Woord en wereld
(slot)
Typen van ongeloof
In het vorige artikel besprak ik met je vijf typen van ongeloof, nl. de afvallige, de teleurgestelde, de genieter, de rclativist en de zoeker. Je ontmoet deze mensen nu wellicht in je omgeving en straks, als je met vakantie gaat, op trektocht, in de camping, in de jeugdherberg, enz. Breng hen door woord én daad in aanraking met de énige Boodschap tot behoud. Ook in de vakantie behoor je tot de chr. kerk, die de roeping heeft: „gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaria, en tot het uiterste der aarde". Misschien kom je nu of straks ook in aanraking met een ander type, namelijk: De onverschillige
Bij deze man is er geen sprake van uitgesproken verzet of vijandigheid tegen het Evangelie. Integendeel, dit interesseert hem niet het allerminst. Z'n ouders braken met de kerk, hij zélf is er nog nooit in geweest. Zonde, genade, verlossing, zaligheid zijn begrippen, die voor hem geen enkele inhoud meer hebben. We moeten deze mens in héél eenvoudige taal, met véél voorbeelden uit het dagelijkse leven, pogen duidelijk te maken wie God in Christus is én hoe deze God hem ziet.
Vooral is hier belangrijk het getuige-
nis met de daad, hij moet a.h.w. in ons leven kunnen lezen wie Christus is! En., de Heilige Geest kan de meest onverschillige harten voor Christus en Zijn genade doen opengaan. Er zijn géén hopeloze gevallen!
De jonge duitse predikant en verzetsman Bonhoeffer, die vlak voor de kapitulatie in 1945 door de Gestapo nog werd opgehangen, verkeerde in de berlijnse strafgevangenis onder mensen in wier leven Gods dienst en kerk geen enkele rol meer speelden. Hij merkte dat zij God zelfs niet meer nodig hadden bij de dood, lijden en schuld.
Nu zijn er mensen, die helaas uitsluitend aan God denken als zij het niet meer kunnen redden, als de dokter en techniek hen niet meer kunnen helpen. En naarmate de wetenschap en techniek dan vorderen, blijft er voor God in hun leven steeds minder plaats over, totdat Hij voor hun gevoel helemaal niet meer nodig is.
Onlangs zei iemand me: : „God gaat pas voor me leven als ik er alléén niet meer uitkom '. Je voelt dat Hij op deze manier alleen maar de laatste vinding is, om onoplosbare moeilijkheden uit de weg te ruimen of om in te grijpen als het niet meer gaat; dus altijd dan, als de mens zelf te zwak is. Zo zijn er mensen, die slechts aan God denken en over Hem spreken als hun kennis tekortschiet of als hun krachten hen begeven.
Dominee Bonhoeffer schreef — met het oog op deze onbijbelse levenshouding — onder een zwaar bombardement in z'n cel aan een vriend als laatste woord:
„Niet eerst aan de grenzen van ons kunnen, maar midden in het leven moeten wij God herkennen. In het leven en niet eerst bij het sterven, in de gezondheid en de kracht, en niet eerst in het lijden, in onze daden, niet slechts in de zonde wil Hij door ons gekend worden. De grond daarvoor ligt in de openbaring Gods in Jezus Christus. Hij is het midden des levens en geenszins een soort aanvulling om onze onopgeloste vragen te beantwoorden. Vanuit het midden des levens gezien, verdwijnen bepaalde vragen vanzelf en ook de antwoorden op zulke vragen (hierbij denk ik aan het oordeel over Job's vrienden). In Christus bestaan er geen „christelijke vraagstukken" x ).
Verantwoording
In deze serie artikelen heb ik, zeer beknopt, aandacht geschonken aan allerlei vragen rondom de roeping van élk gemeentelid om van Christus te getuigen. Hierbij heb ik geen aandacht geschonken aan het georganiseerde evangelisatiewerk in ons land. Dat is een hoofdstuk apart.
God is met deze wereld bezig door Zijn Woord en Hij gebruikt hierbij ook de gewone gemeenteleden. Straks, op de Dag van Christus, roept Hij jou en je onkerkelijke naasten op om voor Hem te verschijnen.
Dan is er de ontelbare schare van hen, die hun lange klederen hebben „wit gemaakt in het bloed des Lams" (Openb. 7). Zal daar iemand uit jouw omgeving bij zijn, die dan zal zeggen: „toen hoorde ik voor het éérst van U" Hoor je zélf ook bij de ontelbare schare? Of.... zullen dan mensen uit je omgeving de vinger naar je uitsteken en zeggen: „hij heeft ons nóóit van U getuigd!"? Zal Christus uit hun woorden jou moeten gaan oordelen?
1)D.Bonhoeffer: Widerstand und Ergebung a.j. S144
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1964
Daniel | 8 Pagina's