Hebt U het niet veel te druk ?
„Henoch dan wandelde met God" (Gen. 5 : 24a)
Ja lezers, hebt U het niet veel te druk om met God te wandelen? U denkt misschien dat Henoch, die met God wandelde, een soort kluizenaarsleven leidde, een soort monnikenleven, en dat hij een man was die zich met de wereld niet bemoeide.
Er is misschien een moeder die de vorige keren in ons blad gelezen heeft over het wandelen met God en die toen verzucht heeft: ja, dat was goed voor Henoch, maar ik heb zo'n druk gezin. Heel de dag, vanaf mijn opstaan, eisen mijn kinderen en mijn huishouden al mijn aandacht op en ook 's avonds is er altijd nog zoveel te doen, en als ik eenmaal in bed lig, dan ben ik te moe om nog ergens over te denken.
Of er is een man geweest die las over die wandel met God en die gedacht heeft: neen, daar is mijn leven veel te druk voor, daar ben ik veel te bezet voor, om die stille wandel met God te kunnen kennen.
Of er zijn jongeren die zeggen: met God wandelen, ja dat is goed voor oude mensen, voor wie het leven hier niet zo veel meer betekent, maar ik heb mijn studie, die veel van mij vraagt en ik heb zo ontzettend veel dat mij bezig houdt en waar ik in op ga en dan kan er toch geen sprake zijn van een wandelen met God?
Maar mijn vrienden, ons drukke gezin, ons vele werk, onze studie en ga zo maar door, dat behoeft alles geen hinderpaal te zijn om toch met God te wandelen. Want ook Henoch was geen kluizenaar, zoals U misschien eerst dacht.
Wij lezen immers van hem: „hij gewon zonen en dochteren". Dus Henoch had ook een gezin. Aan kinderbeperking deed hij ook niet mee. Hij verstond zijn roeping, Gods kerk te bouwen. En zijn kinderen groeiden op in een ontzettende tijd. Henoch was immers een tijdgenoot van Lameeh en diens zonen Jabin, Jubal en Tubal-Kaïn.
Het was dus de eeuw van de cultuur, maar een cultuur zonder Christus. De zuigkracht van de wereld ging dus ook aan Henochs gezin niet voorbij. Dus om dat gezin in het rechte spoor te houden, om zijn kinderen op te voeden in de vreze des Heeren, dat was toen evenals nu heel moeilijk. Een zware taak rustte op Henochs schouders. Maar die zware taak, die hem geheel opeiste, verhinderde hem niet om met God te wandelen. Ja juist in die wandel met God vond hij de sterkte voor zijn taak.
Hoe staat het nu met ons, die ook leven in een wereld, die in het boze ligt en
in een niet minder God vergeten tijd? Kennen wij die wandel met de Heere? Is Hij ook onze Reisgenoot? Wij willen Hem wel in het sterven. Maar dan moeten wij Hem ook hebben in het leven. Dan moeten wij hier iets leren kennen van het wandelen met Hem.
En:
„Wie Hem neecVrig mit te voet zal van Hem zijn ivegen leren".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1964
Daniel | 16 Pagina's