingen ontdekt. En wat doet de neger: hij laat zichzelf los om in de ander opnieuw geboren te worden. Hij leeft met de ander hetzelfde leven. Het „dus" van de logica is zinloos in Afrika. Zijn overgave komt van de rede, maar het is niet de Europese oog-rede, het kijkverstand, het is de tast-rede, het contactverstand, het hartverstand.

Geen enkele beschaving komt vooruit zonder redeneringen en technieken, maar zij kan de nadruk anders leggen, op een ander aspect van de rede". 2)

Deze woorden zijn afkomstig van Leopold Sedar Senghor, de voornaamste leider van de in 1960 onafhankelijk geworden staat Senegal. Het lezen en hérlezen van zijn indringende beschrijving, die zonder beperkingen op de Bantoe van toepassing is 3), moet ons wel tot de conclusie brengen, dat wij hier staan voor een ons volkomen onbekende beschaving, die fundamenteel anders is dan de onze. De inhoud en de diepte van deze Afrikaanse beschaving kunnen wij slechts met de grootste moeite begrijpen, en dan nog maar ten dele. En wanneer we nu nog eenmaal teruggrijpen naar de doorsnee Europese kritiek op Zuid-Afrika, dan kan het ons duidelijk worden hoe ontstellend lichtvaardig onze eis tot integratie van blank en zwart in dit land is. Zeker de factor ras is een opvallend gekleurde draad in het geheel der vraagstukken, doch zonder deze factor te ontkennen of te onderschatten, moeten we toch zeggen dat de oorzaak van de moeilijkheden dieper, véél dieper ligt dan het verschil in huidskleur. Dat laatste spreekt meer tot ons gevoel, maar vormt slechts de min of meer toevallige buitenkant van de grote, nooit geheel te verzoenen tegenstelling tussen de Westerse en de Bantoe beschaving. Tegen deze achtergrond beschouwd, komt de politiek van de afzonderlijke ontwikkeling in een nieuw en verrassend lic'ht te staan.


Prof. Dr. J. P. Bruwer: „Die Anderswaardige Kultuurtradisie van die Bantoe" in het reeds eerder genoemde boek „Grense", blz. 149.

2) Citaat ontleend aan H. Smeets: „Revolutie in Afrika", Utrecht, 1962 blz. 84. Cursivering v. d. schrijver van dit artikel.

Bruwer a.w. blz. 138. Zie ook P. P. Tempels: „Bantoe-Filosofie", Antwerpen, 1950, voor een uitvoerige beschrijving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1964

Daniel | 16 Pagina's

Zuid-Afrika: Land van dè ontmoeting

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1964

Daniel | 16 Pagina's