Evangelieverkondiging per radio.
Hierover bereikte mij een lange brief uit Geldermahen, waarin nogal een lans gebroken wordt voor de N.C.R.V.
Ik citeer: „Als verspreider van het Evangelie zijn de A.V.R.O. en de V.P.R.O. voor leden van de Ger. Gem. onaanvaardbaar, de eerste omdat er een verkeerde levensstijl van uitgaat, de tweede, omdat die vrijzinnig en remonstrants is.
Blijven dus nog over het I.K.O.R en de N.C.R.V.
Het I.K.O.R. is zeer sterk aan de Hervormde kerk gebonden en zendt alleen op zondagen uit. Hieraan werken mee de Algem. Doopsgezinde Sociëteit, de Evangelisch Lutherse Kerk, de Hersteld Evang. Lutherse kerk, de Oud-Katholieke kerk, de Remonstrantse Broederschap en de Zeister Broedergemeente.
Op een synode van de Herv. kerk is besloten, dat Hervormde predikanten, die 's zondags voor de radio willen preken, dit moeten doen via het I.K.O.R. De voorzitter van de N.C.R.V., mr. Roosjen, zelf Hervormd, heeft medegedeeld, dat het bestuur van de N.C.R.V. des zondags de microfoon niet beschikbaar stelt voor Hervormde kerkdiensten. Anders zou men de gelegenheid scheppen, om het synodebesluit te overtreden.
Deze gang van zaken betreurt het N.C.R.V. bestuur en ook vele luisteraars. Het I.K.O.R. slokt een groot gedeelte van de zondagzendtijd van de N.C.R.V. op.
Een andere groep kerken zendt hun kerkdiensten uit via de N.C.R.V. microfoon. Het „Convent van Kerken" verzorgt deze uitzendingen. Hieraan werken o.a. mede de Ger. Kerk, Ger. Kerk art. 31, de Chr. Ger. Kerk, het leger des heils e.a. waaronder Doopsgezinden.
In de statuten van de N.C.R.V. staat o.a. in art. 13, dat de radio moet dienen tot verbreiding van het Evangelie. Nu is de N.C.R.V. niet foutloos. Ze verzorgt echter bijbellezingen 's morgens, dagsluitingen, kerkdiensten op zondagen, op Bid-en Dankdagen en op de Chr. feestdagen; ze verzorgt herinneringsprogramma's, zoals bij het 400-jarig bestaan van de Heidelb. Catechismus, de Calvijnherdenking, Hervormingsdag, geestelijke liederen en psalmen, actualiteiten op kerkelijk gebied, goede muziek. Maar boven alles treft me (hoewel ik het niet met alles eens ben) de Christelijke levensstijl. Deze stijl mist de A.V.R.O. ten enenmale en als we onze jonge mensen willen laten verwereldlijken, dan moeten ze veel naar de A.V.R.O. of V.A.R.A. programma's luisteren.
Daarom moeten wij de N.C.R.V. onze steun geven. Daarom is het zo jammer, dat onze dominees niet voor de radio preken. En nu moet u niet zeggen: „Als onze dominee voor de radio preekt, dan gaan wij niet naar de kerk, " want dat zit niet in de radio, maar dan missen onze mensen de Chr. levensstijl. Stel je voor, dat onze gemeenten nu eens mee gingen doen. Dan mochten onze predikanten misschien 2 maal per jaar één uur voor de radio spreken.
Als er nu in dat jaar door ons medewerken eens één mens de weg naar de kerk (terug) vond. Ik houd het nog maar
uitwendig. Zou dat dan de moeite niet dubbel en dwars waard zijn? Als ik veel van iemand houd, wil ik er graag over praten. Als ik veel van iemand krijg, wil ik dat graag verder vertellen. Daarom hoop ik, dat onze gemeenten ook aan het radiowerk nog eens mee gaan doen."
Dan komt Hazerswoude aan het woord, „.... als het goed is, gaat het er toch om de vraag: „Hoe kom ik tot God bekeerd? " Dat hebben wij allemaal nodig. En dat komt de Heere uit eeuwige, vrije ontfemiing te werken. Maar dan is voor alles nodig, dat de Heere in het midden is. Dan zal alle wereldse gedoe op zij moeten. De wereld met al wat er in is, ligt onder de vloek en is een vijand van God door ons diep gevallen bestaan. Gods tegenwoordigheid in de dienst des Heeren is het allervoornaamste. Als de Heere in het midden is, dan legt dat beslag, zowel op de onbekeerde als op de bekeerde, is het niet tot voordeel, dan tot een oordeel. Waarom houdt de Heere zich zo stil? Omdat wij zo werelds zijn. Omdat wij zo weinig waar zijn voor God. Als de Heere niet tegenwoordig is, is het maar een dode letter, waar veel kritiek op afkomt. Want dat hebben wij dan erg veel. Daar houden wij onze godsdienst mee op de been. Bij radiopreken gaat het niet om Gods eer. De mens staat in het middelpunt. Kerken leeg, dat is onze eigen schuld, omdat de Koning zo weinig in de kerk is en de mens veel. Werelds harte brengt mee wereldse kleding; dat brengt mee, dat de Koning daar niet kan wezen. Mocht het maar eens nood worden en beslag leggen op de consciëntie. Nu heeft een ieder maar toe te zien, Is het te doen om uitbreiding van de zichtbare kerk of om uitbreiding van de onzichtbare kerk? "
Tenslotte in dit nummer nog een brief van een militair, gelegerd in de legerplaats Oir schot.
Onze huzaar haalt een woord uit een kerkelijk orgaan aan, waar de radio een tent der goddeloosheid wordt genoemd, evenals alle andere Chr. dansen sportverenigingen. „Zou dan de Heere willen, dat Zijn Woord verkondigd wordt door zo'n tent der goddeloosheid? Om er dan ook nog zijn zegen over af te bidden.
Zou deze diskussie en overigens ook de andere diskussies niet meer tot afbreuk en tot verdeeldheid, dan tot opbouw en eenheid van de Ger. Gem. dienen? Daar toch beter de classis of de synode het juiste standpunt omtrent al deze dingen zou bepalen en dan getoetst aan de Bijbel, waar we toch in de eerste plaats rekening mee dienen te houden. De Heere heeft toch ook als het eerste verordineerde middel ingesteld de saamvergaderde gemeente, waar Zijn Woord in eenvoudigheid gepreekt of gelezen staat te worden.
Eerlijk gezegd, vind ik het jammer, dat zo'n diskussie nodig is, daar het bij mij en volgens mij bij meerdere jonge mensen, ja zelfs bij ouderen, verwarring sticht. Als 's zondags de predikant op de kansel de radio staat af te keuren en te veroordelen, en men leest weer zo iets.
Wat zijn de regels? Niet waar ieder persoonlijk, maar waar de Ger. Gem. in het algemeen naar dienen te leven, ook omtrent de radio."
Op deze laatste brief wil ik nog wel even ingaan, omdat hier bepaalde vragen aan de orde gesteld worden.
Onze huzaar is bang, dat de diskussiehoek in het algemeen tot afbreuk en verdeeldheid kan leiden.
Ik had werkelijk niet gedacht, dat de stoere huzaren van deze tijd zo gauw uit het veld geslagen zouden zijn. In onze tijd was dat anders. Kom, kom, mensen met ruggeraat moeten daar tegen kunnen. Deze rubriek wil niet meer zijn dan een diskussiehoek, waar dus
openhartig met elkaar van gedachten wordt gewisseld over een bepaald onderwerp. Dat doet men toch ook op de wekelijkse verenigingsavond (studie-, vrouwen-of mannenvereniging). Datzelfde doet „Daniël" ook, maar dan schriftelijk. Dan mag iedereen met zijn eigen mening te voorschijn komen. We leven gelukkig nog in een democratisch land. En dan geeft het helemaal niet, dat men verschillende standpunten inneemt.
Vroeger was het zo niet de gewoonte openhartig over dingen te praten, die zonder meer al veroordeeld waren. Er is echter heel veel veranderd. In de Diskussiehoek kunnen de jongeren (en ook ouderen) rustig met elkaar praten. De redaktie houdt wel een oogje in het zeil.
Verder laat onze vriend het voorkomen, alsof „Daniël" de plaats in wil nemen van classis of synode. Dit zou natuurlijk al te dwaas zijn. „Daniël" wil geen revolutionair geschrift zijn en als het nodig is een uitspraak in bepaalde diskussies te doen, dan houdt „Daniël" zich werkelijk wel aan de uitspraken van de meerdere vergaderingen. Ook in de onderhavige diskussie heeft „Daniël" nog geen uitspraak gedaan. Pro en contra-brieven worden tegenover elkaar gezet. Later volgt dan wel een samenvatting.
U behoeft dus niet bezorgd te zijn, dat er verwarring gesticht wordt. Die niet tegen een openhartige diskussie kan, heeft geen ruggegraat.
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1964
Daniel | 16 Pagina's