Hemelvaart
„Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een naam gegeven, ivelke boven alle naam is". (Filipp. 2 : 9)
Hoe diep heeft Christus zich vernederd voor de zijnen. Hij heeft zich overgegeven tot in de dood, ja de dood des kruises en is afgedaald tot in de diepte van de Godverlatenheid, opdat Hij een verloren volk, dat God verlaten had, in de Vaderlijke gunst en gemeenschap zou herstellen.
In die weg van Zijn diepe vernedering heeft Christus de schuld aan Zijn kerk betaald, het strafeisende recht des Vaders bevredigd en de deugden Gods, die wij door onze zonden vertreden hadden, opgeluisterd.
Omdat de Vader nu volkomen bevredigd is met het offer van Zijn Zoon, heeft Hij Hem na Zijn diepe vernedering ook uitermate verhoogd, zoals Paulus in de tekst ook zegt: „Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd". Christus heeft immers een plaats gekregen aan de rechterhand des Vaders en is bekleed met alle eer en heerlijkheid, ja heeft van de Vader ontvangen alle macht in hemel en op aarde. Deze weg van Christus, door lijden tot heerlijkheid, door vernedering tot verhoging, stelt Paulus nu aan de Filippenzen tot voorbeeld, opdat zij naar diezelfde regel mochten Ieren wandelen, in eensgezindheid, met liefde, van één gemoed en van één gevoelen zijnde. En dat bij Christus de verhoging was gevolgd op de vernedering, moest hun een aansporing zijn om te staan naar zelfverloochening en ootmoed en te strijden tegen hun hoogmoedig bestaan opdat ook zij, nadat zij zich vernederd hadden, hoop mochten hebben om op Zijn tijd mede van God verhoogd te zullen worden tot heerlijkheid, want God wederstaat de hovaardige, maar de nederige geeft Hij genade.
Die les, die Paulus hier aan de Filippenzen geeft, geldt ook voor ons. Werd zij maar meer ter harte genomen.
Ja Paulus wijst er hier op, dat Christus, in Zijn verhoging, een naam heeft ontvangen, welke boven alle naam is. Wat wordt door de mens al niet gedaan om zijn naam hoog te houden en wat wordt er weinig aan gedacht, dat het onmisbaar is tot zaligheid, dat onze naam eraan moet en dat we een nieuwe naam moeten ontvangen.
Christus' Naam is door God gesteld boven alle naam, omdat Hij zo naamloos wilde lijden voor de eer van Zijns Vaders Naam en tot zaligheid van Zijn volk. Daarom, wat zal het slechts uitkomen met hen, die de Naam van de Heere Jezus smaadheid aandoen, hetzij dat zij door hun zonden er oorzaak van zijn, dat die Naam gelasterd wordt, hetzij door dat zij Hem als de Enige Zaligmaker door ongeloof verwerpen.
De Vader zal de eer zoeken van Zijn Zoon, Die zo zeer de eer gezocht heeft van de Vader.
Gelukkig mens, voor wie die Naam boven alle Naam dierbaar en beminnelijk is geworden.
Of: Kent Gij die Naam nog niet?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1964
Daniel | 8 Pagina's