JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

17e jaarvergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

17e jaarvergadering

van de Bond van Meisjes- en Vrouwenverenigingen der Gereformeerde Gemeenten, gehouden op woensdag 3 juni 1964, in het kerkgebouw der Gereform. Gemeente te Utrecht.

12 minuten leestijd

De ere-voorzitter, ds. H. Rijksen uit Gouda liet zingen Ps. 68 : 13, las 1 Sam. 1 en ging daarna voor in gebed.

Daarna opende ds. Rijksen deze vergadering met de woorden: Het is een genoegen u een hartelijk welkom toe te roepen op deze dag van de Bond van Meisjes-en Vrouwenverenigingen uit het midden der Gemeenten. En het verblijdt ons, dat u in zo grote getale bent opgekomen, zodat de kerk geheel bezet is. Dat is ook voor het Hoofdbestuur een reden van grote blijdschap. En als ik dan zo de vergadering rondkijk, dan zien we niet alleen meisjes — en dat was vroeger zo —, want dan waren het hoofdzakelijk meisjesverenigingen. Maar ik denk, dat als ik ga kijken, de vrouwen haast in de meerderheid zijn. Het zijn tegenwoordig dan ook haast meer vrouwenverenigingen dan meisjesverenigingen, die bij onze Bond zijn aangesloten, omdat er heel wat Meisjesverenigingen zijn overgegaan tot de Bond van Jeugdverenigingen; de vroegere Bond van Jongelingsverenigingen. Ik hoorde: Er is zelfs een lid van 84 jaar uit Leerdam. Deze is vandaag ook meegekomen. En dat is toch wel een voorrecht, dat ook zij op zo'n hoge leeftijd nog interesse heeft en in staat is om deze dag bij te wonen. En nu zijn er bij onze Bond verenigingen aangesloten van verschillende aard. Er zijn vrouwenverenigingen, die zich bezig houden met nuttige handwerken en er zijn zendingskransen en er zijn meisjesverenigingen. Maar op welk terrein we nu ook werkzaam zijn, allen zoals we bij onze Bond zijn aangesloten zijn we kerkelijke verenigingen. Dus de arbeid die we doen, is een stuk kerkelijke arbeid. Dit moeten we wel beklemtonen, dat onze verenigingen niet alleen gezelligheidsverenigingen zijn, niet alleen dienen om de onderlinge band te versterken, maar het zijn kerkelijke verenigingen. Al onze verenigingen staan onder toezicht van de plaatselijke kerkeraden. Dus het is kerkelijke arbeid, die we op onze verenigingen verrichten. Want, geliefde vriendinnen, toen ik mij bezon op wat ik vandaag weer eens zou zeggen bij de opening van deze Bondsdag, drong zich de vraag bij mij op: Kan ook een vrouw iets betekenen voor Gods Koninkrijk? En dan moeten wij er wel aandacht aan schenken, dat het evangelie een grote verandering heeft gebracht in de positie van de vrouw. Immers bij de meeste volken in de oudheid was het met de positie van de vrouw niet zo best gesteld. Bij de meeste volken was de vrouw niet veel meer dan een slavin en deze moest het zware werk doen — ook bij de Joden. Zij was in veel opzichten een rechteloze. Je hebt een groot Joods boek; dat is de talmud. Daar staan al die Joodse wetten in, die de farizeeën gemaakt hadden naast de tien geboden en in die talmud staat een wet, waarin het een man geoorloofd is om aan zijn vrouw een scheidbrief te geven en haar weg te zenden als zij de pap tweemaal had laten aanbranden Dat was onder Israël, onder de farizeeën een wettige echtscheidingsgrond. In een der Joodse gebeden uit de tijd van Jezus' wandeling op aarde staat: Geprezen zijt Gij, o God, dat Gij mij niet geschapen hebt als heiden, als slaaf of als vrouw. Dus u voelt wel als we dat zo horen, het onder de Joden niet zo best gesteld was met de positie v«n de vrouw. Maar ik zei: Het evangelie heeft in dit opzicht een grote verandering gebracht. Want onder het Oude Verbond lag de vrouw onder de vloek omdat zij de eerste is geweest in de val, maar Christus heeft die vloek opgeheven, en daarom, in Christus, zegt Paulus, is nóch man nóch vrouw. De vrouw is nu de gelijkwaardige van de man. De gelijkwaardige, niet de gelijke, want de vrouw houdt haar eigen plaats in het leven, overeenkomstig haar eigen vrouwelijk karakter en haar eigen vrouwelijke geaardheid. Men heeft de emancipatiebeweging gekregen en deze emancipatiebeweging wil een volledige gelijkstelling van man en vrouw. Dat is geen eer voor de vrouw, maar een ontering, want nu wil men de vrouw een plaats geven in typische mannelijke beroepen; en dat is in strijd met Gods Woord. De vrouw moet vrouw blijven. Zij is niet de gelijke van de man, maar wel de gelijkwaardige. Zij heeft haar eigen plaats overeenkomstig haar eigen vrouwelijke geaardheid. Maar daar moeten we dan ook de nadruk opleggen, dat de vrouw de gelijkwaardige van de man is, want in Christus is nóch man nóch vrouw. In de kerk des Heeren worden mannen en vrouwen door dezelfde doop in de gemeente opgenomen En de belofte, die bij de Belijdenis des Geloofs in het midden der Gemeente wordt afgelegd, is dezelfde voor mannen als voor vrouwen. Dus zo heeft het evangelie een grote verandering gebracht in de positie van de vrouw. Zij is nu de gelijkwaardige. En zo komen we tot de vraag: Kan ook een vrouw iets betekenen voor Gods Koninkrijk? En dan denk ik aan die Hanna, over wie ik u heb voorgelezen, uit 1 Sam. 1.

Ja, die Hanna had het heel moeilijk, want Elkana, haar man, had nog een vrouw, Peninna en dat is op zich zelf al erg moeilijk, een bron van onderlinge jaloezie. Maar daar kwam nog bij, dat Peninna wel kinderen had en Hanna kinderloos was. En u weet; dat was in Israël heel erg, als een vrouw geen kinderen

had. Dat werd aangevoeld als een vloek des Heeren, want het volk Israël leefde voor het nageslacht. Immers straks zou de Messias geboren worden. De Messias zou komen en dan moest er toch een volk zijn om Hem te begroeten! En nu was Hanna een vrouw, die de Heere vreesde en een vrouw, die had leren uitzien naar die komende Messias, naar het komende heil. En nu had zij geen kinderen, dus nu zou er straks uit Hanna's huis niemand zijn om de Messias te begroeten als Hij kwam. En dat betekende in haar gevoel, dat de Heere haar uitsloot van het heil Israëls, van het heil dat de Messias zou brengen. Voelt u het, Hanna had een verleden, maar zij had geen toekomst. Kennen wij daar misschien ook wat van in ons leven? Dat we ons net als Hanna, uitgesloten gevoelen van dat heil des Heeren; buiten te staan en het toch niet te kunnen missen. Wel een verleden te hebben in Adam, maar geen toekomst in Christus.

Geliefde vriendinnen, daar moeten we allemaal in ons leven wat van leren; zelf er ons buiten voelen net als Hanna, uitgesloten van het heil des Heeren en dat door onze eigen schuld. Het niet meer waardig te zijn. Die zich zelf buiten moeten sluiten als een onwaardige, die gaat de Heere insluiten. Dus dat was Hanna's smart en niemand kon haar troosten. Elkana heeft het geprobeerd. Hij zegt; Hanna wees niet zo verdrietig. Ben ik je niet beter dan 10 zonen? Maar geliefden, Elkana's liefde kon Hanna niet troosten, want Hanna zoekt de liefde Gods; en zo lang ze geen kinderen heeft, heeft ze geen bewijs van die liefde Gods. Ze voelt zich er buiten en dat is haar diepe smart. Ja, en dan moet ze van Peninna nog horen, dat zij, Hanna, toch eigenlijk de ware Godsvrucht mist, want was een onvruchtbare geen vervloekte? Nee, dan Peninna met haar scherpe tong en met haar hatelijkheden. Ja, dat kan wel samengaan, maar geliefden, in die Hanna leefde de vreze des Heeren en 't is met name haar gelovig moeder-zijn, wat van grote betekenis is geweest, niet alleen voor haar kind, maar ook voor de kerk en voor haar volk. Want als we de lofzang van Hanna horen, merken we, dat de nood van haar volk en de zaak des Heeren haar heel na aan het hart liggen, want als we straks haar lofzang lezen, dan bejubelt ze niet alleen in die lofzang haar eigen moederweelde, maar dan zingt zij in de lofzang van de Heere, van de komende Koning en van het heil van haar volk Zo moeten we dus haar begeerte naar een kind zien.

Ook daarin ging het haar om het welzijn van haar diep gezonken volk, want er waren in Israël geen leidslieden meer, geen vrome mannen, die het volk terugriepen en daarom begeert Hanna een zoon. Het is Hanna niet hetzelfde of zij een zoon of een dochter krijgt; nee zij bidt nadrukkelijk om een zoon; want ze moet het zich inleven, wat groot het zou zijn als uit haar eens een man geboren zou worden, die het volk zou terugroepen tot de dienst des Heeren; en daarom: Ze belooft de Heere, dat als zij een zoon krijgt, zij hem van meet aan zal afstaan voor de Heere en Zijn dienst. Daar bidt ze en daar worstelt ze om een zoon voor de Heere en Zijn dienst. En dat gebed wordt verhoord, want zulke gebeden verhoort God altijd, want daarin staat Zijn eer het hoogst. En dan krijgt zij straks die zoon, Samuël, en dan brengt ze hem als klein jongetje al naar het heiligdom te Silo. Dat was een waagstuk, want het was een goddeloos zaakje daar. Denk eens aan die priesters, Hofni en Pinehas, de zonen van Eli! Het was een waagstuk om die kleine Samuël naar dat heiligdom te brengen, want er was toch een grote kans, dat haar kind ook meegezogen zou worden in heel die goddeloosheid, die daar hoogtij vierde. Ja, het gevaar ligt niet alleen in de wereld; zelfs het heiligdom kan gevaarlijk zijn; want toen was er het gevaar van verwording. En nu is er een ander gevaar: het gevaar van verwenning. Gewenning, maar Hanna was een vrouw des gebeds. Ze heeft om dit kind gebeden, maar toen het er eenmaal was, heeft ze niet opgehouden ook vóór dit kind te bidden Ze is voor Samuël blijven bidden en daarom ging het met Samuël goed en werd hij niet in die verwording daar in Silo meegetrokken. Zij bleef Samuël dragen in de weg des gebeds. En daarom mijn vraag: Kan ook een vrouw iets betekenen in Gods Koninkrijk? Denk eens aan Hanna, en let eens op de vrucht van haar gebed. Samuël, die afgebeden zoon, sticht de profetenscholen en uit die profetenscholen komen de profeten voort zoals Gath en Nathan, die zulke invloed op David hebben gehad. Dit is alles de vrucht geweest van Hanna's gebed.

En nu zitten hier vandaag ook moeders in de kerk en als we nu moeders horen praten — en die horen we nogal eens praten op de pastorale bezoeken. Dan vragen we vaak: Hebt u al getrouwde kinderen? Ja dominee, ik heb een zoon getrouwd, die woont daar.

Ja die heeft een heel goede baan en hij woont in een mooi huis. Ja, maar dat is het belangrijkste niet. Hanna begeerde een zoon voor de Heere en Zijn dienst. En nu moeders, vanmorgen hier in de kerk. Is dat nu ook uw begeerte dat uw kinderen iets betekenen in Gods Koninkrijk? Ze hoeven heus niet allemaal dominee te worden, hoor, maar dat ze iets mogen betekenen voor Gods Koninkrijk. Dat begeerde Hanna en daar moet het ons om gaan: om kinderen te begeren voor de Heere en Zijn dienst. En laten we daar als vrouwen en moeders veel om bidden. Het beste dat we kunnen doen, ook voor onze kinderen, is voor de Heere te leven met een nederig hart, want:

Hij slaat toch, schoon oneindig hoog, op hen het oog, die need'rig knielen.

En dan zitten er wellicht vrouwen zonder kinderen, maar die kunnen net zo goed voorbidsters zijn. Zo kunnen wij vrouwen zijn met een heilzame invloed en zulke vrouwen hebben we nodig ook in onze Geref. Gemeente. Vrouwen, die een biddend leven mogen hebben, die voorbidster.-; mogen zijn. Vrouwen die kinderen begeren voor Hem en voor Zijn dienst. Ja, want we lezen ook in de Handelingen en in de brieven, wat vrouwen betekenen. Nee, we lezen nergens van een vrouw in het ambt, zoals men tegenwoordig wil; dat is niet naar het Woord van God, maar wel dat de vrouwen veel betekenden ook in de arbeid der gemeenten. Ja Paulus spreekt er van, dat ook de vrouwen bidden en profeteren, want hij zegt, dat vrouwen niet met ongedekt hoofd mogen bidden en profeteren. En dan leggen we vaak zo de nadruk op dat ongedekte hoofd, dat we helemaal vergeten dat Paulus spreekt over het bidden en profeteren van de vrouw.

Dat deden ze dus: bidden en profeteren en mocht dat ook onder ons gevonden worden. De Heere heeft beloofd, mijn vriendinnen: Uw zonen en uw dochters zullen profeteren. Zij zullen deel hebben aan Mijn Geest. M.a.w. de Heere verheerlijkt Zich in de kinderen der gemeente. De Heere wil Zich verheerlijken in de lijn van het Verbond. Zijn jullie zulk een dochter, die deel heeft in de Heilige Geest? De Heere heeft het beloofd. Smeekt dat de Heere die belofte ook waarmaakt voor jullie. En ook ouderen onder ons; Laten we het ook zelf benodigen om deel te mogen hebben aan die Geest, die met Pinksteren is uitgestort. Ja, opdat wij vrouwen, iets mogen betekenen voor Gods Koninkrijk. Let op Hanna!

Laten we er samen van zingen uit Ps. 66 : 10.

God zij altoos 't hoogst geprezen! Lof zij Gods goedertierenheid Die nimmer mij heeft afgewezen, Noch mijn gebed gehoor ontzeid!

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1964

Daniel | 8 Pagina's

17e jaarvergadering

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1964

Daniel | 8 Pagina's