Een rubriek voor en van onze jeugd
Van 8 tot 16
En wat zeggen jullie wel van onze nieuwe „Daniël"? Is het meegevallen met de verandering? Ik geloof wel, dat jullie ons jeugdblad nu mooier vinden en dat jullie het nog beter lezen dan eerst. Nu moeten jullie je natuurlijk voornemen om alle krantjes te bewaren, dan krijg je in de toekomst een mooi naslagwerk. Ik zit ook weieens in oude nummers te neuzen en dat is heel interessant. Wij gaan natuurlijk op onze eigen wijze door. Dat wil eöhter niet zeggen dat wij niets nieuws gaan doen.
Straks, na de vakanties, ga ik weer een vragenwedstrijd doen en ik ben van plan ook jullie brieven te gaan beantwoorden. Ik zou het ook erg prettig vinden als onze rubriek eens opgevrolijkt werd door wat foto's. Je bent b.v. ergens met vakantie geweest en hebt iets moois gefotografeerd. Je schrijft er een kort verhaaltje bij en stuurt me alles toe. Je zult eens zien hoe leuk dat is. Het moeten wel heel scherpe foto's zijn. Er zijn ook veel jongens en meisjes, die goed kunnen tekenen, die maken dan maar eens een mooie pentekening. En wat dachten jullie van een rebus? Jullie merken wel dat er mogelijkheden genoeg zijn om er een gezellig rubriekje van te maken. Ik denk zo, dat jullie nog veel meer ideeën hébben; nu daar ben ik erg nieuwsgierig naar, want als het goed is moeten jullie alles doen. Ik zal het wel een beetje bijschaven en rubriceren. Iedereen moet natuurlijk meedoen. In ieder gezin moet „Daniël" een grote plaats innemen; en een ieder van de leeftijdsgroep van acht tot zestien moet meedoen. Blijf nu niet aan de kant staan; „Daniël" is jullie blad. Je hebt altijd zoveel mensen en ook jongelui, die altijd vol kritiek zitten, maar ze doen nooit aan iets mee.
Dat zijn van die beste stuurlui, vooral als ze aan wal staan. Je mag pas ergens iets van zeggen, als je zelf meehelpt aan iets. Een tijd geleden heeft men ook naar de mening van de „Daniël"-lezers gevraagd over ons blad. En wie hadden de meeste aanmerkingen? Zij, die zelf niets presteren. Maar wij gaan rustig door. Ik reken op jullie allemaal.
Je moet voortaan wel je leeftijd erbij zetten. Een opstel van een meisje van negen jaar moet ik anders toeoordelen dan één van een jongen van vijftien. Het is voor de lezers ook prettig dit te weten. Er breekt
voor ons allen dus een drukke „Daniël" tijd aan.
Kitty V. d. Helm was bezig ons een mooi verhaal te vertellen, daar gaat ze nu mee verder.
De ruiter op het witte paard (II).
Ja het duurde heel lang. Mary stopte kousen voor de buren en kreeg een dubbeltje. Ze sprdkkelde hout en kreeg een stuiver, ze kreeg twee kuikentjes, die ze trouw verzorgde. Het werden twee kippen, er zat gelukkig geen haantje bij, en ze verkocht de eieren voor een paar centen, en die stuiver en dat dubbeltje, dat was een söhat, die legde ze in een doosje op haar zolderkamertje. Zes jaar duurde het, toen was ze zestien jaar en al lang niet meer op school. Toen had ze twintig gulden bij elkaar en toen zei ze tegen vader: „Vader ik heb twintig gulden bij elkaar. Nu ga ik naar de dominee in de stad en ik ga een bijbel kopen. Mag het? " „Natuurlijk mag dat, " zei haar vader, „maar het is een heel eind lopen naar de stad, het is veertig kilometer." „Dat geeft niet, vader. Morgen ga ik naar de dominee, " zei Mary blij.
Het is een mooie morgen middenin de zomer. De vogels zingen het hoogste lied. De bijen zijn uit hun korven gekomen en dansen in de eerste zonnestralen. Door de vroege morgen loopt een meisje van 16 jaar. Ze loopt op blote voeten. Ze is blij, Mary, ze zingt het hoogste lied. Nu eindelijk, na zes jaar, zal haar verlangen, haar wonderlijk verlangen, worden vervuld. Straks zal ze een eigen bijbel hebben en dan Ze loopt de hele dag, maar ze voelt niet, dat ze moe wordt, 't Is of ze naar een groot feest gaat en dat is eigenlijk zo. Ze komt in de stad. Reeds is de zon weggezonken achter de bergen in het westen. Ze trekt haar schoenen aan en spoedig heeft ze het huis van de dominee gevonden. Bevend belt ze aan. Nu zal het grote ogenblik komen.
Nu De deur gaat open. Een dame kijkt haar nieuwsgierig aan; ze ziet direct dat dit geen meisje uit de stad is. Ze ziet ook dat ze vermoeid is. „Wie ben je en wat kom je doen? " vraagt de dame vriendelijk. „Ik ben Mary Jones en kom om een bijbel te kopen, mevrouw, " zegt Mary zacht. „Om een bijbel te kopen, " vraagt de dame verwonderd; het gebeurde niet iedere dag dat er een meisje aan de deur kwam met zulk een boodschap. „Waar kom je vandaan? " „Van Llanfihangel-y-pennant, mevrouw, " antwoordt Mary. „Wat? Helemaal van Llanfihangel? " „Je mevrouw." „Hoe ben je hier gekomen? " „Lopen Mevrouw." „Kom binnen Mary" en mevrouw gaat haar voor naar de studeerkamer van de dominee. „Ga hier zitten kind, " en Mary zinkt in een heerlijke stoel neer. O nu voelt ze pas hoe moe ze is. Maar nee, daar niet aan denken, nee. Ze heeft toch het doel van haar reis bereikt, het wonderlijke verlangen zal nu toch worden vervuld en haar gebed worden verhoord.
De dame gaat weg. Mary kijkt de kamer rond, O, o, wat een boeken. De dominee moet wel een geleerd man zijn. Mary heeft niet veel tijd om daar over te denken. De deur gaat open en een deftige heer treedt binnen. Hij loopt op haar toe, steekt de had uit en zegt: „Dag Mary Jones, en vertel eens, wat je eigenlijk wilt." , Ik kom om een bijbel te kopen. Dominee, " zegt Mary schuchter. „Kom je daarvoor helemaal uit Llanfihangel-y-pennant? " (brrr... alweer zo'n moeilijk woord). „Ja Dominee." „Nou maar dat is toch heel jammer, Mary, maar...." De Dominee maakt zijn zin niet af. Hij ziet hoe er opeens een groot verdriet gekomen is in de ogen van Mary. Hij ziet hoe het bloed wegtrekt uit haar gezicht. Haar lippen beginnen te beven, dan opeens valt ze in de stoel terug, ze bonst met haar hoofd op de leuning en snikt en snikt. De Dominee legt zijn hand op haar hoofd. „Maar kind is het dan zo erg, dat ik op het ogenblik geen bijbel voor je heb." Met tranen in de ogen kijkt Mary hem aan. „Ik, ik hdb er 6 jaar voor gespaard. Dominee en nu nou heb ik het geld en en " „Wat zeg je? Zes jaar er voor gespaard? En nou er veertig kilometer voor gelopen? Wou je dan zo graag zelf een bijbel hébben? " „Ja Dominee en nou is alles voor niets geweest. Ik heb er iedere dag voor gebeden, ik heb er lezen voor geleerd. Ik heb " Ontroerd kijkt de dominee haar aan.
Dan zegt hij: „Hoor eens Mary, je mag zo niet naar huis gaan. Ik heb inderdaad nog één bijbel, die heb ik aan een vriend beloofd, maar jij krijgt hem hoor. Iemand die 6 jaar om een bijbel heeft gebeden, die er 6 jaar voor gespaard heeft, die krijgt hem. God heeft je gebed verhoord mijn kind." En hij legt een praöhtige, fonkelnieuwe bijbel op Mary's schoot. En nu Snel wist Mary haar tranen uit haar ogen. Weg is opeens alle verdriet.
Het juicht opeens in M; ary. Nu heb ik een bijbel, mijn bijbel. En ze streelt het dikke boek als een kostbaar kleinood. Nu eindelijk, na 6 jaar heeft ze een bijbel, haar bijbel. Nu is haar gebed verhoord, haar verlangen vervuld. Nu kan ze vol blijd-
schap de lange weg terug gaan. Ze drukt het hoek aan haar hart en stamelt: „Dank U wel Dominee; dank U wel. En hier is het geld."
Ze maakt een zakje open en haalt het van haar nek en telt de Dominee twintig guldens voor. Een geweldige som. Een bedrag dat in onze dagen zeker tienmaal zo hoog zou zijn. „Hoho", zegt de dominee lachend. „Hoho, je geeft te veel". Hij neemt het zakje en doet er weer vijf gulden in terug. Verrast kijkt Mary hem aan. „Maar de bijbel kost toch twintig 'gulden dominee? ", vraagt ze. „Ja eigenlijk wel kind, maar die vijf gulden zijn voor jou, omdat ze er zo lang om gebeden en gespaard hebt." Met blijde schittering in haar ogen zegt Mary: „Dank u wel, dominee, de vijf gulden zijn voor vader en moeder." „'t Is goed lief kind. Maar zeg eens, waar ga je nou vannacht slapen? Heb je familie of kennissen hier in de stad? " „Nee dominee, ik ga weer terug. Ik ben helemaal niet moe." „Je bent wel moe Mary en je mag vannacht hier blijven slapen, " zegt de dominee. Die naCht slaapt Mary in een heerlijk bed, nadat ze zo lang in haar bijbel heeft zitten lezen, tot de kaars bij haar bed helemaal opgebrand is.
(Wordt vervolgd)
Wie weet het?
Hier is dan een puzzel voor jullie. De oplossingen niet inzenden. Ieder volgend woord 'begint met de laatste letter van het voorgaande.
1— 2 profeet geboren in Tisbe. 2— 3 gemaal van koningin Esther. 3— 4 zong in de gevangenis. 4— 5 andere naam voor Sarfath.
En tenslotte,
krijgt Gerda de Heer uit Rotterdam een extra pluimpje. Zij was de enige die mij deze veertien dagen een nieuwe abonnee opgaf. Hartelijk dank, Gerda. Ook jij krijgt te zijner tijd je beloning. Wie volgt? Zo jongelui, voor dit keer houd ik weer op. De hartelijke groeten en een heel prettige 'vakantie.
Pr. Bernhardstraat 27, Dirksland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1964
Daniel | 16 Pagina's