PLEZIER IN HET WERK
Theorie en praktijk
Vaak zegt men dat de mens interesse heeft voor z'n dagehjks werk, dat hij hierdoor zelf iets tot stand wil brengen, dat hij verantwoordelijk wil zijn voor zijn eigen werk, enz. In allerlei onderzoekingen is echter gebleken dat arbeidsvreugde voor veel mensen uit loonvreugde bestaat; d.w.z. het loon bepaalt in belangrijke mate het plezier in het werk. Bij een onderzoek naar ploegendienst in de industrie bleek b.v. dat veel arbeiders hierin vrijwillig „meedraaiden" óm het hoge loon, ondanks de vele klachten over deze dienst!
Het loon heeft in ónze samenleving immers een grote betekenis, het is bepalend voor iemands aanzien. Het inkomen is daarom voor de meeste mensen een tamelijk gevoelige zaak, waarover meesal een diep stilzwijgen bewaard wordt, tenzij men vermoedt dat men hiermee een andermans aanzien kan overtroeven.
Dit gebeurt dan veelal door de aanschaf van allerlei luxe-artikelen: t.v., ijskast, auto, enz. Zo kan men in bepaalde dorpen en stadswijken a.h.w. een konsumptie-slag zien plaatsvinden! Vandaar ook de voortdurende onrust aan het loonfront!
Voorts is gebleken dat personen in „hogere" posities een grotere mate van plezier in het werk uiten, b.v. geschoolden t.o.v. ongeschoolden, en bazen t.o.v. arbeiders. Juist op grond van hun macht zijn zij vaak degenen, die het spel en de spelregels bepalen. Zij kunnen op de aard van het werk een beslissende invloed uitoefenen.
Ook het oordeel van iemands omgeving over z'n werk bepaalt de arbeidsvreugde. Lakende of prijzende opmerkingen van anderen hebben voor ieder mens, in dit verband, een grote betekenis.
Zo heeft men het aanzien van het maatschappelijk laag gewaardeerde beroep van landarbeider pogen te vergroten door deze naam te veranderen in „landbouwkundig assistent" en hieraan een opleiding te verbinden.
Jongeren vertonen in het algemeen minder plezier in het werk dan ouderen, omdat zij minder bereikt hebben wat betreft „loon" etc. én omdat zij nog bepaalde verlangens t.a.v. promotie koesteren.
Na het voorgaande kunnen we vaststellen dat in onze samenleving de arbeidsvreugde o.a. bepaald wordt door: (a) het loon; (b) de hoogte van de beklede positie; (c) het oordeel van de omgeving over het werk; (d) de promotieverlangens.
Bezinning gevraagd
Wellicht herinner je je uit de vorige artikelen dat de Reformatie het beroep als een Goddelijk beroep, als roeping beschouwde: te vervullen in dienst van God en onze naasten.
Daarom moet ieder van ons voor Gods aangezicht de vraag beantwoorden waarom hij een hoger loon wil hebben, waarom hij een hogere positie wil bereiken en waarom hij waarde hecht aan het oordeel van z'n omgeving over z'n beroep.
Om met het hogere loon de nooddruftige naasten, in én buiten ons land, (beter) te kunnen helpen? Om in de hogere positie allerlei onrecht (beter) tegen te kunnen gaan én rechtvaardigheid te kunnen bevorderen?
Of komt dit streven voort uit de
vragen: „wat zullen wij eten? of wat zullen wij drinken? of waarmede zullen wij ons kleden? "
Christus verbiedt déze bezorgdheid „want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft." Hij gebiedt: „zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden."
Als we geen hoger loon willen hebben, niet een hogere positie willen bereiken, niet gevoelig zijn voor het oordeel van onze omgeving over ons beroep, dan hebben we ook in dit geval de vraag te beantwoorden: waarom handelen wij zó en waarom niet anders?
Terwille van de roeping om God en onze naasten in ons beroep te dienen? Of.... om andere, dus onschriftuurlijke, redenen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1964
Daniel | 16 Pagina's