Wij en de cultuur
Inleiding
Cultuur scheppen is verweven met heel het mens-zijn. Elk mens doet aan cultuur en ondergaat de wisselwerking, die er tussen hem en de cultuur bestaat. Wij merken dagelijks de verschillende cultuuruitingen om ons heen en de invloed, die van de cultuur uitgaat.
Omdat cultuur iets typisch menselijks is, wilden we een serie artikelen schrijven, die ingaan op verschillende vragen, die de cultuur ons stelt, wijzen op de spanningen, die in de cultuur aanwezig zijn en tevens bezien hoe onze houding temidden van de machten der cultuur moet zijn.
De bronnen, die hierbij gebruik zijn, zijn werken van o.a. Dr. Aalders, Berkhof, Stempvoort, Boerwinkel, van Peursen, Cramer, Hoenderdaal, Bavinck, Voetius. Vragen, opmerkingen etc. zien wij graag tegemoet. U richt ze aan de administratie, met in de linkerbovenhoek „Cultuur" en dan ontvang ik ze vanzelf.
Wat is cultuur?
Het woord „cultuur" gaat terug op de Latijnse woorden „cultus" en „cultura", die samenhangen met een werkwoord „colere" wat kan betekenen: bebouwen van akkers, kweken, bewerken, zoi-gdragen voor iets, bewonen, vereren.
Het woord cultuur geeft dus iets aan van het wijde veld der menselijke levensuitingen, eenvoudige handenarbeid naast diepzinnige geestesbespiegeling. De wereld is het wijde arbeidsveld, waarop de mens bouwend, vormend en bezinnend, bezig is. Wanneer wij nu willen trachten de inhoud van het begrip cultuur nader te omschrijven, dan zouden wij het in eerste instantie weer kunnen geven door het woord: omvormen.
In deze uitdrukking ligt reeds dat er iets moet zijn, dat omgevormd wordt. En inderdaad, cultuur is geen activiteit in het ledige, zij is evenmin een scheppen uit niets, maar cultuur is de omvorming van de natuur.
Natuur is dan ook voorwaarde voor cultuur. Dat kan zijn de natuur om ons heen, die door de mens bewerkt en bebouwd wordt. Het kan ook zijn de natuurlijke aanleg van het kind, die door opvoeding en onderwijs verder ontwikkeld en gevormd wordt. En u kunt dit zelf uitbreiden.
Natuur is als de boetseerklei, die nimmer met rust gelaten kan worden door de tastende, zoekende en vormende handen van de kunstenaar, van de mens.
Omvormen wil zeggen, dat naar een nieuwe vorm wordt gezocht. Er ligt iets van bedoeling, oogmerk, iets van ontwerp, iets van bezinning op de functie in. Cultuur betekent niet zonder meer een verandering, een gewijzigde natuurtoestand, zoals dat bij een natuurramp het geval is, maar een vernieuwing, een verbetering. Of juister nog: in de cultuur wordt de natuur op een hoger niveau gebracht. In tweede instantie zouden wij het zo kunnen formuleren: cultuur ontstaat pas daar, waar mens en natuur hun onderlinge krachtmeting beginnen.
Drijfveren tot cultuur.
De drijfveer tot cultuur is in de eerste plaats: de mensengeest. B.v. een paard wordt trekdier, een boom wordt een mast, een klomp klei wordt baksteen.
Ten tweede: de mens is a.h.w. uit de natuur gevallen en nu zoekt hij geborgenheid.
Hij tracht deze te vinden in de beschutting van zijn huis, in het kweken van voedsel, in zijn kleding, in het maken van vuur en licht. Verder zijn er nog het verlangen van de mens naar waarheid, schoonheid en contact met de mysterieuze achtergronden van het leven.
Zo hebben we dan gezien, wat het begrip cultuur inhoudt. Het is een menselijke werkzaamheid. De mens vormt het natuurlijke om, hij is zich bewust van meer dan wat louter natuurlijk is, hij wijdt zich aan hogere mogelijkheden.
Wist u, dat het daarom niet juist is om te spreken van z.g. „natuurvolken"? Volgende keer zullen we zien, dat deze „natuurvolken" in het geheel niet bestaan en tevens constateren, dat de dieren geen cultuur hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1964
Daniel | 16 Pagina's