JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

James Hudson Taylor

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

James Hudson Taylor

4 minuten leestijd

Niet in cijfers uit te drukken

Met de jonk, het chinese vaartuig, naderden ze Shangai. Daar ging het echter niet goed. Grote rookwolken stegen op. De stad stond in brand. Zouden ze landen of verder zoeken naar een geschikte plaats? De moedige mannen stapten aan land. Vreselijk was de toestand in Shangai. Veel huizen waren in de as gelegd. De burgeroorlog was weer uitgebroken en het droevige resultaat zagen Hudson en de chinese onderwijzer met bewogen hart.

Het was opvallend stil in de stad. Velen hadden Shangai verlaten en zwierven nu op het platteland.

Voor de zendeling was het nu gemak-

kelijk om een huis te kopen of te huren. Maar waar zou hij het geld moeten halen. In lange tijd had het zendingsgenootschap geen cent meer gestuurd. Geen brief werd hem blijkbaar meer waardig gekeurd. Wat moest Hudson daar van denken! Het was echt om moedeloos te worden. De twee mannen huurden om te beginnen een klein kamertje en ze bleven in de stad.

Na enkele dagen wat in Shangai rondgezwalkt te hebben, kwam een bode en legde een brief op de tafel. Hudson was verbaasd, want het was geen brief van het genootschap. Een afzender stond op de buitenkant niet vermeld. Hij scheurde de enveloppe open en.... er viel een cheque uit, ondertekend door Berger.

„Ik ken Berger niet, " sprak Hudson in zichzelf en hij begon het bijgevoegde briefje te lezen. „U kunt de som naar eigen believen besteden." De zendeling was verwonderd en dankbaar, maar ook beschaamd dat hij zo moedeloos was geweest.

Nu konden ze uitzien naar een geschikt gebouw. Maar hoe daar aan te beginnen? Het werd de mannen nogal gemakkelijk gemaakt. Twee dagen na het ontvangen van het geld, hield een Chinees op straat Hudson staande. Er was een mim huis met bijgebouwen te huur, juist geschikt voor de zendingsarbeid, voor de verkondiging van het evangelie en ook voor kliniek. Nadat de zendeling het huis had gezien, duurde het niet lang of het huurcontract werd getekend en het huis betrokken.

Nu kon de arbeid beginnen. Dat zou men denken, maar de Chinezen wantrouwden de ^o-eemdeling. Geen wonder. Het was een verwarde tijd en de ene burgeroorlog volgde op de andere. Wie kon men in zo'n tijd zijn vertrouwen nog geven?

Er kwamen wel mensen binnen om beterschap te zoeken voor hun ziekte, maar het woord, door de zendeling gesproken, scheen af te stuiten op de harde harten. Geen enkele Chinees kwam tot bekering.

Taylor ging klagen. Hoor maar wat hij schreef aan zijn ouders: „Ik ben helemaal op uw gebeden aangewezen. Als men werkt zonder enig resultaat te zien en zo dikwijls tevergeefs bidt, wordt men troosteloos. Ik moet een veel inniger gemeenschap met God hebben." In deze woorden horen we dat de zendeling het vruchteloze van zijn werk bij zichzelf zocht. Zijn geloof was veel te zwak. Het was de eerste brief, waarin hij klaagde, maar het zou ook de laatste brief zijn. Wanneer hij later in grote moeilijkheden kwam, zocht hij de schuld geregeld bij zichzelf en zocht geen troost bij mensen. Mensen zijn moeilijke vertroosters. Hij moest veel dichter bij God leven en dan zou zijn prediking ook vrucht of groter vrucht dragen.

Waarom zouden de Chinezen mij zo wantrouwen, dacht hij. Ik zal het voorbeeld van Gützlaff moeten volgen. Die zag er als een Chinees uit.

Enkele dagen later kon men Taylor niet meer kennen. Zijn haar was geknipt naar de chinese mode, hij droeg chinese satijnen schoenen en 'heel zijn kleding zag er chinees uit. Zijn blonde haar liet hij zwart verven. Wie zou hem nu nog als vreemdeling begroeten?

En ziedaar! Veel meer mensen kwamen naar de „chinese" arts en ook steeds meer Chinezen bezochten de bijbelkring. En de vruchten? Nog steeds kon er geen Chinees worden gedoopt.

En toch ja, één vroeg om de doop. Maar dat was er niet één uit de vele bezoekers. Het was zijn chinese kok, die dagelijks met de zendeling op en neer ging. Deze kok scheen innerlijk door Gods Geest bewerkt te zijn. Na een ernstig onderzoek, dat bevredigend verliep, kon Taylor niet nalaten de man te dopen in de Naam van een drieënig God. Dat was één mens op de tweehonderd miljoen bewoners van China. De vrucht op Taylors arbeid was voorwaar niet

groot te noemen. Maar de zendeling had geleerd om zijn werk niet uit te drukken in cijfers. Hoor maar hoe hij opgewekt schrijft:

„Vanmorgen werd mijn hart verheugd door het verzoek van mijn kok om gedoopt en in de gemeenschap der christenen opgenomen te worden.

Al zou mijn werk hier thans eindigen, dan zou ik met Simeon zeggen: Nu laat Gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien!

Daar één ziel tegen een hele wereld opweegt, ben ik dan niet rijkelijk beloond? "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1964

Daniel | 16 Pagina's

James Hudson Taylor

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1964

Daniel | 16 Pagina's