OP DE TWEESPRONG
Beroepskeus
In een maatschappij, waarin weinig of geen veranderingen optreden, levert de keus van een beroep geen of weinig moeilijkheden op. De zoon volgt de vader op in zijn bedrijf of ambacht, de dochter helpt de moeder terwijl ze wacht op het ogenblik, waarop zij ten huwelijk gevraagd wordt. Er zijn weinig keuze-moeilijkheden omdat er weinig keuze-mogelijkheden zijn.
Gaat de maatschappij, t.g.v. industrialisatie enz., snel veranderen dan stijgt het aantal beroepen per jaar. Oude beroepen (scherprechter, lantaarnopsteker enz.) verdwijnen, nieuwe beroepen (operator, programmeur enz.) ontstaan. Het aantal hoofdarbeiders neemt toe, het aantal handarbeiders vermindert zienderogen!
Vermeldt de Bijbel reeds meer dan 100 beroepen, in Nederland werden b.v. na de laatste oorlog ca. 4200 beroepen geteld en in Amerika ca. 9240 beroepen!
Het aantal opleidingsmogelijkheden is in de laatste vijftig jaren dan ook in een reuze tempo toegenomen. Zijn de keuze mogelijkheden toegenomen, de keuzemoeilijkheden niet minder.
Met de meeste beroepen zijn we niet bekend, slechts met enkele zijn we van haver tot gort op de hoogte. Zelfs gehuwde vrouwen zijn vaak, zoals me bij talloze interviews bleek, niet eens (geheel) op de hoogte met wat hun mannen nu eigenlijk doen in hun werkkring; laat staan de kinderen! De vraag rijst hoe men in deze situatie nog een verantwoorde beroepskeus kan doen.
Deze vraag is zéér belangrijk omdat het beroep in dienst van God en de naaste moet en mag uitgeoefend worden; kortom, roeping is.
Nu wordt doorgaans slechts een gering aantal keuze-mogelijkheden in overweging genomen. Veelal gaat de voorkeur eerst uit naar beroepen, die weinig gemeenschappelijke kenmerken hebben (b.v. stuurman, straaljagerpiloot e.d.); kortom, beroepen die iemand ver van „thuis" doen zijn. Geleidelijk gaat de voorkeur zich echter richten op één bepaalde mogelijkheid, die langzamerhand deel van de eigen persoon wordt. Dit, na aarzelingen en innerlijke strijd èn als het goed is: na veel gebed!
„Maar", vraagt iemand „hoe kan ik weten dat God mij tot dat bepaalde beroep roept? "
Déze vraag kan een ander niet voor je beantwoorden, hoewel er wel enige richtlijnen te geven zijn.
Richtlijnen
In de eerste plaats moeten we ons afvragen of we God en onze naasten in het verlangde beroep zullen kunnen
dienen. Beroepen, die „van de zonde leven", vallen dus zo al buiten beschouwing, terwijl beroepen, waarin de mens in nóód gediend wordt, een extra-overweging verdienen.
Hoe komt het dat er zo weinig maatschappelijke werk(st)ers, reklasseringsambtenaren, psychiaters, sociologen, enz. van gereformeerde levensovertuiging zijn?
Hoe komt het dat diverse ziekenhuizen afdelingen moe(s)ten sluiten door een tekort aan verplegend personeel?
Hoe komt het dat in de ontwikkelingslanden zo weinig mensen van gereformeerde levensovertuiging werken?
Op al deze vragen mag alleen een daadwerkelijk antwoord gegeven worden! In de tweede plaats moeten we ons afvragen of we de geestelijke, lichamelijke en financiele hoedanigheden bezitten die voor de uitoefening van het door ons begeerde beroep én de daartoe benodigde opleiding vereist zijn.
Een politieagent, verpleegster en arts moeten b.v. „bloed kunnen zien", terwijl een maatschappelijk werk(st)er, psychiater en socioloog schokkende levensgeschiedenissen moeten kunnen aanhoren zónder „onderste boven" te raken.
En nu zijn we veelal zélf niet in staat om genoemde kapaciteiten te kunnen beoordelen. Daarom is het, vooral in twijfelgevallen, gewenst om het advies van een deskundige in te winnen. Ook hier mogen we de weg der middelen bewondelen. Elk gew. arbeidsbureau heeft een beroepskeuze-adviseur, de V.U. heeft een „laboratorium voor toegepaste psychologie" enz., welke instanties gratis of tegen betaling je bij het doen van de ingrijpende keus kunnen helpen. Als we deze instanties passeren, bestaat
er een niet geringe kans dat de kapaciteiten aanzienlijk overschat of onderschat worden, waardoor men eventueel óf te hoog grijpt óf ten onrechte bepaalde aantrekkelijke mogelijkheden niet in ernstige overweging neemt.
Beroepskeus blijft echter, ook als je deskundige hulp ontvangt, in de eerste plaats voor je persoonlijke verantwoording. Genoemde hulp poogt de weg vrij te maken voor het doen van een keus, die je zélf zult moeten maken.
Voorts kan je (b.v. in vakanties) kontakt zoeken met een beoefenaar van het door je begeerde beroep, en met hem op pad gaan om na te gaan of dit beroep je werkelijk ligt. Ook exkursies naar bedrijven kunnen hier zeer verhelderend werken!
Roeping sluit onze begeerte naar, onze zin in het beroep niet uit maar in! Het is noodzakelijk dat we zin hebben in het begeerde beroep, om — zodra we dit gaan uitoefenen — de hieraan verbonden teleurs'tiellingen én geestelijke spanningen te kunnen verdragen.
Afgezien hiervan, mogen we in alle bescheidenheid zeggen dat ons verlangen naar een verantwoord beroep door de Heere gewerkt kan zijn, „dat alle gaven, waarin onze kracht gelegen is, panden Gods zijn" (Galvijn).
Wij behouden echter onze verantwoordelijkheid; m.a.w. waarom verlangen we naar een bepaald beroep, voor welk doel willen we de „panden Gods" besteden? Tot Zijn eer en tot welzijn van onze naasten? óf om met Gods panden een verlangen naar aanzien en macht te kunnen bevredigen?
In het laatste geval maken we misbruik van Zijn gaven, hetgeen God door het gebod „gij zult niet stelen" verbiedt (antw. 110 H.G.)
We mogen op de tweesprong van beroepskeus wel bidden: „doorgrond mij o God! en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten. En zie of bij mij een schadelijke weg is, en leid mij op de eeuwige weg".
Ook hier kunnen we niet zonder het reinigende bloed van Hem, Die de ongerechtigheden vergeeft en uitdelgt!
Een afspraak.
Misschien denk jij ook weieens: 'k Zou graag eens een keertje met de schrijver
van die artikelen hierover willen praten, want dat gedeelte is mij echt niet duidelijk, of met dit stukje ben ik het helemaal niet eens!
Fijn zeg! dat er een brievenbesteller in Gouda is, die uitgerekend jouw brief in de brievenbus van de heer Hoogendoorn wil stoppen en dat hij die ongeopend zo snel mogelijk aan mij doorstuurt.
Zullen we afspreken: Tot schrijfs?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1964
Daniel | 16 Pagina's