Onze reis door Israël en Jordanië
vervolg
De Geboortekerk wordt gebruikt door Rooms-katholieken, Grieks-orthodoxen en Armeniërs. Het altaar van de Rooms-katholieken is gemaakt van hout, dat afkomstig is van de cederen van de Libanon. Terwijl wij de kerk bezochten, hielden de Armeniërs een kerkdienst; een priester, die het gebed deed, was omgeven door vier andere priesters, terwijl twee koorknapen om beurten zongen; hoewel de grootste knaap moeite deed om ernstig te blijven, zong de jongste met een bijzonder welluidende stem.
Wij dalen af naar de Geboorte-grot, die onder het koor ligt; deze grot is 13 meter lang, 4 meter breed en 3 meter hoog. In een kleine nis staat het Geboorte-altaar, een marmeren tafel op vier zuilen, waaronder een marmeren plaat met zilveren ster, waarop in het Latijns geschreven staat: „Hier is uit de maagd Maria Jezus Christus
geboren". Enige schreden verder is een andere nis, waarin zich een stenen verhoging bevindt, die met marmer is bekleed; dit is de kribbe, waarin het Kindeke, in doeken gewonden, werd nedergelegd. Volgens overlevering was de kribbe niet van hout gemaakt maar van steen.
De geboorte-grot is in het bezit van verschillende kerkgenootschappen; ieder .iaar worden hier met Kerstmis speciale diensten gehouden, die door bedevaartgangers uit de gehele wereld bezocht worden; ook de Joden uit Israël mogen er dan, bij uitzondering, heen.
Met een ijzeren rooster afgedekt, zien we een stenen trap, die naar beneden voert, waar de plaats is waar Hyronimus heeft gewerkt en waar hij het Oude Testament in het Latijn heeft vertaald. Tenslotte laat men ons een stuk steen zien, dat afkomstig zou zijn van de steen, die het graf van de Heere Jezus heeft afgesloten.
In de late namiddag keren wij terug naar ons hotel; het is prachtig weer; voor het hotel is een breed terras; aan beide zijden van dit terras zijn verscheidene zitjes; hier kan men heerlijk uitrusten en van de zon genieten. Dit terras ligt hoger dan de parkeerplaats van het hotel; tussen het terras en de parkeerplaats is een haag van hanggeraniums, die in volle bloei staat; deze haag is enige meters hoog en steekt met haar rose bloemen bijzonder mooi af tegen de lichtgekleurde natuursteen van de muren van het hotel. Aan de zijkanten van het terras zijn kleine bloemperken met bloemen en heesters, waaronder amaryllis, asters, oleander, passiebloemen enz.
Een actieve schoenpoetser zit elke dag voor het hotel en wacht op gasten met vuile schoenen.
De volgende morgen vertrekken wij voor een bezoek aan de Jacobsbron; onderweg wordt even stilgestaan bij de plaats Silo waar eens de jonge Samuël bij de oude Eli verbleef. Bij de Jacobsbron aangekomen zien we een Grieks-orthodoxe kerk, die in de 3e eeuw gebouwd is; zij is later weer herbouwd, doch wegens geldgebrek is de herbouw niet voltooid. Via een trap komen we in de crypte waar de bron zich bevindt; de put is 32 meter diep en deze diepte is een zeldzaamheid, volgens onze gids. Zij is door Jacob gegraven en vandaar de naam Jacobsbron. Bij deze bron sprak de Heere Jezus met de Samaritaanse vrouw over het levende water, zeggende: „Zo wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven." De Jacobsbron ligt een km. verwijderd van Samaria, dus is het antwoord, dat de Samaritaanse vrouw op deze woorden geeft wel te begrijpen.
Het water, dat men tijdens ons bezoek uit de put omhoog haalt, is kristalhelder, heerlijk koel en zuiver van smaak.
Vanaf de plaats, waar de Jacobsbron zich bevindt is de berg Gerizim zichtbaar; hij is de heilige berg der Samaritanen en 870 meter hoog. De Samaritaanse vrouw stelde aan de Heere Jezus de vraag, waar of men moest aanbidden, op deze berg of te Jeruzalem en zij gaf te kennen dat haar voorvaderen reeds op deze berg hadden aangebeden. In Deuteronomium 11 : 29 lezen wij dat de Heere gebood om op de berg Gerizim de zegen uit te spreken en de berg Ebal werd aangewezen wanneer de vloek moest worden uitgesproken. Ook sprak Jotham, op deze berg, tegen zijn broeder Abimelech de gelijkenis van de bomen, die voor zich een koning zochten en waarbij zij de doornenstruik tot hun koning kozen. Na de Babilonische ballingschap werd deze berg steeds meer het twistpunt van offer en aanbidding ten opzichte van Jeruzalem; na de terugkeer uit ballingschap boden de Samaritanen zich aan om te helpen bij de wederopbouw van de tempel, doch dit werd door de Joden afgewezen, waarna zij onder leiding van de, uit Jeruzalem verdreven, hogepriester Manasse hun eigen tempel op de berg Gerizim bouwden; het gevolg hiervan was een blijvende breuk tussen de Joden en Samaritanen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1964
Daniel | 16 Pagina's