Meditatie
„Want wat haat het een mens zo hij de gehele loereld gewint en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal de mens geven tot lossing zijner ziel? " (Matth. 16 : 26).
Ieder mens draagt een schat in zich, een Goddehjke ziel, en opdat dit dierbare kleinood niet te laag gewaardeerd zal worden, zo waardeert onze Zaligmaker haar hier tot de rechte prijs. Hij legt aan de ene kant de ziel en aan de andere kant de gehele wereld op de weegschaal en gewogen zijnde, blijkt de ziel zwaarder te wegen dan de wereld met alles wat er op en in is. Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint en lijdt schade zijner ziel?
De wereld is een statig gebouw met voortreffelijk sieraad en uitstekende schoonheid verrijkt en als een kunstig borduurwerk met een grote verscheidenheid van kleuren afgezet. Zij is een heldere spiegel, waar de wijsheid en majesteit Gods in te zien is. En toch, hoe heerlijk deze wereld is, ieder mens draagt nog heerlijker wereld in zich: een dierbare ziel.
De gehele wereld kan de halve waarde van één ziel niet halen. Zo de wereld een ziel vrij kopen moest, zij zou oneindig te kort schieten, en aan de andere zijde: als iemand zijn ziel voor de wereld verkoopt, drijft hij een ongelukkige handel.
Indien wij onze ziel behouden kunnen, al verliezen wij de gehele wereld, het is een profijtelijk verlies; en zo wij onze ziel verliezen, al gewinnen wij de gehele wereld, zelfs onze winst zal verlies zijn. Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel?
Is de ziel zo dierbaar en kostelijk, doet dan Uw best om deze voortreffelijke schat te behouden. In tijden van gevaar vorderen de mensen hun geld terug en trachten hun bezittingen veilig te stellen. Zult gij, die altijd in gevaar zijt te sterven, dan niet trachten het dierbaarste dat gij bezit. Uw ziel, veilig te stellen? O, gij allen, die nog in Uw natuurstaat zijt, Uw zielen zijn verpand. Indien Uw bezittingen verpand waren, zoudt gij ze niet trachten te lossen? En nu zijn Uw zielen verpand. De zonde heeft Uw zielen te pand gezet, en waar denkt gij dat ze zijn? Ze zijn in de hand van de duivel; daarom wordt de mens in zijn natuurstaat gezegd onder de macht van de satan te zijn. (Hand. 26 : 28).
En nu zijn er maar twee wegen om dit kostbare pand te lossen en deze beide wegen zijn te vinden in Hand. 20 vers 21: bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus.
Doet al Uw zondewerken te niet door bekering en eert de verdiensten van
Christus door het geloof, het zaligmakend geloof, omdat de ziel op deze vleugel tot Christus, de geestelijke Ark vliegt en van het gevaar behouden wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1964
Daniel | 16 Pagina's