Naar de eerste „baas"
RONDKIJK
Half Nederland is met vakantie in de maand augustus (de bouwvakkers hebben het bij verschijning van dit nummer van Daniël er al op zitten) en voor vele jongeren was het de laatste schoolvakantie. Er zullen velen van onze jongens — en ook van onze meisjes zijn — die respectievelijk hun vak-of hun mulo-diploma op zak hebben en volgende maand hun eerste „baas" krijgen. Er zullen er ook zijn, die edrst maar eens vakantie nemen en dan pas zien, welke baan ze zullen pakken. Er zitten vele zaken en bedrijven op het vinkentouw om de jongelui die van een technische of een andere school komen, op te vangen. Het is moeilijk uit de veelheid van aanbiedingen een keuze te doen; op de nieuwe generatie beroepsbevolking wordt in tal van dag-en weekbladen een aanval gedaan om de jongelui voor een bepaald bedrijf te werven. Uw rondkijker denkt dat de hulp van de ouders voor een goede keuze onontbeerlijk is. De vraag naar jonge arbeidskrachten, vooral die van een technische school komen is groot en vader, die toch wel ervaring heeft, zal trachten zoon of dochter op de juiste plaats onder te brengen. En straks komen onze jongens en meisjes, die voor het ogenblik niet meer dan schoolervaring hebben, in de keiharde maatschappij. Zij worden geplaatst tussen mensen van allerlei slag, misschien in een milieu dat niet aan godsdienst doet en zich om God en Zijn gebod niet bekommert. Dat op 's Heeren dag naar de voetbalvelden trekt en 's maandags de mond vol heeft over allerlei sportuitslagen of over de bioscoop. Misschien komen onze jonge mensen te zitten of te staan tussen collega's, die in het schaftlokaal zonder bidden aanvallen op hun boterham en een taal voeren, die verre van kuis is.
V/anneer dan zo'n jongen of meisje voor het eten bidt en op de gesprekken die worden gevoerd niet ingaat, en zich afzijdig houdt zal dit worden bemerkt en kan het gebeuren dat er wel een schimpscheut op wordt gegeven en dan komt het er opaan om pal te blijven staan en de opvoeding van thuis niet te verzaken. Wij weten uit ervaring, dat het de jongelui wel eens moeilijk gemaakt kan worden, maar wij weten ook, dat het respect afdwingt, wanneer men beginselvast blijft.
Weet U hoe dat komt? Omdat ieder mens een consciëntie heeft en er een inwendige stem fluistert, dat men bij de uiting van onkuise taal, bij spotten of vloeken, niet goed doet. Het beginsel dat ons thuis is bijgebracht moet niet bestaan uit vroomdoenerij op de werkplaats of op het kantoor, maar daaruit, dat de collega's en de patroon zien dat men niet ter rechter of ter linker afwijkt. Men wordt wel eens „geprobeerd" wat vele jongens die in militaire dienst geweest zijn, zullen onderschrijven. Het komt op de volharding aan en het is zeker, dat men dat niet uit en van zichzelf kan. Want we zijn allen geneigd tot alle kwaad. Onze jonge mensen mogen bij de aanvaarding van hun nieuwe baan, maar veel de Heere nodig hebben, niet alleen voor de nieuwe taak die ze krijgen, maar ook voor de omgang met hun collega's en hun meerderen. Dat wil de Heere zegenen, want Hij heeft het in Zijn Woord beloofd: In het houden van Gods geboden is grote loon.
Rondkijker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1964
Daniel | 16 Pagina's