Evangelieverkondiging per radio
In „Daniël" nr. 1 van 17 juli '64 stonden brieven uit Zwijndreeht en Den Haag. Hierover heb ik nogal wat brieven ontvangen, die we eerst zullen nemen.
Onze vriend uit Zwijndreeht heeft de woorden „televisie" en „film" gebruikt, om ook deze media in te schakelen. Hierop wordt gereageerd door iemand uit Zaandam. Nu vallen televisie en film buiten deze diskussie. Dit is niet aan de orde gesteld en ik had ook beter deze woorden uit de brief uit Zwijndreeht kunnen schrappen, echter, gedane zaken nemen geen keer. We spreken echter af, dat we alleen diskussiëren over de radio. Reakties op televisie en film uit de Zaandamse brief laten we dus buiten beschouwing. Hij schrijft dan o.a.: „Ik kan niet geloven, dat het onder Gods goedkeuring kan liggen, dat wij radio in huis hebben. De radio heeft nml. nooit ten doel om God ermee te verheerlijken, doch de mens, maar de Heere wordt er menigvuldig door onteerd en gelasterd. De radio bewerkt een wereldzin, losheid in levensopvatting, vervlakking in de godsdienst. Zij die menen, dit in hun gezin te kunnen tegengaan, overschatten zichzelf.
Als onze predikanten voor de radio gaan spreken, zal het aantal radio's in onze gezinnen nog groter worden en wie kan dit verantwoorden? Nog veel minder diegenen, die daarbij nog een radiobode lezen, want als men zijn kwitantie betaalt, betaalt men tevens zijn lidmaatschap van de radiovereniging. Hoe kan een lid der Ger. Gemeente lid zijn van een radiovereniging, die zoveel goddeloosheid uitzendt, zelfs ook de N.C.R.V.? Daarom moet ik mij tegen het gebruik van radiozendtijd verklaren, want de nadelen zijn veel groter dan de voordelen. Dat we toch bewaard mogen worden voor deze verderfelijke invloeden in onze gemeenten, laten we bij de eenvoudigheid van de door God ingestelde middelen blijven en het in de hand des Heeren overgeven, Die de Zijnen tot het Woord of het Woord tot hen, die Hij van eeuwigheid heeft liefgehad, kan brengen.
Mocht de Heere onder onze jonge mensen de vreze Gods werken, opdat de kerk nog zou mogen schijnen als een licht in een krom en verduisterd geslacht. Ik wens dan ook voor jong en oud, dat men in deze diskussie betoont niet te staan naar nieuwe dingen.
Wat de opmerking over Paulus betreft, deze vind ik wel heel zwak. Paulus predikte overal waar hij gelegenheid kreeg en is dan ook kennelijk geleid door Gods Geest om op de Areopagus het Evangelie te prediken en dit heeft hijzelf niet gezocht of verzocht.
Ook heb ik niet kunnen vinden, of Paulus er voor een tweede keer gepredikt heeft".
Vervolgens ligt hier voor mij een brief uit Veen namens de kerkeraad aldaar. De hele brief gaat over televisie en film, maar zoals ik al opgemerkt heb, daar praten we niet over, want dat is niet in diskussie. Het gaat over de Evangelieverkondiging per radio en daarover wordt met geen woord gerept. Met de inhoud van de brief zijn wij het overigens roerend eens. „De Heere moge aan onze gemeenten gedenken. Hij verwaardige Zijn knechten en ambtsdragers om pal te blijven staan voor de waarheid Gods, zoals dit in Zijn Woord geopenbaard is", aldus het slot, dat wij van harte onderschrijven.
Hazerswoude: „Als een dominee van de Ger. Gem. voor de radio gaat spreken, gaat men denken, dat men best een radio mag hebben. En toch is dat m.i. beslist niet waar, want als men radio in huis haalt, haalt men de wereld bin-
nen en geeft men eigenlijk een trap tegen datgene, waardoor de Heere ons uitwendig nog mee aan banden legt. Ja maar, zegt men, er zit een knop aan om hem uit te zetten. Maar Gods Woord leert ons, dat we haters Gods zijn, die juist dat willen horen, wat niet betaamt.
En daar krijgen we met de radio (hoewel vaak met een godsdienstig tintje) volop de kans voor. Nu ben ik het met briefschrijver uit Den Haag wel eens, dat de radio een goed middel is ter verbreiding van het Evangelie, maar wat dunkt u, zou Paulus op de Areopagus niet de heidenen gewaarschuwd hebben tegen de spelen, die daar gehouden werden. En zouden die mensen, die door middel van Paulus daar bekeerd werden, nog weer naar de Areopagus geweest zijn? Men kan niet God en de Mammon dienen.
Verder vindt briefschrijver uit Den Haag de radio een mooi middel om de goede kanten van de Ger. Gemeente te laten zien. Nu, volgens Gods Woord is het beste middel onze handel en wandel.
Daarom ontken ik de goede dingen niet waarvoor de radio te gebruiken is, maar het gevaar is groter dan het voordeel", aldus de briefschrijver uit E[azerswoude.
Tenslotte heb ik hier een brief uit Rotterdam, van iemand, die zichzelf aanduidt als „een oudere lezer van „Daniël" Hij schrijft: „Men kan alles verkeerd gebruiken wat goed is. Dat is het geval
met veel, dat de heeft. mens uitgevonden
De radio is niet door de mens uitgevonden zoals b.v. de boekdmlckunst, die toch ook naast de voordelen veel nadeel heeft (denk slechts aan de zondige boeken). De ethergolven heeft God in Zijn schepping de mens ten dienste gesteld en de mens heeft ontdekt, dat zij er waren en zouden wij dan niet trachten, hetgeen God schonk, in Zijn dienst te gebruiken. Wanneer Gods Woord zuiver wordt gepredikt en de naam van Jezus als de Zaligmaker wordt verkondigd en die prediking wordt door de radio uitgezonden, dan kan worden gezongen: „Er ruist langs de wolken een lieflijke Naam.
Met die inzenders uit Zwijndreeht (behalve televisie en film dan toch zeker. (gespr.1.) en Den Haag ben ik het van harte eens. Ik heb jaren radio, maar luister slechts zelden, omdat er niet veel goeds door komt. Maar voor het weinige, dat er dan als beluisterenswaardig uit komt, zou ik de radio niet gaarne wilen missen.
Zelf woon ik in Rotterdam, waar degenen die door ouderdom of ziekte niet meer kunnen opgaan naar Gods Huis, de kerktelefoon hebben. Maar in de meeste onzer gemeenten is geen kerktelefoon en daar zijn de ouden van dagen en zieken verstoken van de levende verkondiging. Men zal zeggen: Er zijn genoeg predikaties gedrukt, die kunnen zij lezen. Ik antwoord: Inderdaad, en wij mogen dat waarderen, maar niet iedere oude of zieke vriend of vriendin is in staat te lezen en bovendien is het beluisteren van een preek veel aangenamer.
Van harte hoop ik, dat onze gemeenten hun standpunt zullen loslaten en dat er, al was het slechts één uur per week, een dominee voor onze zieken en ouden van dagen (die wonen in een gemeente waar geen kerktelefoon is) voor de radio zal spreken."
Ziezo, voor deze keer is het weer genoeg. Men heeft nu weer gelegenheid om over deze dingen na te denken en in de pen te klimmen. Als u schrijft, mag ik er dan op aandringen, beknopt te zijn? Er is geen plaatsruimte om lange brieven in hun geheel op te nemen en als ik moet gaan besnoeien, wat meestal het geval is, is het gevaar zo groot, dat ik juist zou weglaten, wat de schrijvers belangrijk hebben geacht.
GESPREKLEIDER
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1964
Daniel | 16 Pagina's