Stemmen in de nacht
Stemmen klinken in de oren In een donk're, som'bre nacht! Wie toch doen die stemmen horen Op een tijd, zo onverwacht? Het is Paulus in de kerker, Met zijn trouwe medewerker. Neen, die stemmen klagen niet; God ter ere klinkt hun lied!
Maar dan, and're stemmen klinken; d' Aarde is verschrikt en beeft, 't Is of alles zal verzinken en vergaan wat adem heeft. Zware grendelen bezwijken, IJz'ren deuren moeten wijken. Ziet, hoe wordt Gods Majesteit In die stem ten toon gespreid!
En dan wordt een stem vernomen Heilbegerig uit het hart. Want de ure is gekomen, dat een mens in diepe smart Neerligt, en vol zielsbegeren Uitroept: „Wat, o lieve heren, Moet ik doen tot zaligheid? " Aan zijn zijde is het kwijt!
De apost'len, in wier oren Zulk een stemme wordt gehoord, Doen dan and're stemmen horen, Onderwijzend uit Gods Woord. Al die stemmen, hoe verscheiden, Hebben voor die blinde heiden, In een donk're, somb're nacht, Door Gods zegen heil gebracht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1964
Daniel | 8 Pagina's