JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jan Pieterszoon Sweelinck

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jan Pieterszoon Sweelinck

4 minuten leestijd

I

Het lijkt ons goed, in enkele artikelen iels over J. P. Sweelinck te vertellen, omdat hij tot één van de grootste componisten gerekend moet worden, die Nederland heeft voortgebracht. Een overzicht van zijn leven moge nu eerst volgen.

In mei van het jaar 1562 werd hij geboren als do oudste zoon van Peter Swj'bertszoon en Elsgen, dochter van Mr. Jan Sweling. De vader oefende te Deventer het beroep van stedelijk en kerkelijk organist uit. Aangenomen wordt, dat Sweelinck (die de naam van zijn moeder, enigszins veranderd, heeft aangenomen) de muzikaliteit van zijn vader had geërfd en van zijn moeder zijn grote kunstzinnigheid. Van Deventer is het gezin al spoedig verhuisd naar Amsterdam. Het gezin leidde aanvankelijk een sober leven en behoorde niet tot de gegoede stand. Later veranderde dit evenwel.

Jan Pieterszoon krijgt reeds op jeugdige leeftijd les van zijn vader op het orgel van de Oude Kerk. Deze lessen werden in 1573 afgebroken, daar in dit jaar zijn vader stierf.

De opvoeding van hem en de andere kinderen werd voortgezet door zijn moeder en een zekere Jacob Buych, een zeer ontwikkeld man en pastoor van de Oude Kerk. Zijn muziekstudie werd voortgezet bij een zekere Lorsy, te Haarlem, die hier de funktie uitoefende van stadsspeelman. Op 15-jarige leeftijd werd hij reeds organist, waarschijnlijk te Amsterdam. Sweelinck openbaarde zich dus als een vroegrijp talent.

In 1578 vindt dc omwenteling te Amsterdam plaats. De stad wordt voor de Prins verklaard. Alleen de hervormde godsdienstoefening wordt toegelaten. Hoogstwaarschijnlijk is Sweelinck toen reeds tot het protestantisme overgegaan, daar zijn funktie dit met zich meebracht. Een vurig protestant, laat staan calvinist, is Sweelinck nooit geworden. Evenals in godsdienstzaken was hij in heel zijn optreden gematigd. Dit past in zijn karakter, dat als mild, ruim van hart, behulpzaam, in hoge mate bescheiden wordt gekenschetst.

Sweelinck gaat, ook door huiselijke omstandigheden, meer en meer zijn verantwoordelijke taak gevoelen.

In 1585 sterft n.1. zijn moeder, zodat de leiding van het gezin nu bij hem, als oudste zoon, berust.

Het jaar 1590 is belangrijk voor Sweelinck door zijn huwelijk met Claesgen Puyner, dochter van een koopman uit Medemblik. Uit dit huwelijk zijn 6 kinderen geboren, v/aarvan Dirck, de oudste, het musikaal talent van zijn vader erfde.

Hoe ouder Sweelinck werd en hoe rijper in zijn werk, hoe groter de roem. Aanvankelijk beperkt tot Amsterdam, wordt zijn faam steeds groter, niet alleen, in het binnen-, maar ook in het buitenland.

Mede door Sweelinck's invloed wordt Amsterdam een belangrijk muziekcentrum. Van Sweelinck's persoonlijk leven is weinig bekend. Zijn karakter is reeds enigszins omschreven. In een aanhaling van Ds. Baudartius (een van de vertalers van het Oude Testament) komt even de mens Sweelinck te voorschijn. Baudartius vertelt, dat hij met verschillende anderen een bezoek bracht aan de gevierde toonkunstenaar. Hij vertelt o.a.: , , Mïj gedenckt, dat ick eens met eenighe goede vrienden bij meyster Jan Petersz. Swelinck, mijnen goeden vriend, gegaen zijnde, met noch andere goede vrienden, inde maend van Mey, ende hy aen het spelen op zyn Clavecymbel ghecomen zijnde, het selfde continueerde tot omtrent middernacht, spelende onder anderen het liedeken Den lustilichen Mey is nu in synen tydt, d' welck hy, soo ick goede memorye daer van hebbe, wel op vijf-en twintigerley wysen speelde, dan sus, dan soo. Als wij opstonden ende onsen afscheydt wilden nemen, so badt hij ons wy souden doch dit stuk noch horen, dan dat stuck, niet cunnende ophouden, alsoo hy in een seer soet humeur was, vermaeckende ons syne vrienden, vermaeckende oock hem selven."

Op 60-jarige leeftijd komt de dood (1621). Hij wordt begraven in zijn eigen kerk. Van den Sichtenhorst-Meyer heeft het prachtig uitgedrukt: „Als leerling speelde hij er zijn allereerste composities, als Meester zong hij er zijn zwanezang en na een welbesteed leven werd hij in zijn eigen werkplaats ten grave gedragen."

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1964

Daniel | 16 Pagina's

Jan Pieterszoon Sweelinck

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1964

Daniel | 16 Pagina's