JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een Roomse visie op die van Calvijn.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Roomse visie op die van Calvijn.

5 minuten leestijd

Dr. L. G. M. Alting von Geusau: „Die Lehre von der Kindertaufe bei Calvin. Gesehen irn Rahmen seiner Sakraments — und Tauftheologie. Synthese oder Ordnungsfehler? Mit einem Anhang über die Kindertaufe auj dem Tridentinischen Konzil". Uitgave van Uitgeverij H. Nelissen, Bilt hoven, (1963). 335 blz., ing. f 15, 90, geb. f 18.90.

Wanneer men een studie enkel waardevol zou mogen noemen als ze werkelijk tot belangwekkende konklusies leiden zou waarmee men in kon stemmen, zou Alting von Geusau's boek van onze zijde zeer beslist geen enkele waardering kunnen vinden. Belangwekkende konklusies geeft het niet, en met de enkele konklusies die de schrijver trekt zijn wij het bovendien niet eens. Toch hebben we wel enige waardering voor dit werk: het geeft een heel behoorlijk overzicht van de gegevens over 't onderwerp, en dat is op zichzelf alreeds iets waard. Het is schrijver als verdienste aan te rekenen dat hij als Rooms geleerde zich zo grondig in de leer der Reformatie heeft verdiept. Terecht legt hij er nadruk op dat men de uitspraken van de hervormer van Genève plaatsen moet in het geheel van de door hem gegeven leer. Hij doet dat zelf, hoewel hij niet daaruit de konsekwenties trekt die men verwachten zou, voortreffelijk.

Deze studie is het hoofdbestanddeel van een dissertatie waarop schrijver negen jaar geleden aan de Pauselijke Universiteit in Rome promoveerde. Dat proefschrift was te uitgebreid dan dat het integraal kon worden uitgegeven. De tekst die thans gepubliceerd is, is, aldus het „Vorwort", met het oog hierop ! herzien.

Het is bekend dat Barth de kinderdoop weer diskutabel heeft gesteld. Schrijver geeft een overzicht van het ontstaan van het probleem in de Hervormingstijd en schetst daarbij als inleiding de opvatting van Luther en de leer van Zwingli op dit punt. Daarna houdt hij zich zeer uitvoerig bezig met Calvijn. Wat heeft Calvijn geleerd omtrent de sakramenten, wat omtrent de doop en wat omtrent de kinderdoop? In een „Anhang" wordt de Roomse leer betreffende de kinderdoop besproken, waarna een slotbeschouwing volgt. De opzet is dus uiterst overzichtelijk.

„Synthese oder Ordnungsfehler? " vraagt de schrijver in de wel wat lange titel van zijn boek. Met Barth zegt hij tenslotte: „Ordnungsfehler!" Volgens hen heeft de Geneefse reformator zich bij zijn uiteenzetting betreffende de kinderdoop meer laten leiden door zijn streven naar instandhouding der volkskerk dan door zijn ideeën over 't sakrament. Maar hoe zit het dan met de paralell: besnijdenis en doop, die voor Calvijn beslist geen uitvlucht was, maar een gegeven waaraan niet te tornen viel? Schrijver meent te moeten konstateren dat Calvijns beschouwing van de kinderdoop in strijd is met wat hij tevoren heeft geleerd over de doop van de volwassenen. Wij zien dit, ook nadat hij de gegevens naast elkaar gesteld heeft, werkelijk niet in. Speelt de opvatting van Trente schrijver parten? De bekende uitspraak „ex opere operato", die voor Calvijn volkomen onaanvaardbaar was, is schrijver blijkbaar nooit uit de gedachten. Kiest hij tenslotte daarom voor de „Ordnungsfelhler", terwijl wij van mening zijn dat er wel degelijk van een syntese sprake is? Waarmee intussen niet gezegd wil zijn dat er geen vragen over blijven bij Calvijn. De slotbeschouwing is wel heel erg vaag: er is een zweem van overeenkomst tussen Trente en Calvijn: fides Ecclesiae en leer van het verbond. Het ligt er aan hoe men de zaak beziet: 't verschil — en daarop moet de nadruk vallen — is beslist aanzienlijk groter. Komt men met een vriendelijke uitspraak nader tot elkaar? Letten wij, behalve op de inhoud, ook nog op de vorm. De oorspronkelijke studie kon, gezien haar omvang, niet in haar geheel verschijnen, werd ons in het „Vorwort" meegedeeld. Wij vragen ons na lezing van wat er gepubliceerd is af, of het niet nog beknopter had gekund. Schrijver schetst uitvoerig 't leven van Calvijn. Is dit nog enigszins te verontschuldigen, omdat hij de ontwikkeling van de ideeën van Calvijn wil tekenen, geen ekskuus is er voor de niet weinige de helderheid van het betoog zeer schadende herhalingen. Schrijver verontschuldigt die — bladzij 255 — door te wijzen op de niet-eenvoudige manier waarop Calvijn geredeneerd zou hebben. Een argument dat niet steekhoudend is: de formulering kon beslist veel strakker zijn.

In hoever is deze studie eigenlijk herzien? Het eerste deel van de bekende serie „Die Religion in Geschichte und Gegenwart" wordt naar de tweede druk — Tübingen, 1927 — geciteerd, niet naar de derde — Tübingen, 1957. Het „Literaturverzeichnis", achterin, bevat ook werken die na '55 zijn verschenen, maar.... die in de tekst niet zijn gebruikt.

Onjuist is het om op bladzij 21 in noot 16 na Wendel „a(m) a(ngeführten) O(rt)" te zetten: Wendels bekende boek wordt hier voor 't eerst vermeld! De zonderlinge fout is kennelijk ontstaan doordat de titel van de reeks waarin die studie is verschenen met de titel van het tijdschrift dat zojuist genoemd was, werd verward. Kan men, verder, Franck een leider van de wederdopers noemen — bladzij 37, regel 1? De om zijn strijdvaardigheid bekende zestiende-eeuwse teoloog en kerkhistoricus Flacius Illyricus wordt ten onrechte door schrijver konsekwent Flaccius Illyricus genoemd. De bisschop van Hippo Regius heet nu eens Augustinus, dan weer Augustin. Op bladzij 82, regel 4, b.v. is het Augustin, tien regels verder echter Augustinus. Ook verder op komt dit nog voor. Slordig is dat er op bladzij 29 een citaat uit Zwingli wordt gegeven in de tekst, terwijl dat zelfde stuk dan nog eens onder aan de bladzij afgedrukt wordt in een noot. Nog gekker is het in noot 25, bladzij 51: tweemaal in één noot dezelfde aanhaling uit Zwingli, met dezelfde kursivering, enzovoort. Een aantal drukfouten is blijven staan, waaronder lastige. Ook in de noten zijn er, tot in de citaten in 't Latijn.

Er zijn dus veel tekorten, maar niettemin bevelen we de lezing van dit boek met name predikanten en studerenden vol overtuiging aan: het geeft tenslotte toch een bruikbaar overzicht van wat Calvijn omtrent de kinderdoop geleerd heeft, en.... het zet tot denken aan!

J. Kwekkeboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1964

Daniel | 8 Pagina's

Een Roomse visie op die van Calvijn.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1964

Daniel | 8 Pagina's