Evangelieverkondiging per radio
Een lezer uit Dordrecht wil enkele kritische aantekeningen maken op de brief uit Nisse.
„Briefschrijver (n.1. uit Nisse) stelt, dat de Evangelieverkondiging per radio een onmiskenbaar teken van diep vei-val zou zijn. Zijn motivering is dan, dat het geen middel is, dat de Heere verordineerd heeft om Zijn kerk bijeen te vergaderen. Op welke gronden wil hij dit funderen? Zou hij enige bewijsplaatsen uit Gods Woord willen aanwijzen? M.i. is juist de prediking d.m.v. de radio een stap dichter ten hemel, om de woorden van een bekend dichter te gebruiken. Zouden wij niet een nietig instrument als de radio mogen aanwenden om het geluk, dat in Jezus Christus te vinden is, zo voor velen bekend te maken? Jezus gebruikte bij zijn omwandeling op aarde zelfs slijk, om iemand ziende te maken! We kunnen toch niet stellen, dat Jezus dit niet had mogen doen, omdat van dit slijk ook een afgodsbeeld gemaakt had kunnen worden, m.a.w. hoewel de radio voor vele verkeerde doeleinden gebruikt wordt, net als dat slijk, zo kan dit medium ook ten dienste van het koninkrijk Gods aangewend worden. Mij zijn gevallen uit Spanje ter ore gekomen, die inhielden, dat Rooms-Katholieken aldaar via een preek voor de Monagaskische radio gehouden, tot het Protestantisme zijn overgekomen. Ook
in Nederland zijn mij gevallen bekend, dat de Heere Zijn Geest heeft willen paren met de Evangelieverkondiging per radio. Hierbij neem ik dan ook ten zeerste stelling tegen de mening van de vriend uit Nisse die blijkt uit de vraag: „Gelooft u, dat Ghristus door Zijn bitter lijden en sterven en door het storten van Zijn hartebloed de Geest voor Zijn kerk verworven heeft, om die per radio in de huiskamer te brengen? " De praktijk heeft geleerd, dat dit wel gebeurt! Waarom zou de Geest zich hier niet bedienen van het cultuurprodukt de radio? Als de briefschrijver uit Nisse gelijk heeft, mogen we ook geen (kerk) telefoon en geluidsversterkers bij de bediening van het Woord inschakelen, want die worden ook in bioscopen e, d. gebruikt. Is de briefschrijver er wel eens van doordrongen geweest, dat de Heere zelfs en juist doemwaardige en zondige schepselen voor Zijn dienst gebruikt?
Vervolgens acht briefschrijver de leraars niet verantwoordelijk voor degenen, die zich moedwillig van de kerk hebben losgemaakt, M, i, zijn ze dit tot op zekere hoogte wel! In vele gevallen is de kerk de schuldige geweest bij de ontkerkelijking van Nederland. (Men leze hierover de dissertatie van prof. Dr. J. P. Kuyt over „De onkerkelijkheid in Nederland.")
De vriend uit Nisse wijst in dezen op de mogelijkheid van lectuurverspreiding. De praktijk heeft, naar mij een predikant van de Ger. Kerk meedeelde, geleerd, dat het succes van lectuurverspreiding met het doel onkerkelijken te bereiken, nihil is. In Dordrecht zijn zo verschillende acties oi^ een fiasco uitgelopen. Alleen per radio kan men nog onkerkelijken bereiken.
Schrijver is bezorgd over de levenswandel van velen en terecht, maar, aldus de briefschrijver, er wordt bovendien zo weinig tegen deze verkeerde wandel gewaarschuwd. Vriend te Nisse, laten we dan als Ger. Gem. (of treft deze beschuldiging ook onze predikanten? ) juist als één van de ware kerken als een roepende in de woestijn het medium radio aangrijpen, dat op zichzelf toch niet verkeerd is en zo heel Nederland op hun wereldgelijkvormige houding wijzen. Dit laatste is immers veel positiever, dan alleen maar ach en wee te roepen.
Ik gun de gelukkige staat ook zo graag aan onze naaste, ook die naasten, die niet meer in Gods huis komen. Zouden we dan niet, en ik herhaal dit nog eens, het nietige instrument, de radio gebruiken om onze (onkerkelijke) medemens jaloers te maken op het heil, dat er is voor het volk van God. Christus ging ook door het verafschuwde Samaria om de Samaritaanse vrouw het water des levens aan te bieden. Christus huldigde blijkbaar niet het standpunt: Ze moeten in Juda maar naar me toekomen. Neen, Jezus zocht de mensen zelf op. Waarom zouden wij als soldaten van Christus de mensen dan niet opzoeken? Moeten we dan de middelen, (radio), die God ons gegeven heeft, niet met dankbare harten aanvaarden?
En geachte schrijver te Nisse, naar het mij voorkomt, mis ik bij u in uw betoog deze gunnende gestalte, die toch, naar ik meen, kenmerkend is voor allen, die de Heere oprecht lief hebben gekregen. Gaarne zie ik van u reakties tegemoet." (N.B. De brief uit Nisse is te vinden in „Daniël" no. 2 van vrijdag 31 juli 1964. Gespr. 1.)
Ook de volgende schrijver, uit Vlissingen, valt onze vriend uit Nisse aan. We lezen:
„Ik zou hem (de schrijver uit Nisse) enkele vragen willen stellen. Is genoemde schrijver wel eens ziek geweest en dan nog wel langdurig ziek? Hoe zal hij het beleven als hij oud en doof is? Hoeveel keer is hij reeds preken van oude schrijvers gaan lezen bij zieken en ouden?
Zelf ben ik enige jaren ziek geweest.
waarvan ik de helft thuis in het gips heb doorgebracht en de andere helft onder dezelfde omstandigheden in een neutrale inrichting. Ten eerste heb ik alle lof voor mijn kerkeraad, die mij thuis regelmatig bezocht en zelfs verscheidene malen de reis er voor over had om mij in de inrichting te bezoeken. Maar toch moet men beleven ziek te zijn en dan verlangt men wel eens naar een woord, zoals dat in de kerk wordt gesproken, dus luistert men graag naar de radio naar de kerkdiensten op zondag en de korte toespraken door de week. Men hoort dominees van vele kerken, maar men mist de eigen kerk. Nu kan men zeggen zoals de schrijver uit Nisse: Er zijn nog zoveel oude schrijvers, maar al heeft hij deze boeken en leest ze heel graag, daarom behoeft een ander dat toch niet te hebben? Moet hij ook niet eens om zijn naaste denken? Waarom mogen er in sommige van onze kerken geen preken met een bandrecorder worden opgenomen? Ik ben van mening, dat dit de Ger. Gem. veel leden gaat kosten als men op deze manier voortgaat.
Dat de S.G.P. haar zendtijd niet benut, verwondert mij niets. Hoe zou men kunnen opwekken op haar afgevaardigden te stemmen, terwijl het in feite niet mag? (vrouwenkiesrecht).
Ik hoop en wens, dat door deze diskussie de Ger. Gem. eens wakker geschud worden en ook denken gaat aan mensen, die van alles verstoken zijn, ziek zijn of anderszins."
Tenslotte nog enkele opmerkingen uit een brief uit Rotterdam. Schrijver is het geheel eens met de brieven uit Zwijndrecht en Den Haag („Daniël" van 17 juli).
Verder haalt schrijver aan, dat ik als argument tegen de Evangelieverkondiging per radio had gesteld, dat er een waarheid wordt gebracht, die de onze niet is en hij vervolgt dan: „Maar is dit nu echt een argument? Raakt het de kern van de zaak? Men kan hier alleen opmerken: Breng dan een waarheid, die de onze wel is, die in elk geval de waarheid van de Bijbel is! Wanneer de Ger. Gem. geen Evangelie verkondigt per radio, wordt er toch geen waarheid gebracht, die wel overeenstemt met de onze?
Het werk, dat verbonden is aan een dienst op zondag levert moeilijkheden op. Wat is nu beter: Wel op zondag uitzenden met dus de mogelijkheid mensen tot God te brengen of: niet dat werk doen, maar dan ook de mogelijkheid tot bekering van anderen voorbij laten gaan.
Wat betreft het weigeren van de zendtijd door de S.G.P. diene het volgende: Door deze weigering krijgt wellicht een niet Christelijke partij de gelegenheid haar ideeën te spuien. Wil de S.G.P. dat dan wel? "
Ik moge de lezers vriendelijk verzoeken, geen brieven meer te sturen. Een hele voorraad ligt er nog te wachten. Ik heb echter geen bezwaar, dat men reageert op geplaatste brieven, maar dan graag kort en zakelijk.
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1964
Daniel | 16 Pagina's