JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wereld en Woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wereld en Woord

4 minuten leestijd

De gegevens voor dit artikel zijn ontleend aan het boekje „Ziende de Onzienlijke", dat werd geschreven door Leslie Lyall, een zendeling die jarenlang in China heeft gewerkt en zelf de revolutie van 1948 heeft meegemaakt.

CHINA

Op 30 juni 1950, twee jaar nadat het communisme zich meester had gemaakt van China, vindt er een ontmoeting plaats tussen een groep leiders uit do kerken, een aantal zendelingen en vier kerkelijk leiders. Deze vier kerkelijke leiders brachten verslag uit van een vergadering, die zij gehad hadden met een aantal regeringsfunctionarissen. De vier mannen verkeerden in een opperbeste stemming en waren zeer tevreden over de gesprekken die zij mochten hebben met de president, de heer Tsjoe En-lai. Die gesprekken hadden gehandeld over de moeilijkheden, die de kerk in China ondervond. Welnu, aldus de regering, deze moeilijkheden worden veroorzaakt, omdat in de ogen van het volk de kerk verbonden was met het buitenlands imperialisme. Het is daarom de plicht van

de kerk om zich van al die imperialistische smetten te reinigen en daarna kon zij met ere haar plaats in de nieuwe Chinese samenleving innemen. Van de zijde van de regering bestond er in principe geen vijandschap tegen de kerk als zodanig, maar wel ten opzichte van de wijze waarop ze zich had laten gebruiken als werktuig van de imperialisten. De zendelingen moeten het land uit, want „terwijl China bezig is orde op zaken te stellen is het ongewenst dat daar gasten bij zijn" (President Tsjoe En-lai).

De leider van het viertal, de heer Y. T. Wu, liet daarop een document zien dat hij het Manifest van de Kerk noemde. De tekst van dit manifest was ontworpen door de president en een delegatie uit de kerken. In dat manifest beloofde de kerk dat zij zich zou ontdoen van alle imperialistische smetten, en vóór alles trouw te zijn aan de Volksregering en de Communistische Partij.

Er werd nu een campagne gevoerd om zoveel mogelijk handtekeningen onder dit manifest te krijgen en op 23 september van dat jaar werd het in alle dagbladen gepubliceerd.

De terugtocht en de uittocht van de zendelingen werd zo vernederend mogelijk gemaakt. Voordat een zendeling vertrok moest er in de plaatselijke pers een openbare aankondiging verschijnen, waarin iedereen verzocht werd om zijn vorderingen op de zendeling terstond in te dienen. Ook de eigendomsrechten werden gevorderd door de regering. Pas daarna kon de zendeling vertrekken. En dan moest nog altijd iemand uit de plaatselijke gemeente borg staan om zijn goede gedrag in de toekomst te garanderen. Op deze manier kreeg de Volkregering zeer waardevolle bezittingen in handen: ziekenhuizen, universiteiten, scholen, woonhuizen, enz. Aan de kerken werd toegestaan te gebruiken wat zij inderdaad nodig hadden. Maar de opvoeding, het medisch werk, de weeshuizen en liefdadige instellingen van allerlei aard kwamen onder de Volksregering te vallen en werden buiten de .sfeer van de christelijke verantwoordelijkheid gebracht. De enige vrijheid als christenen was om te geloven in God en Hem te vereren. Hiermee kwam een einde aan een periode van meer dan honderd jaar christelijke zending in China, die tot zo veel zegen voor het Chinese volk was geweest.

Een eerste stap om de kerk in handen van de regering te brengen, was hiermee voltooid. Dit was echter nog niet genoeg.

Op uitnodiging van de regering werden in april 1951 158 kerkelijke leiders naar Peking ontboden om zich onder leiding van de Voorzitter van de Bureaus van Cultuur, Onderwijs en Godsdienst van de Administratieve Raad der Regering bezig te houden met „de bestemming van de eigendommen van door Amerika gesubsidiëerde zendingsgroepen in China". In de openingstoespraak werd gezegd: „De boodschap van de conferentie is om alle betrekkingen tussen de Chinese kerk en het Amerikaanse imperialisme definitief te verbreken en de vaderlandslievende Christenen te helpen bij de oprichting van een nieuwe beweging voor zelf-besturing, zelf-voorziening en zelf-verspreiding van het Geloof, teneinde de beslissing van de Administratieve Raad der Regering te verwezenlijken". Het resultaat van deze conferentie was de instelling van de „Verzet-tegen-Amerika, Hulp-aan-Korea, Drie-Zelf Hervormings-Beweging van de Kerk van Christus in China", meestal afgekort door „Drie-Zelf Hervormings Kerk". Hierin betekent zelfbestuur het vrij zijn van de imperialistische controle; zelf-voorziening betekent het afzien van alle imperialistische financiële steun; zelf-voortplanting, zelf-verspreiding betekent voortaan „de waarheid" te vei'kondigen in plaats van het imperialistische „vergif".

Een volgende keer nog wat meer over de werkzaamheden van de Drie-Zelf Beweging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1964

Daniel | 16 Pagina's

Wereld en Woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1964

Daniel | 16 Pagina's