Naar 't heilig land
9.
DE ZWARE GANG
De gang wordt trager nu de dorst ons kwelt. De kind'ren klagen en de koeien loeien. De voeten zwellen en de schoenriem knelt. Wij zeulen voort en zien slechts distels groeien.
Waar is de bron waar volop water welt, waar palmen rijzen en de bloemen bloeien? Men had ons van een heerlijk land verteld, het schone oord, waar melk en honing vloeien!
Toen zijn de voorsten plots'ling heengesneld. Zij zagen door het trillend zonnegloeien het water schitt'ren in het barre veld!
Zou eind'Ujk God Zich met ons lot bemoeien? Heeft Hij ons zó lang op de proef gesteld, om onze kracht en hoogmoed te besnoeien?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1964
Daniel | 16 Pagina's