Evangelieverkondiging per radio.
Over dit ondei*werp kreeg ik een reaktie uit Zwijndrecht.
Naar de mening van inzender, „moeten wij ons schamen voor het feit, dat in onze kringen het onderwerp „Evangelieverkondiging per radio" nog een punt van diskussie kan zijn. Ik ben mijzelf bewust dat deze opmerking in feite niet past in de „Diskussiehoek".
Toch wil ik deze plaatsen. Niet om kritiek uit te oefenen op de gesprekleider, evenmin om te trachten de diskussie vroegtijdig af te breken, maar om duidelijk naar voren te brengen hoe diep deze kwestie mij — en naar ik meen vele andere jongeren — aangrijpt. Evangelieverkondiging is geoorloofd, ja, zelfs verplicht. Ik geloof niet, dat dit een nader betoog behoeft.
Zonder het jezuïtische standpunt te huldigen: „het doel heiligt de middelen", ben ik van oordeel, dat alle ten dienste staande middelen aangewend moeten worden om het Evangelie te verbreiden. Behoort de radio (en zelfs de televisie en de film!) niet tot deze middelen? Bieden de moderne massacommunicatiemiddelen niet bij uistek de gelegenheid om grote groepen buitenkerkelijken weer in contact te brengen met het Evangelie?
Noch de radio, noch de televisie, noch de film zijn om welke redenen dan ook af te keuren als communicatiemogelijk-
lieid. Ook deze middelen zijn door God geschonken!
Zolang de Gereformeerde Gemeenten blijven weigeren gebruik te maken van de geboden gelegenheden, om godsdienstoefeningen per radio uit te zenden, verzaken zij naar mijn gevoelen gedeeltelijk hun roeping.
Dit geldt eveneens voor de S.G.P., die zelfs wettelijk rechten kan laten gelden op radiozendtijd. De S.G.P. heeft als doelstelling het brengen van de beginselen van Gods Woord tot meerdere erkenning in den lande (artikel 2). Gaarne zou ik van een overtuigd S.G.P.-ër willen vernemen hoe dit te rijmen is met het weigeren van politieke zendtijd. Uit het bovenstaande blijkt wel dat de kwestie van de evangelieverkondiging per radio zeer nauw samenhangt met het wezen van ons kerkgenootschap) en van de politieke partij, waartoe wij krachtens ons lidmaatschap van de Gereformeerde Gemeente geacht worden te behoren.
Onze houding tegenover deze kwestie betreft geen uiterlijk aspect, maar heeft betrekking op de meest innerlijke waarden van de Gereformeerde Gemeenten en van de S.G.P.
Daarom spreek ik de hoop uit dat vele jongeren, maar ook ouderen: geestelijke en politieke leiders vooral, hun mening over het diskussieonderwerp willen geven, zodat de „Diskussiehoek" kan leiden tot meer eenheid in opvattingen ten aanzien van deze kwestie".
Een lezer uit Den Haag is de volgende mening toegedaan:
„In Marcus 16 : 15 vinden we het zendingsbevel van de Heere Jezus: Gaat dan heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen". Aan alle creaturen, staat er, dus niet alleen aan de heidenen, waar het Evangelie nog nooit gepredikt is, maar ook aan die mensen die in ons land wonen en wel naar de kerk zouden kunnen, maar er nooit komen. Worden deze mensen niet schandelijk in de steek gelaten door ons? We laten het benaderen van deze mensen maar over aan de Jehovagetuigen, Mormonen, volgelingen van Lou, enz. En dat men dan zegt dat bij ons „de kerkdeuren voor iedereen wijd openstaan", gaat echt niet op. Want die deuren staan wel open, maar wie durft de drempel te overschrijden als hij nog nooit een kerk van binnen gezien heeft? Bovendien heeft zo iemand nog veel kans, dat hij van zijn plaats gestuurd wordt, want om in Gods huis te mogen vertoeven, moet je er tegenwoordig eerst een plaats huren! We moeten dus die mensen opzoeken en niet wachten tot ze bij ons komen. De radio is hiervoor een prachtig middel. Het wordt ons op die manier gemakkelijk gemaakt.
Bovendien zou op die manier veel misverstand over de Ger. Gem, uit de wereld geholpen worden. Onze gemeenten zijn alleen maar „in het nieuws" als er iets onaangenaams voorvalt (bijv. over inenting, kerkscheuring enz.)
Dat de radio ook voor veel verkeerde doeleinden gebruikt wordt, is geen reden er niet iets goeds voor te willen brengen! Juist een reden om het wel te doen. In de tijd dat er een dominee van onze gemeenten spreekt, kan er niet iets anders uitgezonden worden.
Bovendien: aulus predikte het Evangelie ook niet uitsluitend in de synagogen. Toen hij op de Areopagus mocht spreken, greep hij deze kans met beide handen aan. En de Heere heeft dit middel willen zegenen. (Hand. 17 : 34).
Dus: Laten we deze prachtige kans benutten. In welk land ter wereld wordt het de kerk Gods zo gemakkelijk gemaakt om het Evangelie onder ieders gehoor te brengen? Laten we er dan een dankbaar gebruik van maken!"
Meerdere brieven over dit onderwerp worden nog gaarne ingewacht door
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1964
Daniel | 16 Pagina's