VRAGENBUS
G. te H. vraagt hoe het te verklaren is, dat in Genesis 24 steeds Laban het woord voert en leiding geeft en niet zijn vader Bethuël.
Gen. 24 is het hoofdstuk waarin ons verhaald wordt hoe Eliëzer, de knecht van Abraham, een vrouw vindt voor Izak, namelijk Rebekka.
Inderdaad treedt in de besprekingen met Eliëzer steeds de broer van Rebekka, Laban naar voren en niet haar vader Bethuël.
Immers als Rebekka voor het eerst Eliëzer ontmoet heeft bij het drenken van de kudde, en als zij dan naar huis gaat om alles te vertellen, wat Eliëzer haar gezegd heeft, dan is het niet Bethuël, maar Laban, die naar buiten gaat om
Eliëzer in huis te halen.
En als Eliëzer met Rebekka wil vertrekken, dan is het weer niet Bethuël, maar Laban, die zegt: „Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan." (vs. 55)
En ook in vers 50 wordt Laban vóór zijn vader genoemd als wij daar lezen: „Toen antwoordde Laban en Bethuël en zeiden: „Van de Heere is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot U spreken."
Dat Laban hier dus zulk een belangrijke rol speelt en zelfs vóór zijn vader wordt genoemd moet verklaard worden uit het huwelijksrecht van die oude oosterse wereld. In dat huwelijksrecht was het namelijk zó geregeld, dat aan de volle broeders van een jong meisje in die tijden over haar uithuwelijking een bijzondere zeggenschap toekwam.
P.S. Als er vragen zijn, hetzij op de verenigingen, hetzij persoonlijk, wilt U ze mij dan toesturen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1964
Daniel | 16 Pagina's