JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Eigenaardige enquête

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eigenaardige enquête

4 minuten leestijd

RONDKIJK

Waar men tegenwoordig al geen enquêtes over houdt? Men doet dat bij de huisvrouwen over het gebruik van koffie en thee, van een bepaalde zeep, hoe men denkt over minister Marijnen, over president Johnson of Chroestsjev en over tal van andere vooraanstaande personen en allerlei dingen en zaken meer. Vreemd is wel dat het Nederlands Instituut voor Publieke Opinie een onderzoek heeft ingesteld naar het geloof van de Nederlandse bevolking in het bestaan van de hemel en van de hel. Dat viel ons op. De uitslag was dat zeventig procent van ons volk gelooft in het bestaan van de hemel en 53 procent in dat van de hel. In een verslagje dat we daarover lazen gaat men dat dan nader ontleden, waarbij men moest concluderen dat de gereformeerden (in algemene zin) het meest vast bleken te staan in de leer. Honderd procent van hen geloofde in de hemel, maar er waren er toch nog 10 procent die niet in de hel geloofden. Bij de roomskatholieken was het aantal twijfelaars groter, daar geloofde 90 procent in de hemel maar slechts 67 procent in de hel. Bij de hervormden waren deze percentages respectievelijk 82 en 70. Bij het onderzoek werd het opmerkelijk gevonden dat van de onkerkelijken — dus van de mensen die aan geen godsdienst doen — er 20 procent waren die in de hemel geloven en 10 procent van hen óók nog in de hel. De categorie van hen die „geen oordeel" opgaven was onder de onkerkelijken het grootst.

Wij noemden het een eigenaardige enquête maar het geeft toch stof om over na te denken. Uit de cijfers blijkt dat bij alle groepen het geloof in het bestaan van de hel een kleiner percentage heeft dan het geloof in de hemel.

De hemel, ja, dat is een plaats van heerlijkheid, daar wil men aan, maar de hel is een plaats der verschrikking, zoveel weet men er historisch wel van af. Dat schuift men zo ver

mogelijk weg en „gelooft" dat dan maar niet.

Voor een onderzoek door een dergelijk instituut naar het „geloof" in dit of in dat, geven wij niet veel. Wat haalt het, of men met een zekere historische kennis „gelooft" in het bestaan van hemel of hel? Wat is dat voor een geloof?

Willen wij kennis krijgen aan de hemel, en wat het zalige hemel-leven eenmaal zijn zal, dan zullen wij eerst een hellevaart moeten maken. De hel betekent eeuwig van God gescheiden te zijn en het zal hier in deze tijdsbedeling moeten worden geleerd, dat wij wegens onze erf-en dadelijke schuld, waardig zijn om voor altijd van Hem, naar Wiens beeld wij geschapen zijn, verstoten te worden. Niet, dat men dan zegt „ik zou wel naar de hel willen" — integendeel, zij roepen en schreeuwen „is er nog een weg en middel om deze straf te ontgaan en weder tot genade te komen." M)aar ze worden wel heiwaardig. Gods volk weet wat de hel is, het maakt voor hen de hel op aarde uit, als zij van Zijn gemeenschap zijn verstoken. En als de Heere voor zulke dood-en doemschuldigen iets van Zijn liefde in hun hart stort, dan proeven en smaken ze ook iets van de hemel, dan beleven ze hier in beginsel iets van het zalige hemelleven, om eeuwig de Heere groot te maken, die hen uit zo grote nood en dood verlost heeft. Zij kunnen daar hier al niet over zwijgen.

Als een enquêteur bij zulken zou komen vragen „gelooft U in de hemel en gelooft U in de hel", mij dunkt, dan zouden ze zeggen: kom eens binnen, dan zal ik U dat eens vertellen. Dan zou hij een definitie te horen krijgen, als misschien nog nooit gehoord en niet weten, wat hij daarover op zijn formulier moest invullen! Dan is het niet: ik geloof dat zonder meer, maar dan wordt dat geloof een beleving.

Die twee ontzaglijke polen, hel en hemel, enerzijds het gescheiden liggen van God en anderzijds hoe kom ik weer in Zijn zalige gemeenschap, daarvan zullen wij, hier in de tijd, wil het goed met ons zijn, iets moeten leren kennen Die enquête, dat onderzoek, moeten we maar veel bij ons zelf houden.

Rondkijker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1964

Daniel | 16 Pagina's

Eigenaardige enquête

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1964

Daniel | 16 Pagina's