JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Diskussiehoek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diskussiehoek

6 minuten leestijd

Verzekeren, (slot)

Ik heb hier een brief van een lezer uit Nieuwe Tonge, die reageert op een brief, eveneens uit Nieuwe Tonge. Onze vriend heeft het over de te berde gebrachte nieuwe auto, die door de verzekering betaald wordt. „Ik ben het daar helemaal niet mee eens, " schrijft hij. „De schrijver(ster) stelt, dat zij niet ongelovig is. Maar waarom vindt hij (zij) het terugkrijgen van die nieuwe auto dan zo belangrijk? Zijn we met een nieuwe auto klaar? Is dat nu het enige, dat we nodig hebben? ? Neen, neen en nog eens neen!!!

yale god(P) genoemd, waar je altijd op aan kunt! Als we consequent blijven redeneren, bestaat er dus ook nog een god, waar je niet op aan kunt. En ivelke god is dat? ?

Ik ken ook een God, waar je op aan kunt. Die God is ook royaal. Maar, niet wat auto's betreft! Ik heb er nog nooit een auto van gehad. Wat ik wel van deze God ontvangen heb, is Genade. Dat is tenslotte veel belangrijker dan alle auto's, die er bestaan, bij elkaar!

Ik vind het echt een heel verkeerd standpunt, de verzekering een god te noemen, waar je op aan kunt, terwijl je toch heel goed weet, dat een mens alleen geholpen kan worden door DE GOD, de God van hemel en aarde. Die helper kan ons veilig stellen voor de Eeuwigheid."

De laatste brief is van onze vriend uit Zoetermeer, die het onderwerp „Verzekeren" ook aan de orde gesteld heeft. Hij schrijft:

„De vele reakties over dit onderwerp maken de zaken helaas weinig duidelijker. Er is alleen uit op te maken, dat ieder zich een beeld schept van verzekeren en het dan gaat bestrijden. De vraag is echter, of dit beeld een zuivere weergave, dan wel een karikatuur is van het doel van verzekeren. In het laatste geval vecht men tegen windmolens. En de vele fouten, die ik in al die beelden meen te zien, tonen aan, dat ze, zoal geen karikatuur, dan toch een sterk overdreven tekening van de werkelijkheid zijn.

Laten we daarom eens een eenvoudig voorbeeld nemen. Iemand heeft een auto, die hij bij een ongeluk niet in staat is te vervangen. Hij is zich ook bewust dat hij langdurige ziekenhuiskosten niet kan betalen. Verder weet hij, wanneer iemand door zijn schuld om het leven komt, (b.v. iemand met een groot inkomen) dat hij de achtergeblevenen niet kan onderhouden. Tenslotte zal niemand ontkennen, dat hem zulk een ongeluk niet kan overkomen. Met dit alles voor ogen mag hij geen enkele financiële voorzorg nemen, maar wordt van hem geëist in dit alles op de Heere te vertrouwen. Zo staan dus de zaken.

Nu is dit de vraag, die ik nog niet beantwoord zag: Wat is het enige fundament van ons vertrouwen? Welnu, dat mag niet anders zijn dan een belofte, geschonken in Gods Woord, tenzij het God behaagt hem persoonlijk te verzekeren, dat Hij hem in alles zal onderhouden. Maar dit laatste is een souvereine daad Gods, wat geen norm mag en kan zijn voor allen. Welnu, omdat er geen beloften in Gods Woord zijn zonder gebruik der middelen, wordt een onmiddellijk vertrouwen van een mens niet geëist. De Heere heeft de mens zo aan de middelen gebonden, dat hij zonder die te gebruiken niet mag vertrouwen, terwijl tevens van hem geëist wordt, niet op de middelen te vertrouwen. Er is dan ook in geen enkel middel een reële basis om op te vertrouwen. En wie het doet komt beschaamd uit.

Tenslotte, wanneer ik mijn verweer ga besluiten, zou ik toch op één zaak nog willen wijzen. En wel op het feit, dat men in onze kringen zo gesteld is op iets onmiddellijks. Ik denk hier aan onmiddellijke inspraken of een onmiddellijke roeping tot het ambt van predikant of kerkeraadslid en ook een onmiddellijke verzekering des geloofs. Dit schijnt bij velen het enig ware te zijn, hoe dikwijls men in deze zaken ook bedrogen uitgekomen is. Wie echter onze meest bekende oudvaders enigszins kent, weet, dat zij het onmiddellijke altijd aan de vrijmacht Gods hebben overgelaten en de middellijke weg als Gods gewone weg hebben aangewezen en voorgestaan.

Men leze slechts P. Immens, Guthrie, Brakel, Barueth, v. Leeuwarden en vele anderen. Het zou wellicht enig nut afwerpen als ook deze zaak eens in diskussie gebracht werd. Dan zou er misschien ook enige klaarheid komen in de vaak verwarde begrippen, die er heersen omtrent de belofte (dus niet de beloften) des Evangelies en ook omtrent het geloof en haar voorwerp. Ik hoop niet, dat er bezwaar tegen bestaat, wanneer ik deze dingen noem, omdat ik ze enigszins verwant acht aan de bezwaren tegen verzekeren.

Eindelijk, omdat er m.i. geen nieuwe gezichtspunten over de kwestie „verzekeren" meer naar voren zullen komen, meen ik mij hiermede terug te kunnen trekken."

Nu is de voorraad brieven op. Enkele conclusies, die we uit de diskussie kunten trekken, zijn:

1. Tegenstanders gronden hun bezwaren meestal op zondag 10 en Mattheus 6.

2. Velen maken, m.i. ten onrechte, onderscheid tussen verplichte en vrijwillige verzekeringen.

3. Aan de verzekering is te ontkomen.

De wetgever heeft daar ruimte voor gelaten.

4. Anderen wensen onderscheid te maken tussen verzekeren in 't algemeen (ziekenfonds b.v.) en verzekeringen die mij persoonlijk dekken.

5. Weer anderen menen, dat sommige verzekeringen te rechtvaardigen zijn, b.v. W.A. en het risicofonds in de bouwsector.

6. Ook werd aangetoond, dat theorie en praktijk vaak mijlen ver uit elkaar liggen.

Persoonlijk geloof ik, dat het ontstaan van alle verzekeringswetten de schuld van de kerk, dus van de kerkmensen, dus van ons is. Verschillende briefschrijvers verwezen naar de diaconie. Nu is het mijn vaste overtuiging, dat het de diaconie aan middelen ontbreekt, om het werk van de verzekeringsmaatschappijen over te nemen, want daar gaat het dikwijls om enorme geldsommen. Dat kunnen die diaconiën niet betalen. Waarom niet? Omdat wij deze instantie niet van de middelen hebben voorzien en dat nog niet doen. Wij geven liever honderden guldens uit aan b.v. auto's, bromfietsen, mooie kleren, uitgaan enz. Zie de uitkomsten van de collectes maar na. Omgerekend per hoofd is het een zeer klein bedrag, dat aan de diaconie gegeven wordt. Het ware te wensen, dat ons dat tot schuld werd.

En dan wordt het nu tijd, om de diskussie over dit onderwerp te sluiten. Er is wel uit gebleken, dat er veel belangstelling voor bestond en dat het nog lang niet „doodgepraat" is. Het is in ieder geval een zaak van het geloof in de Voorzienigheid Gods. Hieruit vloeit dus voort, dat deze zaak allereerst het persoonlijk geloof van een ieder aangaat. Want het geloof is een persoonlijke zaak. Op het geloof van een ander kunnen en mogen wij niet leunen. „Hebt gij geloof, heb dat voor uzelf."

Allen, die aan de diskussie hebben deelgenomen, zeggen we nogmaals hartelijk dank. We hopen, dat het verhelderend heeft gewerkt en het kan nooit geen kwaad, dat dergelijke dingen nog eens weer onder onze aandacht worden gebracht. Onwillekeurig wordt men dan nog eens weer aan het denken gezet. Veel dank zijn wij ook verschuldigd aan onze vriend uit Zoetermeer, die indertijd de suggestie voor dit onderwerp heeft gegeven.

Gesprekleider.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1964

Daniel | 8 Pagina's

Diskussiehoek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1964

Daniel | 8 Pagina's