DANKDAG 1964
En Eliza zeide: „Zie, gij zult het met ma ogen zien, doch daarvan niet eten."
Welk een betekenisvol woord is dit uit de mond van de profeet Eliza tot de spottende hoofdman. Wat is namelijk het geval?
Samaria wordt belegerd door Benhadad, de koning van Syrië. De belegering duurt zo lang, dat er grote hongersnood uitbreekt. Een ezelskop wordt voor tachtig zilverlingen en een vierde deel van een kab duivenmest wordt voor vijf zilverlingen verkocht. En als was dit nog niet erg genoeg aten de vrouwen hun kinderen op. (2 Kon. 6 : 26-30). De koning beschuldigt de profeet des Heeren van al deze ellende en door de wonderbare leiding des Heeren waakt God over Zijn kind en knecht. Ja meer, Eliza profeteert! Hoort des Heeren Woord! Morgen omtrent deze tijd zal een maat meelbloem verkocht worden voor een sikkel en twee maten gerst voor een sikkel in de poort van Samaria. Als Eliza dit meedeelt is er een hoofdman bij aanwezig, op wie Israëls koning leunde. Deze antwoordt: Zie, zo de Heere vensters in de hemel maakte, zou die zaak kunnen geschieden? " Hierop antwoordt Eliza: Zie gij zult het met uw ogen zien, doch daarvan niet eten."
Jonge mensen, het is de taal van het ongeloof. De hoofdman wil een goede beurt bij de koning maken door het woord van Eliza, ja, het woord van de almachtige God bespottelijk voor te stellen. Nee, hij was geen vriend of metgezel van de godvruchtige Eliza. Wanneer wij niet buigen voor de levende God, erger, gaan spotten met Hem, dan zal de Heere het vinden en zoeken, want God laat Zich nimmer bespotten. Dat gedoogt Zijn glorie niet. De spottende hoofdman vergeet één ding, en dat is nu de tragiek van spotters. Deze door hem genoemde vensters zijn er, die behoeft God niet eerst te vervaardigen.
Voor de spotters zijn deze vensters onzichtbaar, bedekt door het ongeloof. Dat was voor de spottende hoofdman onmogelijk, evenmin als de uitspraak van het vernietigend vonnis dat Eliza hem aanzegt.
Van Simon de tovenaar lezen wij in Hand. 8 : 24 dat hij aan Petrus vroeg: Bidt gijlieden voor mij tot de Heere, opdat niets over mij kome van hetgeen gij gezegd hebt." Nee, de hoofdman is zo bang niet uitgevallen. Het ongeloof belet hem deemoedig te verzoeken om vergeving. De volgende dag is Samaria bevrijd. De Heere heeft de stad verlost van de vijanden. Lees 2 Kon. 7 : 13—16. O, wat is de Heere toch een Waarmaker van Zijn Woord. Eliza wordt niet beschaamd; wel de spottende hoofdman.
Lees vers 17. Letterlijk werd vervuld wat de profeet voorzegd had. Inderdaad, de hoofdman is getuige en het volk vertrad hem in de poort dat hij stierf. Hij werd onder de voet gelopen, God ruimde deze spotter in een schrikkelijk oordeel weg.
De Heere laat zich niet bespotten en neemt het voor Zijn knecht Eliza op. Er v/as dankdag in de poort en stad van Samaria. God had verlossing geschonken. Voor de hoofdman was het zijn sterfdag, in het oordeel. Jonge mensen, de Heere wist die hoofdman te vinden. Ook jullie. Laten wij dat nooit vergeten. Ieder mens.
Dankdag in Nederland: een dag van afzondering in Gods Huis. Maar is het in 't oordeel of strekt dankdag ons tot een eeuwig voordeel? Betuigende: Hee-"re, voor de tijd hebt Gij het zo wel gemaakt, maak ook Uw rijke bemoeienissen voor de grote eeuwigheid. Opdat de goedertierenheden des Heeren zouden leiden tot waarachtige bekering. De massa spot met Gods Woord. In 't voorjaar, als het gewas niet voorspoedig groeit zijn er talloze profeten die brood eten: Van de oogst komt niets terecht. Ze rekenen, overwegen en stellen kansen, maar het oog is gesloten voor de vensters in de hemel. Dan kijkt men meer horizontaal, dan opwaarts naar de vensters des hemels om van God te smeken wat nodig is, de wasdom des velds. Ja maar ik spot niet. En die hoofdman was een goddeloos mens!
Wij reserveren dit voor de wereld. Wat heeft de Heere een wasdom geschonken. In enkele maanden liet de Heere uit de door onze zonden vervloekte aardbodem miljarden kilo's voedsel spruiten. Welk een wasdom. God had rechtvaardig de staf des broods kunnen breken in Nederland, alsook de staf van de arbeid. En nu kwam de Heere in de weg van Zijn onmisbare zegen. O jonge mensen, wat een welvaart, die straks voor velen eindigt in een hellevaart. Zoals die hoofdman in Samaria. God wordt met de weldaden door Nederland in 't aangezicht geslagen. Met de weldaden worden de zonde en de ongerechtigheid gediend.
Het ongeloof redeneert God uit ons leven weg. Vergeet dat nooit. Dankdag in Gods Huis. Jonge mensen, trekt mee op. Komt, gaat met ons en doet als wij, om God, de Bron en oorzaak te erkennen; om Hem te danken voor al het goede dat Hij ons schonk in dit afgelopen jaar. Ledeboer leert in zijn vragenboekje voor de kinderen: e grootste zonde is ondankbaarheid en ongehoorzaamheid. (Rom. 5 : 19; H.B.G. zondag 48).
De Heere was er, maar ook de vensters des hemels waren er. Nog nooit gezien? Vraag en smeek: Heere open daar mijn ogen voor. Dan hebben wij en ook Gods Volk een biddende en dankende Hogepriester Jezus Christus nodig.
Al wat u ontbreekt Schenk Ik zo gij 't smeekt Mild en overvloedig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1964
Daniel | 16 Pagina's