Liefde doet verdragen
I.
Dit onderwerp werd 3 juni 1964 op de landdaig van de bond van meisjes-en vrouwenverenigingen dngeleid door mevr. V. Heli-Hulsman te Zeist, en wordt in dit en het volgend nummer in zijn geheel afgedrukt.
Over liefde schrijven en spreken, is voor sommige mensen heel makkelijk; voor weer andere o zo moeilijk.
Iemand, die heel gelukkig getrouwd is, een gezellig gezin heeft, waar liefde heerst, soms ondanks strubbelingen, kan natuurlijk wel wat zeggen over liefde. Of een meisje of jongen, die verloofd is, en weet: 't zit goed tussen ons, weet ook wel wat van liefde, of een echtpaar dat al een zilveren of gouden bruiloft aöhter de rug heeft. Een ongetrouwde weet er natuurlijk ook wel van, maar wij zouden zeggen, toch wel wat minder. Hij zal misschien veel van z'n ouders of broers of zusters houden. Goed! dat zal wel, maar dat is toch anders.
Toch heeft juist, een (laten we maar zeggen) verstokte vrijgezel ons heel wat te vertellen over liefde. Maar dit is iemand, die van God liefde ontvangen had. Liefde tot God bovenal, maar ook tot zijn naaste, 't Is Paulus. Hij schrijft zijn brief aan Corinthe. Hij spreekt over veel; gaven der profetie, gezondmaking, velerlei talen, maar zegt hij: „ik wijs u een weg die nog uitnemender is.' Die weg is de liefde. Liefde in de rijkste zin des woords. Liefde tot God en de mensen. Moeilijke liefde.
Hoor maar! Liefde is lankmoedig, niet afgunstig, zij wordt niet verbitterd. Zij bedekt alle dingen, zij verdraagt alle dingen. Dit zijn nog maar een paar eigensdhappen van 't rijtje wat Paulus opnoemt. Moeilijk hè. Liefde slaat niet alleen op ons gezinsleven, maar op ons gehele leven. Paulus is in zijn leven heel wat haat, nijd, afgunst en vijandschap tegengekomen, toch spreekt hij meer over liefde dan over haat. Hoe komt dit? Door dat hij van een vijand Gods, een kind Gods is geworden. Hij spreekt over verdraagzaamheid. Hij zelf was van een onverdraagzame jegens de Christenen, een Christen geworden. Hij zal er dunkt me wel eens aan gedacht
hebben, hoeveel de Heere van hem heeft verdragen en nog te verdragen had.
Als hij over liefde spreekt, bedoelt hij ook de liefde van mensen tot elkaar; niet alleen tussen man en vrouw, maar in ons hele leven tegen anderen.
Als wij aan liefde denken, denken we vaak aan romantiek, niet aan verdraagzaamheid. Natuurlijk verdraagzaamheid hoort er wel bij, maar 't klinkt zo saai. Tooh hoort het volgens mij heel sterk bij elkaar. Liefde zonder verdraagzaamheid, komt niet tot zijn redht, en verdraagzaamheid zonder liefde is wel een heel zware opgaaf.
Is verdraagzaamheid dan zo moeilijk? O, nee hoor! Juist heel makkelijk. Ieder mens bijna verdraagt heel veel en met meestal heel w^einig moeite; hoogmoed bijv. of kleine (ook wel grote) leugens, oneerlijkheid, drift, koppigiheid, och, noem maar op. Nog veel meer ondeugden in... zichzelf. Van je zelf iets verdragen is heel zo moeilijk niet. Dat gaat van zelf. Maar ja, iedereen houdt nu eenmaal veel van zich zelf. Iets van een ander verdragen, dat is niet zo 'gemakkelijk, 't Begint al met kleine kinderen; om een kleinigheidje kan een heel vaatje buskruit ontploffen.
Hoe weinig verdragen broertjes en zusjes vaak van elkaar. Hoe kunnen we ons soms niet ergeren aan bepaalde dingen en 'hoe vaak doet de andere partij het dan niet per ongeluk expres nog eens een paar keer.
Ik herinner me nog heel goed, hoe een broer van mij vroeger kribbig werd, als ik met 't eten op m'n lepel of vork beet. Ik vond dat maar onzin, dat gebeurde nu eenmaal wel eens, daar moest hij maar aan wennen. Wel beloofde ik er aan te denken, maar je kunt er heel goed aan denken en toch iedere keer wel eens doen. Heel per ongeluk hoor!! Ik heb hier nooit meer aan gedacht, maar nu m'n kinderen wat groter worden, hoor ik dat zelfde geluid, van die tanden op die vork en lepel, en 't is heel 'vreemd, maar ik word er nu zelf kriébelig van! Vooral als m'n bui toch al wat gespannen is. Nu kan ik me dit levendig indenken. Toen niet.
Als kind kun je elkaar daarin zo lekker dwars zitten.
Hoe weinig verdragen kinderen soms van hun ouders. „Och" zeggen ze dan: „Ze zijn zo verschrikkelijk ouderwets. Ze begrijpen ons niet." Misschien is dit wel eens waar. Maar, proberen wij jongeren begrip op te brengen voor hun standpunt? In onze ogen, deden of doen ze het misChien wel eens fout, maar ze deden het uit liefde, niet om 'hun kinderen te plagen, maar tot hun bestwil. Laten we dit toch nooit vergeten.
Ze verbieden soms wel, dat in onze ogen 'best gemogen had. Het zijn mensen, ze maken ook fouten. Laten we alleen nooit het 5e gebod vergeten. Door hun ongehoorzaam te zijn, zijn we God ongehoorzaam.
Ouders hebben ook veel van hun kinderen te verdragen. Deze tijd is anders dan bijv. 20 jaar geleden. Fr. Fröbel, de oprichter van de vroegere Fröbelscholen, had als lijfspreuk: „Wees kind met de kinderen." Dit betekent: probeer je in hun gedachten te verplaatsen. Ook in dat van jongere broertjes of zusjes of andere kinderen. Probeer begrip op te brengen. Ook in dat van een kind, dat in de kerk in je buurt zit en maar aanhoudend met de voeten zit te wiebelen, of zo iets. Dat kind is na een kwartiertje uitgekeken, en luisteren is zo moeilijk. Maar zoiets kun je nu eenmaal ergeren. Probeer dan bewust er geen last van te hebben, door extra goed te luisteren. Echt het lukt.
Kinderen in de puberteit hebben het nogal eens moeilijk met het punt verdraagzaamheid. Zij vinden op deze leeftijd in ouderen 'bijna alles raar, of ouderwets of tuttig. Jongens en meisjes van deze leeftijd, zitten vol problemen. De één meer, de ander minder uiteraard. Alles verandert. Je zelf allermeest. Je wordt van servet, tafellaken. Maar dit 'gaat niet vanzelf. Je zou dolgraag al je problemen en probleempjes willen bespreken met een oudere, maar je doet alsof je het allemaal best alleen afkunt. Dit is voor jongens, zowel als voor meisjes, een moeilijke tijd, die voor opvoeders vooral, veel liefde, verdraagzaamheid en geduld, maar vooral ook veel tact vergt. Het lijkt mij voor ouders de moeilijkste tijd, wat opvoeden betreft. Zij moeten in hun kinderen ook veel verdragen, maar mogen heus niet alles door de vingers zien. Eli is daar wel een voorbeeld van. Hij heeft van zijn zoons heel veel verdragen, maar 't was verkeerde verdraagzaamheid. De Heere zei: „Hij heeft ze zelfs niet zuur aangekeken." Wij moeten onze kinderen opvoeden, niet alles toegeven, daar doen we hun te kort mee. Dit is onze plicht.
Ik heb eens gelezen van een meisje, die alles kon krijgen wat haar hartje begeerde, toch was de verhouding met haar ouders niet zo best. Ze zei: „Ik kan alles krijgen wat ik wil, maar een pak slaag heb ik nog nooit gekregen. Is dat liefde? " Dit meisje kwam ondanks alles, veel te kort.
Als vaders en moeders altijd maar druk zijn, en er'geen tijd is voor de kinderen, geen tijd om liefde te geven, is er ook geen tijd voor verdragen.
Als je tijd hebt voor je kinderen, je eet gezellig en wast met de kinderen gezellig de vaat, wordt de stemming niet vernield, doordat één van de kinderen een kopje laat vallen, wat dan stuk is. „Jammer" denk je. „Jongens" zeg je, „we ruimen het op, er is niets aan te doen." De volgende dag 't Is mooi V/eer. Er heerst schoonmaakwoede in huis. 't Vlot lekker. Dan! de bel, even later nog eens. Hé ba! En dan hevig gerinkel, er breekt wat in de keuken. Je rent naar beneden „Kijk dan uit! Alweer een kopje! Doe dan toch voor zichtig!" Zoiets gebeurt overal wel eens denk ik. Wat gaat
een kind denken? Gisteren was het niet erg, nu wel. Ra, ra hoe kan dat? Later heb je er spijt van. Als je het dan uitlegt tegen de kinderen, begrijpen ze het vaak wel, maar, hoe vaak wordt dat vergeten? Als je ouder wordt, word je ook steeds zelfstandiger. En als je dan zover bent, dat je een baan hebt, ben je inmiddels wel tot de ontdekking gekomen, dat de burgerlijke beleefdheid ook verdraagzaamheid vergt; Je kunt nu eenmaal tegen je werkgever geen grote mond opzetten, als je je ergert aan één of andere nare gewoonte van hem. Je kunt het wel doen, maar ik denk, dat het wel eens verkeerd uit kon pakken.
Je verdraagt dus uit beleefdheid en eigen belang. En als collega's onder elkaar? Die stuurse collega van je? Bah! dat nare mens, nooit een lachje en wat een jurk! Uit het jaar nul! Nee hoor! tegen haar kan ik niet vriendelijk zijn. Probeer het todh maar. Wij weten niet altijd de achtergronden. Missdhien, als we van sommige mensen alles wisten, 't verdriet dat zij meemaakten, jaren van moeite, zorg of eenzaamheid, dat we dan zouden zeggen: „Wat houdt ze zich goed. Ik zou het nooit kunnen."
We hebben gezegd: ee niet wij, de Bijhel zegt: Liefde doet verdragen" (1 Cor. 13 : 7). Dan is verdragen, in het maatschappelijk leven, veel moeilijker. Misschien! t Echte verdragen uit liefde, is in ieder geval veel en veel mooier. In je verloving bij voorbeeld. Gebrekkig gaat het dan vaak (niet alijd vanzelf). Liefde is blind, zeggen we. De Bijbel zegt; „zij zal menigte van zonden bedekken" (1 Petr. 4 : 8). Als je echt veel van elkaar houdt erger je je niet zo gauw aan eikaars fouten. Je bent blij dat je elkaar weer ziet, er is geen plaats voor ergernissen. Je leert elkaar hoe langer hoe beter kennen, en als 't goed is, ga je ook hoe langer hoe meer van elkaar houden. Natuurlijk zie je
ook eikaars gebreken, maar je bedekt ze. Je ergert je er niet aan, en je vertelt ze zeker niet verder. Er zullen ook wel eens strubbelingen zijn, maar waar liefde is, gaat dat voorbij Dan komt de trouwdag. Dan zie je elkaar iedere dag, ook met het gewone gezicht, ook wel eens humeurig. Dan komen vaak de ergernissen, 't Is een pracht tijd, maar oefenen in verdraagzaamheid is heus, hard nodig. Je ontdekt dingen van elkaar (kleinigheden) die je nooit geweten hebt.
In de Bijbel wordt Job ons genoemd, als voorbeeld van verdraagzaamheid (Jer. 5 : 11).
Van de rijkste man in het land, in één dag straatarm. Gelukkig, hij heeft nog vrouw en kinderen.
Ook die kinderen verliest hij. Alleen z'n vrouw heeft hij nog, die kan hem nog bijstaan.
Daar zit hij, te vies om aan te kijken van de zweren met een potscherf om zich te krabben. (Wat moet die jeuk ondraaglijk
geweest zijn, hij zat er immers helemaal onder).
Dan komt z'n vrouw. Inplaats dat ze probeert te helpen, wat hij toch had mogen verwachten, zegt ze: „Zegen God en sterf, maak er maar een eind aan Job, dit is te erg!"
Job is een voorbeeld van verdraagzaamheid, maar dit verdraagt hij niet. Hij valt scherp uit. Hij noemt haar een zottin en geeft haar een geducht standje.
Dit mag hij oök niet verdragen. Hier komt Jöb niet voor zidh zelf op, maar voor Gods eer.
Even later komen de vrienden om te troosten, maar ze kunnen het niet, ze kunnen slechts zwijgen, dit hadden ze niet verwacht; dit was te erg. Ze herkennen hem zelfs niet. Stil en verslagen zitten ze bij hem. Maar na een week komen de tongen los.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1964
Daniel | 16 Pagina's