JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

3 minuten leestijd

H. te B. stelt een vraag naar aanleiding van het feit, dat ik nog al eens gewoon ben om op grond van Gal. 4 : 26 de Kerk onze moeder te noemen.

De vraagsteller vraagt nu: „Dominee, is deze uitdmkking wel juist? De Kerk wordt in Gods Woord een bruid genoemd."

Ik ben het met mijn vriend van harte eens, dat de Kerk een bruid is, de bruid van Ghristus, die Hij kocht met de dure prijs van Zijn bloed.

Maar anderzijds noemt Gods Woord de Kerk ook onze moeder.

De vraagsteller beroept zich op Da Costa, die schrijft, dat deze uitdrukking van de roomsen is overgenomen.

En dan schrijft Da Costa: „Wie de Kerk op aarde tot zijn moeder heeft, moet dan ook noodzakelijk een vader hebben: de Paus met zijn driedubbele kroon."

Met alle eerbied, die wij voor de dichter Da Costa hebben, maar hier verschillen wij met hem van mening.

Wij blijven dan in dit opzicht liever in het spoor van Calvijn, die in zijn Institutie IV schrijft: „Zo laat ons dan uit de erenaam Moeder leren, hoe nuttig, ja hoe noodzakelijk ons de kennis van dezelve is; overmits er geen enkele ingang ten leven bestaat, tenzij zij ons in haar schoot ontvange, ons bare, ons aan haar borsten opvoede en eindelijk ons onder haar hoede en opzicht bescherme, totdat wij, het sterfelijk vlees afgelegd hebbende, de engelen gelijk zullen zijn."

En bij zijn uitlegging van Gal. 4 : 26 schrijft Calvijn: Voorwaar, wie weigert een kind der gemeente te zijn, begeeft tevergeefs God tot een Vader te hebben.

Want God verwekt Zijn kinderen en voedt ze op, totdat zij de wasdom bekomen en de mannelijke leeftijd bereiken, doch niet anders dan door de dienst der gemeente."

De uitdrukking dat de kerk onze moeder is, komt dus niet van de roomsen, zoals Da Costa meent, maar het is de taal der Schrift.

De vraagsteller is bang, dat we heiligheid gaan leggen in de vorm. Met de vorm bedoelt hij de zichtbare kerk, het instituut van de kerk.

Als het over de Kerk gaat mogen wij echter nimmer een scheiding maken tussen vorm en wezen, met andere woorden tussen de zichtbare en de onzichtbare Kerk, want deze twee zijn één. Brakel zegt: een mens is naar zijn ziel onzichtbaar en naar zijn lichaam zichtbaar, maar nochtans zijn het geen tivee mensen, maar één mens.

Zo is het nu ook met de zichtbare en onzichtbare kerk. Er is geen onzichtbare Kerk, geen volk van God dus te denken, los van de zichtbare Kerk.

Dus wij blijven er bij, dat de Kerk onze moeder is en laten wij allen onze moeder hartelijk lief hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1964

Daniel | 16 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1964

Daniel | 16 Pagina's