ARBEID EN VRIJE TIJD
Vroeger en nu
Vroeger was de vrije tijd gebonden aan de natuur (nacht en winter) en aan de christelijke feestdagen. Zo betekent het huidige engelse woord „holiday" zowel „vakantie(dag)" als „heilige-dag" en „feestdag".
Er was toen weinig dagelijkse vrije tijd, zoals er nü nog vele landbouwers en huisvrouwen zijn die eigenlijk geen dagelijkse vrije tijd hebben.
De chr. feestdagen, evenals tot op grote hoogte de zondagen, hebben voor velen hun Godsdienstige betekenis verloren en zijn „vrije tijd" geworden. Bovendien is er een scherpe scheiding gekomen tussen beroepsarbeid en vrije tijd. De gemechaniseerde arbeid in de industrie heeft vroegere vormen van handwerk en landbouw vervangen. Er is in deze arbeid vaak (veel) minder ruimte voor eigen initiatief en scheppend vermogen. Vandaar dat men naar meer vrije tijd verlangt én naar een grote vrijheid om deze tijd naar éigen believen te kunnen besteden. Daarom legt men vaak de aanspraken en uitnodigingen van allerlei verenigingen enz. naast zich neer.
Zware lichamelijke en eentonige arbeid
worden steeds meer door de machine overgenomen. Daarom gaat de zwaar vermoeide arbeider tot het verleden behoren; de mogelijkheden om van de vrije tijd te profiteren, nemen nog steeds toe. Bij de scherpe scheiding tussen beroepsarbeid en vrije tijd zien velen hun beroepsarbeid als een middel om de onkosten van de vrije tijd te bestrijden en, helaas!, niet langer als dienst aan God en de naasten. De vrije tijd wordt dan het „eigenlijke" en de beroepsarbeid neemt men dan op de koop toe. Op deze manier vergeet men echter dat ieder geroepen is om trouw te arbeiden „opdat ik de nooddruftige helpen moge" (antw. 111 H.G.) Dit egoïsme bleek ook in 1961, toen wij — als volk — besloten om het vergrote nationale inkomen te besteden aan een vergroting van de vrije tijd (5-daagse werkweek) in plaats van met dit inkomen de schrééuwende nood der ontwikkelingslanden te lenigen! Het eigen belang ging toen boven de hulp aan nooddruftigen!
Door de scherpe scheiding tussen beroepsarbeid en vrije tijd ziet men z n kerkelijke leven vaak ook niet als arbeid, maar als vrijetijdsbesteding. Kerkelijke arbeid komt vaak na de broodarbeid en veelal na de noodzakelijk geachte vrijetijdsbesteding van andere aard. Het is vaak erg moeilijk om voor kerkelijk werk medewerkers te vinden, omdat onbetaalde arbeid nu eenmaal geen prestige (aanzien) verschaft. Wee de gemeente, die leeft van prestige in plaats van de genade Gods!
Uit een onderzoek, dat het C.N.V. onder ca. lOOO van haar leden in 1956/'57 liet houden, bleek dat 51^/q koos voor werktijdverkorting en dat bijna de helft daarvan méér vrije tijd wilde hebben. De behoeften aan ontspanning en gezelligheid (inkl. huishoudelijke karweitjes) bleken hierbij aan de kop te liggen, terwijl die aan ontwikkeling en bezinning ver ten achter bleven. Nog geen 7'®/o zou deze vrije tijd aan kerkelijke en sociale aktiviteiten en studie willen besteden.
Deze resultaten hebben uiteraard ook hun betekenis voor het kerkelijke jeugdwerk. Temeer, omdat t.g.v. de 5-daagse werkweek het aantal dagelijkse werkuren is toegenomen, waardoor er 's avonds weinig vrije tijd overblijft. Dit betreft volwassenen jonge werknemers. Voor de laatsten, die veelal 's avonds nog kursussen of avondscholen bezoeken, is dit wel zeer klemmend!
Veelal wordt het jeugdwerk in de zomermaanden stilgelegd. Voor hen, die in agrarische beroepen werken, komt dit zeer goed uit omdat de oogst etc. alle tijd en aandacht opeist. Een groot deel der jeugd is echter niet meer in agrarische beroepen werkzaam. Daarom kan het in bepaalde plaatsen zaak zijn in de winter minder en in andere seizoenen meer te vergaderen dan nu het geval is. Ook moet meer rekening gehouden worden met hen, die zeer onregelmatige werktijden hebben (ploegendienst enz.)
Alle tijd is Gods tijd
Vaak beseffen we niet dat we élke dag uit Gods hand ontvangen, We doen vaak alsof de tijd van onszelf is, waarover wij naar óns goeddunken kunnen beschikken. We lijken zo op de verloren zoon, die over de erfenis wilde beschikken zónder dat zijn vader er bij was! Wij ontvangen echter de tijd om „ons" leven in Gods dienst te leren besteden. En met deze dienst hebben ook ons dagelijks werk én onze vrije tijd te maken.
Immers, voor de chr. gemeente is niet de arbeid voor brood het éérste, want „de mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord dat door de mond Gods uitgaat." De dienst als getuige van het gekomen en komende Koninkrijk, getuige van het wérk Gods, behoort het éérste te zijn. De arbeid voor ons dagelijks brood is hierin opgenomen. En hiermee legt God aan ons een soberheid en matiging op wat betreft de arbeid voor éigen welstand en aanzien. In diepste zin hebben we dan ook géén „vrije tijd", immers „dat ze tot alle goed werk bereid zijn" (Tit. 3, 1) én „dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, de Heere door Zijn Geest in mij werken late, en alzo de eeuwige Sabbat in dit leven aanvange".
De werkweek begint met de rustdag, met de feestdag. Eerst is er de feestelijke rust en daarna de beroepsarbeid. Maar.... deze rust is geen „vrije tijd", integendeel: „komen tot de gemeente Gods om Zijn Woord te horen, om de sakramenten te gebruiken, om God de Heere openlijk aan te roepen en om de armen christelijke hand-reiking te doen" (zondag 38 H.C.).
De zondag is „rusten van mijn boze werken" want „gij hebt Mij moeite bezorgd met uw zonden, gij hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden" (Jes. 43, 24). Déze zondagsviering is niet tot één dag beperkt: „al de dagen mijns levens"!
Laat ons dagelijks werk zich mogen kenmerken door trouw, opdat wij — ook buiten onze werktijd — de nooddruftigen, d.w.z. de armen en behoeftigen, kunnen helpen.
Merken, door anderen „vergeten", mensen dat jij vrije tijd hebt? Hoeveel vrije tijd besteed je aan de bijbel, aan gebed en voorbede, aan kerkelijk jeugdwerk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1964
Daniel | 16 Pagina's