Zuid-Afrika: Land van dè ontmoeting
IV
In het tweede en derde artikel hebben we geprobeerd het wezen van de primitieve Bantoe-samenleving in enkele begrippen en beelden te vangen. Het ritme van onze gedachten brengt ons nu weer terug bij de vraag, die in de inleiding van deze artikelenserie werd opgeworpen. Laat ik deze vraag terwille van een goed begrip nog even mogen herhalen: Wat gebeurt er, wanneer een primitieve beschaving in nauwe aanraking komt met onze Westerse cultuur, die in sterke mate het stempel van de techniek draagt?
De direkte aanleiding tot een intens kontakt van beide beschavingen werd gevormd door de ontwikkeling van de Zuidafrikaanse industrie. Deze begon zich in de veertiger jaren op een snelle en imponerende manier te ontplooien. Er voltrok zich in het land van de Draken®bergen een complete industriële revolutie, die een ongekende vraag naar arbeidskrachten deed ontstaan. Om aan deze behoefte te kunnen voldoen, schakelde men de Bantoe in voor het verrichten van de ongeschoolde arbeid. Gelokt door de bekoring van het onbekende verlieten duizenden Bantoes het stamverband om zich voor een korte, soms ook voor een lange tijd in de moderne steden te vestigen.
Daarmee was de eerste ontmoeting tussen de primitieve en de Westerse beschaving gekomen.
Het verloop van deze ontmoeting geeft een aantal veranderingen te zien, die diep hebben ingegrepen in het leven van de primitieve mens. Sedert eeuwen heeft de Bantoe gewoond binnen de veilige beschutting van de verwantschapsgroep, die hem leerde allereerst te denken en te handelen in het belang van deze gemeenschap. Nu staat hij echter plotseling en onvoorbereid oog in oog met een volkómen nieuwe wereld, waarin de muziek van het dagelijks gebeuren door het eigenbelang wordt bepaald. Voor het eerst in zijn leven dwingen de omstandigheden deze mens tot het gaan leiden van een individueel bestaan. Dit nieuwe bestaan verzwakt in toenemende mate de binding aan het stamverband met zijn groepstradities en groepsmoraal.
Naast de sociale verbondenheid en het stambewustzijn wordt ook het religieuze besef door het verblijf in de industriecentra geknakt. De Bantoe heeft altijd de natuur gevreesd en gediend. De vogels, de dieren, de planten, de dingen en de aarde zelf waren vol van krachten en geesten, die bevredigd moesten worden volgens de voorschriften van het heilige en heersende
verleden. Thans slaat deze mens echter het machtsvertoon van de machines gade, die de magisch geladen natuur te lijf gaan en onderwerpen zónder dat de toorn der geesten zich in rampen ontlaadt. Zo vernietigt de moderne techniek onbedoeld de visie van de Bantoe op de natuur. Hij ondekt een kosmos zónder ziel, zónder krachten en zónder dreiging.
Die ontdekking — en bevrijding — heeft vérstrekkende gevolgen. Nu de natuur „ontgoddelijkt" is, verliezen ook de religieuze en zedelijke normen die met de primitieve natuurervaring ten nauwste samenhingen, voor de Bantoe veel van hun gezag. De kennismaking met de technische wereld brengt hem dus in een geestelijk niemandsland zonder enig kom.pas. De oude normen hebben afgedaan en wie schenkt hem nieuwe waarden voor hart en hoofd, die zijn leven richting kunnen geven? Het gevaar is aanwezig, dat deze geestelijk ontwortelde mens in de ban raakt van een normloos individualisme, dat geen God, geen meester en geen wet erkent.
Ook op maatschappelijk terrein bleven de gevolgen van de grote Bantoe-trek naar de steden niet uit. Dr. Verwoerd, destijds „minister van naturellesake" gaf in 1952 deze beschrijving van het ontstaan van de problematiek: „Ons stede was geenszins voorberei en beplan vir die groot industriële ontwikkeling van die afgelope 15 jaar nie en nog minder was hulle ingerig op die groot toename van hulle Naturellebevolkings. Omdat die groot toestroming gedurende die oorloigsjare gekom het is daar, soos begrypelik in 'n krisistyd, voorlopig min aandag gegee aan die vraag waar die baie addisionele hande wat nodig was, 'n tuiste moes vind. Die toestand aan die einde van die oorlog was dat daar op etlike plekke groot sakkiesdorpe gestaan het, dat by al die groot stede plakkerskampe verrys het , en dat die wonings binnen die lokasies en Naturelle woonbuurtes gruwelik oorbewoon was."*)
Wie de inhoud van dit citaat voldoende op zich inwerken laat, beseft al iets van de misère, die door de woorden van Verwoerd heenschemert. De „plakkerskampe en lokasies" waren bovendien opgebouwd uit zinkplaten, zakken, benzineblikken en alles wat men verder maar gebruiken kon. In deze krotdorpen huisden bijna uitsluitend mannen, daar de vrouwen in de stamgebieden waren achtergebleven. De eenzijdige samenleving, die hier zonder het bindend element van gezin en verwant-
schapsgroep tot stand kwam, vormde een ideale voedingsbodem voor misdaad en prostitutie. Zo kon in korte tijd een zwart arbeidersproletariaat ontstaan, dat alleen de blanke medearbeiders en bazen dagelijks onder ogen kreeg om zijn erbarmelijk bestaan door vergelijking bewust te worden.
Nederland heeft al enige tijd z'n twaalfmiljoenste inwoner en het wachten is nu op de kleine boreling, die de dertien miljoen gaat volmaken. Dan zullen de kranten op hun voorpagina's weer het woord bevolkingsaanwas plaatsen. Dit begrip is echter zelden van toepassing op een primitieve maatschappij. Hier blijft het aantal clanleden soms jarenlang gelijk, omdat besmettelijke ziekten, kindersterfte en regelmatige verdelgingsoorlogen elke groei van de bevolking te niet doen. Ook de Bantoe stammen vertoonden dit trieste beeld.
Toen Brit en Boer in de vorige eeuw deze stammen echter een verplichte vrede oplegden, toen — later nog — zendelingen en artsen medische hulp brachten, onstond een ware bevolkingsexplosie. In 1904 telde Zuid-Afrika 3, 5 miljoen Bantoes, in 1936 was dit aantal tot 6, 5 miljoen gestegen, terwijl in 1961 de 11 miljoen werd gepasseerd.
Deze snelle toename van de bevolking ontwrichtte de hele Bantoe economie. Het aantal veekudden nam onrustbarend toe, terwijl het weidegebied even groot bleef. Men schatte ook nu het aantal dieren hóger dan de produktie van meer melk en vlees. De trek naar de steden werd voor vele Bantoes dan ook bittere noodzaak, omdat de bestaansmogelijkheden in de thuislanden uitgeput raakten.
Doch daarmee werd de economische ontbinding nog versneld. De grondbewerking, altijd al door vrouwen verricht, v/erd slechter, omdat de onmisbare mannelijke hulp voor zware arbeid afwezig was. De toch al lage opbrengst van de voedselgewassen werd nu nog lager, zodat nog meer jonge mannen voor een nog langere tijd in de steden moesten gaan werken om het geld voor de ontbrekende levensmiddelen te verdienen. De van zijn ankers geslagen Bantoe economie was nu geheel op drift geraakt.
Dr. H. F. Ver woerd: „Naturellebeleid van die Unie van Suid-Afrika". Pretoria, 1952, blz. 8 (Cursivering van de schrijver van dit artikel).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1964
Daniel | 16 Pagina's